OF BIJ DE KRUIDENIER

‘Dat was op het randje hé.’

‘Ja, ik weet het. Maar het zal niet meer gebeuren.’

‘Je begaf je op een glibberig pad.’

‘Ik zal het nooit meer doen. En ik heb me op tijd bedacht. Ik heb alles teruggelegd.’

‘Ja, maar we hebben je bijna op heterdaad betrapt.’

‘Net niet. Er is niks gebeurd. De spullen liggen terug in de rekken.’

‘Ja, omdat je ons gezien hebt.’

‘Nee, omdat ik ze wou terugleggen. Ik kreeg spijt. Berouw net voor de zonde, hahaha.’

‘Toch. Glibberig. Je gleed net niet over de rand.’

‘Net niet is voldoende, niet?’

‘Tja.’

‘Net niet is voldoende.’

LUID

Het is lachwekkend.
Het is écht lachwekkend en ik voeg de daad bij het woord. Luid.

Hier is niemand, enkel de kabouters kunnen me horen. Ik vraag hen of ze, nu ze hier toch zijn, die loodzware mappen even naar boven kunnen dragen, of ze dan eerst wat plaats in het archief kunnen maken en het stof afnemen, liefst met nat. De kabouters doen alsof ze me niet horen.

De tandwielset die er had moeten zijn is er niet. Het systeem heeft me dat niet gezegd. Ik zit met een probleem. Mijn persoonlijke systeem kan geen oplossing vinden voor de tandwielset. Is het nu tandwielset of kettingset? Ik zal het nooit weten en als ik het ooit zal weten zal ik het dadelijk weer vergeten, net zoals met de tekeningen van de banden.
Alle systemen gaan even in lockdown en beginnen na een paar minuten te zoeken in een andere zone.
Ik zie een onderdeelnummer. Iets doet een alarmbel afgaan. Ik zoek de factuur. De factuurprijs ligt maar liefst vier keer hoger dan voorzien. Het systeem (zone 38) gaat in lockdown. Ikzelf steek de intentie om, in verband met de prijs, een mail te sturen maar mijn mailprogramma is in quarantaine – de systemen moeten af en toe geblokkeerd worden of de hoofden ontploffen.

Mijn systeem scrolt de stapel administratie en te verwerken notities. Het kiest er een te creëren motofactuur uit maar ikzelf pas. NU NIET, zeg ik tegen dit jobke.
Mijn systeem gaat echt even in staking, lacht nog luid, de kabouters bewegen niet, wat is dat met die kabouters van tegenwoordig? Ik denk dan maar (flits) aan muziek, beter muziek luisteren dan staken, haha, Florence van Leen, ik zet de nieuwe CD op, KING en dan FREE, ik zet de muziek keiluid, zwier hem dan uit mijn oren want ik moet schrijven, schrijven over de systemen, het mijne, de andere, al de systeemzones, I’M FREE zingt ze nog even en dan zwijgt ze omdat ik haar weer zeg dat het moet.

Mijn systeem scant en scrolt en gaat bij een andere leverancier – in zone 360 – op zoek naar een tandwielset. Ik vind maar doe niks, nog niks, eerst P1 en de werkopdrachten, eerst de facturatie van gisteren, eerst de mails van gisteren, Philippe zal zich afvragen wat er aan de hand is, een andere klant heeft door dat mijn systeem wat overbelast is en vraagt als afsluiter of het gaat, hoe het gaat, iets over zelfbescherming, jaja denk ik en dat ik hem straks wel zal antwoorden, straks, eerst moet ik die uitlaat nog en eerst die zadels en dan zijn er nog die dozen waar ze geen nieuwe namen opzetten ik moet dat nog aanpassen, minstens noteren dat ik het moet aanpassen waar is mijn lijst, lijst nummer achtienduizendzeshonderdzevenentachtighonderdtwintigduizend.

maar het is acht uur en ik zou snel met de hond maar het regent dus zou ik een cursus kunnen een van de vele – zone 28 – ik zet Florence terug op ha ja ik moet nog een boekje naar Kristel sturen ha ja ik moet ook nog een scan neer de verzekeraar de scan is er al de mail nog niet en ik moet de cijfers van vorige maand en

Luid.

MEI

(Centraal in de droom: een grote ruiker bloemen in een hoge doorzichtige vaas)

Ze stak de spade in de grond.
‘Wat doe je?’ vroeg hij.
‘Die moeten eruit.’
‘Maar waarom?’
‘Ik vind dat paarse niet mooi.’
‘Oei, dat wordt moeilijk, die wortelen veel te diep.’
‘Wat weet jij daar nu van? En daarbij, dat paarse moet weg!’
‘Wat wil je dan in de plaats?’
‘Wit.’
‘Wit? Ben je zeker?’
‘Ja, ik wil enkel nog wit, wit hier, wit ginder, wit overal, het gele van februari moet er ook uit, en het dieprode van de zomer ook. Ik vervang alles door wit.’

VOETWEG 76

Ik tel de blaadjes van de ligusterhaag.
Ik tel de blaadjes van de ligusterhaag.
Ik tel de blaadjes van de ligusterhaag.
Dan, een hoop boterbloemen.
Dan, een hoop madelieven.
Een camelia, waarachtig.
De klimhortensia, zou ik stekken nemen?
Dan, de paardenbloemen, ze zijn nog geel, die andere zijn pluizen.
Dan, de grote uitgebloeide forsythia’s, hun herkenbare groen.
Dan, voetweg nummer 76, de Wipeweg.
Dan, wat paarse rododendrons, zeven, acht?
Dan, het grote en eeuwig schietende riet en de nog kleine vlinderstruiken. De vlinderstruiken zullen groot worden en ze zullen paars bloemen, dat weet ik.
Ik tel de blaadjes van de ligusterhaag.
Ik tel de blaadjes van de ligusterhaag.

OF EEN DONKERE TRAPPIST

Zegt de ene tegen een andere Het is verschrikkelijk.

Antwoordt de andere En al die doden.

Zegt nog een andere En de continue dreiging.

En iemand anders mengt zich Poetin is zot.

Uit een hoek van de kamer roept iemand Het is niet enkel ginder.

Neenee zegt een volgende Het is overal.

Buiten maken mensen spandoeken. HET IS GENOEG schrijven en roepen ze.

Ze dreigen en eisen en zijn oprecht verdrietig en huilen en blijven herhalen HET IS GENOEG.

Op het eind van de dag gaan ze naar huis.

Ze sluiten de overgordijnen, laten de rolluiken naar beneden, zetten de verwarming toch maar een graad hoger en eten stoofvlees met frieten, met witloof en veldsla. Iemand is de mosterd vergeten, iemand anders de pickles. Ze rijden snel naar de supermarkt en brengen ook shampoo en een kratje abdijbier mee, dat staat in promotie.