LIKE A RAINBOW

Het is dat wit wit is terwijl het toch beter rood of groen zou zijn.
Het is dat wit wit moet zijn maar anderzijds? Oranje?
Het is dat zwart dat alleen maar op zwart lijkt, terwijl het in feite geel is of terwijl ikzelf zou willen dat het wit en groen en blauw en oker en gespikkeld en vanalles tegelijkertijd is.
Het is dat rood rood, en dat rood toch ook weer geen rood, omdat ik het anders zou willen, als (o la la) pistache bijvoorbeeld!
Een blauw met groen ijsje!
Een rode hond!
Een knalgeel dak van een huis!
Een spierwitte hemel met groene waas!

Het is dat wit wit is terwijl het wit moet blijven of geef maar grijs met groene strepen.
Het is dat ik geen wit wil, maar wit wil wit laten blijven en zwart doen worden, in tussenstappen van honderd schakeringen oranje.
Het is dat ik liever groen gespikkeld.
Of roze met een zweem van lichtblauw.
Of donkerpaars met een fluo rand.
Het is dat zwart zwart is en pikzwart moet blijven maar er mag een venster in met dertig rode randen en een alu-bodem.
En dat mijn wit mijn wit en geen zwart maar toch zwart is of dat ik het wil kunnen kiezen, langs de ingelijste gele exemplaren.

Baf. Knalrood.
Baf. Okergeel.
Baf. Ontploffende regenbogen.
Baf. Stijgende rivieren, naar een appelblauwzeegroene lucht, verspreid over oost naar west en noord en zuid zonder onderbreking.
Baf. Dezelfde rivieren in alle kleuren en ze beginnen met wijnrood langs wijnwit en worden dan bananengeel en dan weer –groen of vice-versa, bij het ochtendgloren.
Baf. Zwartwit, witzwart, grijs over grijze strepen, rood over rode vlakken, geel over niks wit met het grote zwart en dan terug wit, dat beter rood of groen, of wat.

ADEM ZEGT DE ENE

claude monet nymphéas bleus

16.
Zegt de ene vogel tegen de andere
mensen vergeten hun adem

Afb.: Claude Monet, Nymphéas Bleus, Musée D’Orsay

BLAUW ZEGT DE ENE

michele txt 15

15.
Zegt de ene vogel tegen de andere
misschien moeten de mensen een van hun vele fototoestellen eens echt gebruiken
– en wat blauw toevoegen

Foto van Michèle Verlinden, Canada.

KRUIMELS ZEGT DE ENE

zand
7.
Zegt de ene vogel tegen de andere
De mensen zien de broodkruimels niet

Afb.: ‘Zand’ van Sodade, 1984

VOEG WAT BLAUW TOE

cherb
Ik zoek een twintigtal foto’s van horizonten/water/natuur/zee/brede, al dan niet industriële omgevingen/vogels/mensen in de verte/oa
om evenveel korte teksten te begeleiden.
‘Voeg wat blauw toe’ (Letterlijk. Ik bedoel aan de foto’s.)
Blogpublicatie met naamvermelding, vanzelfsprekend.
Dit is geen wedstrijd en er zijn geen prijzen aan verbonden. Min 1 en max vijf foto’s pp.
Voor foto’s of voor meer info: mailen naar : elianedebleser@gmail.com

NOG KLEUREN

LeWitt05
“Een mens zou er vrolijk van worden. “
“Van wat, Jef?”
“Van al die kleuren.”
“Ja maar, Jef, je begreep het toch niet?”
“Nee, Nikki, nog altijd niet.”
“En wat zei je, Jef? Dat je er vrolijk van wordt?”
“Ha ja hé Nikki!”
“Dat is dan goed hé Jef?”
“Ja hoor Nikki. Vrolijkdronken ben ik, Nikki.”
“Heb je gedronken, Jef?”
“Ja, Nikki. Hahaha! Water! Ik heb veel water gedronken!”

Afbeelding: Sol Lewitt, Wall Drawing 958, Splat, detail from Mass MoCA, November 2000, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
Bron: http://arttattler.com/archivesollewitt.html

KLEUREN

sol lewitt whirls and twirls

“Helaba!
Helaba, zeg ik!
Niemand reageert.
Waarom luisteren ze niet? Nu ja. Ik zal dan nog maar wat naar die prent kijken. Die prent, ja. Ik zal nog eens goed kijken. Ik begrijp haar niet. Is dat een kunstwerk? Maar dat is toch een muur? Een kunstwerk op een muur? Maar waarom? En hoe moet die verhuisd worden? Kunstwerken moeten toch naar een ander museum kunnen? Ze moeten die toch kunnen opheffen? Maar dit? Op een muur? Ik snap er niks van. Maar de kleuren vind ik tof, dat wel. Mooi, ook. Kleurrijk, in ieder geval. Ik zou er zelf door beginnen kleuren, als ik het zou kunnen!
Ha nee, ik kan niet kleuren. Ik heb zelfs geen kleurpotloden, en daarbij, ik zou niet weten waarom! Ik ben een volwassen mens! Nee nee, ik kleur niet.”

Afbeelding : Sol LeWitt, Wall Drawing 1152, Whirls and twirls (Met), detail, April 2005, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
http://arttattler.com/archivesollewitt.html

OGEN

HORDE DANIEL RICHTER

“Ze staren me aan.”
“Wie, Jef?”
“Die mensen. Ik ken hen niet. Ze staren me aan en ik weet niet waarom.”
“Ja maar, Jef, nu toch niet?”
“Jawel.”
“Maar hier zijn geen mensen, Jef. Alleen jij en ik.”
“Jawel, ze achtervolgen me.”
“Jef, wat mankeert er?”
“Niks. Alleen maar die mensen. Ze staarden me aan, daarna volgden ze me en ze bleven me aanstaren, ook nu nog.”
“Jef, wees gerust, hier is niemand.”
“Dat weet ik. Maar ik voel hun ogen. Ze branden. Ze branden op mij. Het is net of ze zijn hier in mijn kamer en ze staren me aan en misschien blijf ik dat nu voor altijd voelen en denken.”

DE BLAUWE SHIT VAN DE WALTER

De Walter zei ook dat hij het zelf echt wel wist, van de shit van het concentreren en van de discipline maar dat de wereld de wereld is en dat ge daar maar moet kunnen in leven en dat ge daar maar moet tegen kunnen, met alle shit vandien.
Neem het hem dus maar eens kwalijk dat hij blijft zeuren over die zon en die maan en dat blauwer dan blauwe en dat hij daar wat madelieven en sterren en dromen tussen gooit.
Verdomd, verdorie, miljaarde.

GANS

Maar, zei de Walter, je moet een madelief nemen en je moet de bloemblaadjes tellend plukken, een, twee, drie maar je moet er eerst aan ruiken en als het al te laat is dan herbegin je met een andere madelief, je ruikt, je plukt, je telt, een, twee, drie, vier en je houdt je gedachten bij het tellen en bij de bloemen en je onthoudt de geur in jouw neus en daarna vlij je je neer in het malse gras en je sluit de ogen en als je ze weer opent dan zie je de blauwer dan blauwe lucht en je ziet de zon in al haar glorie en je ziet het licht dat zij werpt op de ganse natuur en je eigent je die toe en je klopt met je hand op je hart en je zegt en herhaalt dat ‘gans’ wel degelijk het juiste woord is en je sluit de ogen en je dommelt in en plots droom je en het is een mooie droom maar je zal hem niet vertellen en je kijkt naar de maan, die is vol en ze werpt een nieuw licht en naast de maan staan miljoenen sterren en je kunt het niet geloven en je ziet het licht en het duister en het licht en het duister en ‘o, wacht,’ zeg je en je begint ze te tellen, een, twee, drie, vier en je herbegint, een, twee, drie, vier en je valt opnieuw in slaap en je droomt een volgende droom maar ook die vertel je niet en als je wakker wordt is het ochtend en daar is ze weer, zij, die van het licht, in al haar glorie en ze verandert de kleuren, ze kan toveren, niet? en ze stijgt en verandert de schaduw en ze verandert de kleuren van de bomen en van de bloemen en je kijkt –
verwonderd –
zei de Walter.