SPAARSTAND

Patrick stond plots voor de zaak. Ik had hem niet zien aankomen, Bart wel. Het was hier lekker druk, maar Bart dook als de bliksem weg — floep, het atelier in — luid zuchtend: ‘Ik ben hier weg.’

Daar stond ik dan.
Drie seconden om te beslissen: welke houding neem ik aan, wat zeg ik?
IJs breken was geen evidentie.

‘Dag Patrick, en… is het gelukt?’

Dat volstond om een glimlach op zijn lippen te toveren, maar hij schudde zielig van niet.

Alweer drie seconden om na te denken. Hoe? Wat?

‘Je moet er je tijd voor nemen en rustig blijven,’ zei ik. En dat ik er ook niets van kende. Dat hij het zelf moest doen. Dat ik een print had met richtlijnen. Dat ik het snel met hem zou overlopen, al had ik het nog nooit bekeken of gebruikt.

‘Iedereen doet dat zelf,’ zei ik.

Ik nam zijn telefoon uit zijn handen, vluchtte naar een spuitbus instant reiniger, maakte het scherm proper.
‘Ja, sorry,’ zei Patrick.

Ik vroeg zijn vingerafdruk en deed een inspectieronde door de instellingen.

‘Zie je wel, hier ook nog — je gebruikt de spaarstand. Dat mag niet, dan werkt het niet. Kom, start je moto.’

Nog een vingerafdruk.

Het lukte.
Vreemde, moderne turn-by-turn-toestanden. Ik ken er niets van en ik wil er ook niets van kennen. Maar het werkte. Het ding praatte. Ik gaf Patricks thuisadres in — zonder huisnummer. ‘Dat hoeft niet, dat is veiliger,’ zei ik.

Patrick zette blij zijn helm op, trok zijn handschoenen aan en reed weer weg.
Ik ging terug naar binnen.

‘Hoezo, is het gelukt? Hoe heb je dat gedaan?’ vroeg Bart.

‘Rustig blijven, focussen en alles overlopen. Zijn instellingen stonden niet juist,’ zei ik.

‘Rare man,’ zei hij.

‘Ja, heel speciaal. Maar nu moet hij wat oefenen. Ik ga eerst mijn handen wassen,’ zei ik.

——————–
Er zijn hiaten. Een soort lege kamers. Lege dagen-kamers.
Wat niks wil zeggen.

(Hier stond het relaas over Patrick en het koppelen van zijn telefoon aan zijn moto.)

Ondertussen is er nog altijd minstens 1 hiaat, iets met ‘iets’ dat zich verstopt achter de borden in de keukenkast of in de suikerpot, grijpbaar maar net niet, zo gaat dat met hiaten. En het kan ook onder de sofa zitten.

GATEN – 4

pierre soulages 2015
Pierre Soulages,
Peinture, 159 x 202 cm, 30 Octobre 2015, 2015
Courtesy Galerie Karsten Greve, © VG Bild-Kunst, Bonn 2015
Photo: Vincent Cunillère

‘Het is leeg.
Er is niks.
Het is leeg.
Er is niks.’

Marieke huppelt voorbij en hoort het en zegt
‘Huh, Niks?’
en
‘Huh, Leeg? Maar ik zie toch vanalles? Mensen en huizen en auto’s en honden en katten? Bomen, vijvers, rivieren, weiden, merels en mussen, vlinders? Blaadjes, bijen, vliegen, mieren, nerven? Hoezo dan, leeg en hoezo dan, niks?’

GATEN – 3

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008
Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Alleen maar een groot zwart gat.’
‘Je maakt me blaaskes wijs.’
‘Nee. Ik zweer het. Een groot zwart gat.’
‘In de duinen? Je raaskalt.’
‘Toch was er alleen maar dat ene grote zwarte gat.’
‘Ja, en jij hebt dat alleen maar gedroomd.’
‘Nee, ik was klaarwakker.’
‘Ook dat heb je gedroomd.’
‘Nee, ik bleef de hele tijd fris en alert.’
‘Jaja.’
‘Geloof je me nu?’
‘Jaja.’

GATEN – 2

peinture-243-x-181-cm-26-juin-1999
Pierre Soulages
Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008 , Acrylic on canvas, Private collection
© Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Waarom laat je de zesde altijd staan?’
‘Wat? O ja, nu je het zegt. Ik weet het niet. Wacht, ik herbegin.’
‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Je doet het weer. Iedere zesde bleef staan.’
‘Maar ik deed ze een voor een en lette op!’
‘Nee. Iedere zesde bleef staan.’

GATEN – 1

soulages
Pierre Soulages
Peinture 202 x 327 cm, 17 janvier 1970
Private collection
© Photo: François Walch, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

 

‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Je vergat de zeven.’
‘Ik vergat niks.’
‘Jawel, doe nog maar eens.’
‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Zie je wel? Je vergat alweer de zeven.’
‘Maar nee.’
‘O jawel.’