MOGELIJKE VERVOEGING VAN HET WERKWOORD MOETEN

En dan: groggy. Niks gedronken, niks bijzonders gegeten, op tijd in bed en toch voelt mijn hoofd als een zeef. Ik probeer het weg te ademen, in, uit, in, uit, dieper in, dieper uit. Ik probeer het weg te schudden, van mijn schouders te halen door ze te strekken, te draaien. Niks helpt.

Ik richt mijn blik dan maar op het werk, op de laatste notities van gisteren, op een A5 met framenummer [ha ja ik moet bellen], op de lijsten die eronder liggen, de eindeloze lijsten, de zwarte en blauwe woorden en musts, als houvast van de dag, van de dagen, van de vele.

Advertenties

LE.VEN

Ziezo, mijnheer Macharis. Afgesloten. De kwestie is helemaal van de baan. He.le.maal. Vanaf vandaag is het blad weer wit. Wit. Maag.de.lijk. wit. Het leven komt terug op de eerste plaats. Le.ven. Ik wil het benadrukken: le.ven. Ik vind dat een goede manier van praten. Le.ven. Bo.men. Ik vind het zelfs plezierig. Bloe.men. Gul.zig. Luch.ten. Wol.ken. Le.ven.

LEZEN

[Ja, mijnheer Macharis, en toen wist ik het niet meer. Ik werd er bijna gek van. Ik vroeg me af hoe ik dit kon omkeren en terwijl ik zat te denken kwam ik bij het woord ‘vertrouwen’. Vertrouwen zou me helpen, het hebben van vertrouwen. Maar de oefening was moeilijk en mijn hoofd bleef zoeken hoe ik het, voor mezelf, makkelijker kon maken. En ik dacht aan Gracian en ik heb zijn Handorakel vastgenomen en gelezen, en gebladerd, en gelezen, en gebladerd, en gelezen.]

PAUZE

Tijd voor een ANDEREWOORDEN-pauze van minstens twee of drie weken!

Maar eerst nog dit, vanwege de schitterende opslagruimte in onze hoofden:

‘…. deed bij Penfield het idee postvatten dat de hersenen een bijna perfect beeld bewaren van elke ervaring uit het leven van een mens; dat de totale bewustzijnsstroom in de hersenen wordt opgeslagen en als zodanig altijd kan worden opgeroepen, hetzij door de gewone behoeften en omstandigheden van het leven, hetzij door de buitengewone omstandigheden van een epileptische of elektrische prikkel. De gevarieerdheid en ‘absurditeit’ van zulke krampachtige herinneringen en voorvallen deden Penfield vermoeden dat een dergelijke reminiscentie in wezen toevallig en zonder betekenis is:

Bij operatie is het meestal geheel duidelijk dat de opgeroepen ervaringsreactie een toevallige reproductie is van al datgene waaruit de bewustzijnsstroom tijdens een periode uit het leven van een patiënt bestond […] Het kan zijn geweest [Penfield gaat door en geeft een samenvatting van de buitengewone gevarieerdheid van epileptische dromen en voorvallen die hij heeft opgeroepen]: een ogenblik van naar muziek luisteren, een tijd van naar binnen kijken door een deur van een danszaal, een tijd van je voorstellen hoe rovers uit een stripboek te werk gingen, een tijd van een vrolijk gesprek met vrienden, een tijd van wakker worden uit een vrolijke droom, …….
Etc.

(Oliver Sacks, ‘De man die zijn vrouw voor een hoed hield’, Deel III, 15. Herinneringen.)