BLAUW

blauw
(foto: panorama-foto van Manu Schotte)

“ ‘Blauw, blauw’, hoe gaat dat liedje weer, Nikki?”
“Iets met ‘vrouw’ en ‘keer ik terug naar jou’, Jef.”
“Ja, dat is het. Maar ik had geen vrouw in mijn gedachten.”
“Wat dan wel, Jef?”
“De lucht, Nikki, alleen maar de lucht. Helderblauw, keiblauw, watervallenblauw, regenblauw.”
“Je hebt het met blauw vandaag hé, Jef?”
“Ja, Nikki. Allesblauw.”

Advertenties

SCHETSBOEK TOT DE TIENDE

saul leiter sketchbook
(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)

Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig

HET GROTE GELIJK

stravinsky
“Ha, maar ze hebben allemaal gelijk,” zegt Jef. “De rode, de groene, de witte, de zwarte, de gele, de gestippelde – ze hebben allemaal gelijk en ze weten het. Kijk, rood slaat met zijn hand op de tafel, groen doet het hem na, wit wacht nog even af maar staat dan bruusk op en steekt een vuist in de lucht, oranje rommelt in zijn papieren, vindt het goede blad, zwaait er mee en gooit het demonstratief op de tafel – ze hebben allemaal gelijk.”
Iemand vraagt of Jef een grapje maakt.
“Maar nee, natuurlijk niet, ik ben bloedserieus, en zij ook, zij zijn zo serieus dat hun gezicht voor eeuwig in die plooi blijft staan want ze hebben allemaal zo veel gelijk als er water naar de zee stroomt, miljarden liters gelijk, en ze hebben nog meer gelijk, zo veel als er gisteren water uit de lucht is gevallen, miljoenen regenbuien, orkanen en stormen van gelijk, ik zeg het u, en ze menen het zo erg dat ze die plooien van hun gezichten strak met hun vingers vasthouden, de vingers prikken er hier en daar door, komen langs de neusgaten terug naar buiten en het is geen zicht, dat weet ik, maar toch is het zo en het bewijst hun allergrootste gelijk, zowel van wit als van zwart als van oranje of oker of hemelsblauw of okkernotenbruin, hun kleur maakt zelfs niet uit, het is enkel het gelijk dat belangrijk is. Kijk maar, ze menen het, ze staan in alle ernst op, ieder steekt een arm, twee armen, drie armen in de lucht, ze zeggen dat ze het woord willen nee ze nemen het woord allemaal tegelijk, de ene praat, de andere praat, de andere anderen praten even goed en luid en gelijk, een lange lijn is het, hun gelijk, het loopt van de ene kust naar de andere en zo naar Azië, verdomd en ook daar hebben groen en blauw en vierkantsrood en driewerfgroen allemaal gelijk, tegelijk.”
“Hier, luister en kijk wat naar Stravinsky, begot:


(link via openculture.com)

DE RODE NEE DE BLAUWE

en het zijn mannen en vrouwen en zij zeggen we moeten een huis en een tuin en een keuken en goede meubels
en zij werken zich te pletter en zij luisteren met een half oor naar de radio en naar de ministers
en zij maken zich kwaad maar de job roept en in de verte horen zij de ministeriële besluiten
en dan keert hun maag en zij voelen de rommel van een te veel en een even groot te weinig, maar waar?

De knoop bevindt zich ter hoogte van de navel.
Ze kijken en voelen maar zien niks.
“Geen knoop,” besluiten ze, en ze werken en werken en staan ’s ochtends vroeg op en staan in de file en rijden stapvoets, over de heerlijke autostrade en in de zonovergoten ochtendfile en ze luisteren naar de radio en nog en ze luisteren naar een samenvatting van de hoogst interessante feiten van de vorige dag, een bom in een hoek van een onbekende kamer, de doden in een ver land, ze horen ze niet want ze moeten vanavond de boodschappen en het eten, het komt goed want de supermarkt is tot acht uur open en de barst in het aanrecht hoe moet die hersteld worden en de molshopen in de tuin en de riolering van de buur en zijn onwrikbare bout zou hij die losgekregen hebben?
En het dossier van eergisteren is nog altijd zoek en hun rode pen nee hun blauwe en de nieuwe pc en de muzieklijsten in de mist en geen dit meer maar wel dat en och och de dochter van de koffiedame maar de koffiedame is verdwenen, er staat nu een moderne machine met vijfendertig soorten en het is nog niet genoeg, genoeg muntstukken voor vijf koppen koffie en een wolk melk in poeder maar niemand die het ziet en de machine blokkeert en de technieker komt langs maar hij laat op zich wachten hij zag een mooie dame in een auto in de parking onder het gebouw en hij leunde tegen de deur en ze praatten, praatten, zeker een uur over de lichtmetalen velgen en ondertussen is de koffiedame onbestaand en is de moderne machine defect en al die soorten koffie en de vele wolken melk – onbereikbaar.

dd 28/3/2013