Het licht was te licht.
We besloten om er iets aan te doen. Met dunne, witte stalen kabels hingen we er loodgrijze gewichten aan.
Het effect liet niet op zich wachten.
Alles werd donkerder en zwaarder.
Een man uit een nabijgelegen huis kwam kijken.
Hij vroeg wat we aan het doen waren.
We zijn bezig met het licht, zeiden we. We maken het minder licht.
Hij keek omhoog en zei dat hij niet wist of dat een goed idee was. Dat hij er niet van hield.
Een uur later stond hij er weer, met een kniptang.
Hij liep naar de kabels, struikelde en viel onder het licht.
Hij kreunde dat licht licht moest zijn. Dat de zwaarte niet eens mocht bestaan.
Ach man, zeiden we.
We lieten hem liggen onder dat licht en reden naar de ijzerhandel om nog meer kabels en gewichten te halen.