NIEUWE REEKS: TUSSEN HEMEL EN AARDE – DE VERTAALOEFENING

saul-leiter-train

Dit is een oefening.
Vertaal:
‘De trein raast voorbij.’
Vertaal:
‘De trein raast eeuwig voorbij.’
En:
‘De trein raast onophoudelijk voorbij.’
Rust even.
Vertaal nu, heel eenvoudig:
‘De trein.’

Heb je de achtertuinen gezien? En de mensen die aan de spoorwegovergangen staan te wachten? Te voet, naast hun fiets of in hun auto? Of op hun moto of scooter?
Heb je de weiden gezien?
De koeien, de paarden? De bomen en hagen?
De elektriciteitspalen? De hekken, de straten?
De fietser die de trein probeerde in te halen?
De huizen, de veranda’s? Het begin van de stad, de drukte? De flatgebouwen, de graffiti? De trams, de autobussen?
Morgen opnieuw?
De vertaaloefening?
Het beeld van de trein?

(afb.: Saul Leiter, Train)
Link: Graffiti op wikipedia

 

Advertenties

KATRIEN

saul leiter jane pearson
Saul Leiter: Jane Pearson, c. 1948.

 

Katrien vertelde dat er iets als een breuklijn door haar leven gelopen was. Meer zei ze niet. Ik bekeek haar, zag haar slikken en blijvend door het raam kijken. Ze slikte nog eens.
Ik wachtte. Zou ze niet meer vertellen? Maar ze zweeg en liet haar blik vast op de tuin rusten.
Het begon te regenen en Katrien knipperde met de ogen, maar wendde het hoofd niet af of zei ook niet ‘Het regent.’
Ze slikte weer.
Ze rilde.
Ze bleef naar buiten kijken.
Ze sloot de ogen en veegde met haar handen over haar ogen, over haar wangen.
Ze keek terug naar buiten.

SCHETSBOEK TOT DE TIENDE (HERH)

saul leiter sketchbook

(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)

Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig

 

(herh. dd. 13/1/2014. Soms moet een mens eens in herhaling vallen)

LICHT

saul leiter wet window

“Regendruppels, Nikki. Als ik hier alleen ben, en ik sta voor het raam naar de voorbijrijdende auto’s te kijken, en ik zie de regen, de auto’s rijden over de natte straat, het water spat op, soms leggen de druppels een waas op het glas en dan worden de beelden en het licht gebroken, ik blijf er minutenlang en soms nog langer naar kijken, ik zie de druppels en focus mijn blik er op, en de achtergronden zie ik verkleuren en bewegen, door de voorbijlopende mensen of door de voorbijrijdende fietsers en auto’s, of door de zon die plots doorbreekt, het licht dat verandert, het licht dat de druppels, Nikki.”

Foto: Saul Leiter, Wet Windows, via http://www.gallery51.com/?navigatieid=237&exhibitionid=81

MAART

“We zaten op café en we dronken wat, hij een Duvel ik een pint en hij zei ‘Jef, ik wil uit het leven stappen’ en ik antwoordde dat diegenen die dat zeggen, dat die dat niet doen en eerst zweeg hij en bestudeerde hij zijn knieën en dan begon hij over iets anders, hij zei dat hij blij was dat het de laatste dagen goed weer was en dat hij het zonlicht gemist had, die donkere februarimaand had hem geen deugd gedaan, zei hij, maar maart bracht eindelijk het begin van de lente, ‘dat is goed voor mij en goed voor al de andere mensen,’ vond hij en natuurlijk had hij gelijk.

We dronken.

Hij nog een Duvel, ik nog een pint maar hij zei dat we dan maar eens moesten opstappen, hij wou een gebraden kip van het kippenkraam, de kippen van het grootwarenhuis waren niet zo lekker vond hij en met een grote kip had hij voldoende voor twee dagen, dat scheelde de rompslomp van het kiezen en kopen, ‘Marktdagen zijn goed, ik koop hier ook mijn groenten,’ zei hij, ‘Maar eerst toch nog een kop koffie, we zitten hier goed,’ zei hij.”

saul leiter wet window
Saul Leiter, ‘Wet Window’, 1960

SCHETSBOEK TOT DE TIENDE

saul leiter sketchbook
(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)

Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig