2019

Drieëndertigduizend televisieschermen, opeengestapeld tot een enorme muur.
Duizenden mensen op het plein voor de televisiemuur. Ze staan stil en hun blikken glijden over de vele verschillende, continu bewegende maar geluidloze schermen.
Een blind kind loopt door de mensenmassa. Het herhaalt: “Wat gebeurt er? Wat doen jullie? Ziet iemand mij? Wat gebeurt er? Wat doen jullie? Ziet iemand mij?”
Niemand reageert.
Het kind vindt zijn weg naar de rand van de massa. Het blijft staan en leunt tegen een van de grote huizengevels. Het concentreert zich en luistert, blijft luisteren naar wat de mensenmassa bezighoudt.

Advertenties

‘ZIT!’, IN MAX. TWEE BEVELEN

maar in feite kan ‘m alles moeiteloos.

(dit is nog een doorbreken van mijn voorlopige weigering om te schrijven, het is ook een weigering om in vreemde bijna-raadsels te schrijven)

Een enkele oefening vormt misschien (zeker, bedoel ik) een probleem, maar die ene oefening is slechts een onderdeel van een andere, grotere, en overall zou hij toch moeten slagen. Tenzij, natuurlijk, er weer veel te veel omgevingslawaai is, of tenzij het vochtig is, want dan ruikt alles veel sterker. Daarbovenop is er het begin van het vallen van de bladeren, die liggen er iedere keer meer, en die ruiken blijkbaar lekker. Ze nodigen erg uit tot snuffelen, snuffelen, het nieuwsgierige onderzoeken op de wijze van ‘Wat is dit? Ieder blad ruikt anders! Hop, hop naar het volgende en o, o daar nog een!’

(Wat hoorde ik over Joyce en het gewone leven? Ik zou het filmpje helemaal moeten bekijken, maar dat bekijken enzovoort zou niet meer zijn dan nieuwsgierigheid in de stijl van ‘Ik snuffel en snuffel want dit blad ruikt lekker en dat blad ruikt ook lekker en dat blad ook’. De bedoelde schrijf-weigering zal binnenkort vanzelf wegebben en later, jaren later, zal ze, met plezier, terugkomen, volledig overwinnen en eeuwig blijven. Dan zal ik me beperken tot het snoeien van de rozenstruiken, van de olijfboompjes, van de vijgenboom, en tot het wandelen met de hond. Dan zal ik glimlachen zonder dat er daarna een tekst over geschreven moet worden. Ik zal enkel nog kijken naar de bomen, naar de honden, naar de mensen.)

NUMMER TACHTIG

Reflectie van reflectie van reflectie van reflectie van
de zon, de zee, de lucht, de zon, de zee, de lucht.
Een bloemenveld, het waait, naar oost, naar west,
naar oost, naar west, naar oost, naar west

en dan, het spelen van de wind, een tekening
van lucht in bloemen en in velden, weer een
spelen van de wind en dan

reflectie van reflectie van reflectie van reflectie van de
zonnen, manen, zonnen, manen, zonnen, sterren en
reflectie van reflectie van de dagen en de nachten en
de dagen en de nachten en dan, erg duidelijk,

een maan, een zon, een sterrenfirmament.
Reflectie van reflectie en een spel met bladeren in
bomen door de wind, van links naar rechts
van rechts naar links en aargh

het spelen van de wind en nog en nog, een zucht
van lucht en dan weer spelen en reflectie van het
licht en van de wind, een bloemenveld, de zonnen en
de manen, nog een zucht, een zon, het spel weer,

weer, en telkens, telkens van de wind en van het licht.

ZELFS DE GARNALEN

‘De oceanen zijn leeg,’ zei hij.
‘Wat bazel je nu?’ vroegen zij.
‘Dat er niets meer in onze oceanen zit,’ zei hij.
‘Je bent niet goed snik, we kochten net nog garnalen en kabeljauw,’ zegden zij.
‘Toch zijn ze leeg,’ hield hij vol.
‘Jij weet van niks,’ zegden zij.
Hij zuchtte en zweeg. Hij slikte en keek naar de grond.
‘O jawel. En erger nog, ze zijn dood,’ fluisterde hij.

(een oud geschenk dat vanochtend door mijn hoofd zoemde en bleef zoemen. ik moest even denken en zoeken maar dat duurde niet lang. bedankt, M)