WAAR?

– “Oogopslag. Die oogopslag.” (AW)
– Lezen, lezen, lezen. Samenvatten, samenvatten, samenvatten.
– Werken, werken, werken.
– Mijn lijf doet zeer. Helemaal.
– Mijn hoofd doet zeer. De voorkant. De achterkant never.
Advertenties

DE HERHALINGEN

– We moeten terug naar Brussel.
– Regen, regen, regen.
– Trump, Trump, Trump.
– Hongersnood, hongersnood, hongersnood.
– “Ik wil die job graag voor u doen.”

HET BANKJE AAN DE RAND VAN HET BOS

Hij zei ik wil de druk van mijn hoofd laten.
Zij zei ik ook, ik wil de dop van mijn hoofd draaien zodat het te vele kan ontsnappen.
Hij zei ja dat bedoel ik misschien moeten we het samen doen.
Zij zei ja spannend dan kan ik naar jouw stoomwolk kijken en jij naar de mijne.
Wie eerst vroeg hij.
Wij samen toch zei zij.
Oké zei hij.
Waar en wanneer vroeg hij.
Op het bankje aan de hyacinten over een half uur zei zij.
Bedoel je het bankje aan de rand van het bos vroeg hij.
Ja zei zij.
Ik zal me haasten zei hij.
Ik ook zei zij.

TELEFOON

– Telefoon, telefoon, telefoon.
– Vergadering, vergadering, vergadering.
– Tussendoor: We zetten de keuken op de wachtlijst.
– Ze zijn dertigduizend euro kwijt. Die euro’s zwalpen ergens, en de eigenaars weten niet waar.
– Ik zal de rolluiken in mijn planning moeten steken.

Afb.: Hopper, Office at Night, via theatlantic.com

Bewaren