DWINGEND, O.

Ondertussen is de zon de grote baas; ze werpt zich op de huizen en straten, op de bomen en grasvelden, op de mensen.

En de zwaluwen groeperen; zullen zij vandaag of morgen vertrekken? Of volgende week?

En de mannen van de gemeente pauzeren. Ze drinken wat water en tappen minstens tien moppen.

Een wekker zegt het is zeven uur, acht uur, negen uur, tien uur. Hij zegt het is maandag, dinsdag. Hij zegt het is lente, zomer, herfst.

Hoor. Ze kwetteren. Alle tien of vijftien zingen ze een lied. Alle tien of vijftien zijn ze in hun nopjes. Ze rusten wat op de draad, ze vliegen hun cirkelende spel en eigenen zich de koer toe, het gekwetter! De groep wordt groter, het concert zal een vol uur duren.

Daar: poëzie in beelden, in penseelstreken, in beeldhouwwerken, in kaaklijnen. Poëzie in zeldzame en dwingende woorden.

Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig, langzaam, o langzaam.

Advertenties

OOST, WEST, ETC

(terwijl ik naar adem snak)
ik doe de ganse dag niks anders dan naar de zwaluwen kijken; ze vliegen hoog, laag, rakelings langs de bomen en daken, vrolijk kwetterend en kijk, de eerste twee jongen zijn er ook al, ze oefenen hun vliegen, nog wat onbeholpen en ze zijn een plezier om te zien
(terwijl ik naar adem snak)
de boeren zijn volop aan het bemesten, en de loonwerkers, en de kinderen van. Ze werken van ’s ochtends tot ’s avonds, ook tijdens de weekends, doen ze ooit iets anders? Om van het koeien melken nog maar te zwijgen
(terwijl ik naar adem snak)
de zwaluwen, weer, nu is ook het derde jong uitgevlogen, ze maken er een spelletje van. Als ik doodga en daarna terugkom, dan zal dat als jonge zwaluw zijn, om dan later, later! de continenten!
(terwijl ik naar adem snak)
en het is avond nu, de zon schijn tot op het achterste dakraam, ze zakt, ze zakt, morgenochtend staat ze exact daar waar ik nu haar weerspiegeling zie, de schijn, de glans, het breken van het licht, het licht!
(terwijl ik naar adem snak)
en ginder, hoog, elders, daar ook! een vliegtuig, waar vliegt het naartoe, naar waar? Naar Mexico, naar IJsland, naar overal, maybe?
(terwijl ik naar adem snak, snak, wil, wil, ben, ben, vlieg, vlieg)