EN HET GRAS EN HET BOS EN HET RIET

Hier is het groener, staat er.
Ik draai een van de verpakkingen om en om.
Ik zie geen foto’s.
Misschien op een andere doos?
Waar is het groener?
Ik bel naar het nummer op de verpakking. Nul acht nul nul zeven vijf nul nul nul.
Ik luister naar de stem. Ik mag een keuze maken.
Ik beluister de volgende opties en druk acht voor Andere vragen.
Dan mag ik nog eens kiezen.
Ik druk zeven.

Waar is het dan groener? vraag ik aan een meneer.
Een meneer vraagt Wat bedoelt u?
Ik zeg Welja meneer excuseert u me dat ik het zo zeg maar dat staat op alle dozen.
Welke dozen, mevrouw? vraagt een meneer Want wij hebben veel dozen.
Op die grijze, meneer, ik vroeg me af waar het groener is?
Mevrouw, zegt een meneer, bent u niet tevreden over een van onze producten?
Ik zeg Dank u meneer en ik sluit het gesprek af.

De dozen blijven roepen, Hier is het groener. Hier is het groener! Hier!
Maar ze zijn niet groen, ze zijn grijs en grijswit met zwarte letters en rode randen, zonder foto’s.
Ik koop drie dozen. Ik scheur ze een voor een open, bekijk de inhoud, vraag aan het buurmeisje of zij dit lust en ik zet de lege verpakkingen tegen de stam van de oude eik.
Hier is het groen, groener! staat er.
Misschien moet ik wachten?

Advertenties

OF EEN OASE

Maar, mijnheer Macharis, overal groen. Groen, groen, groen en groen. Lichtgroen, donkergroen, donkerdonkergroen, grasgroen. Felgroen, ook, of luchtig. En dat niet alleen; ook hoog groen, laag groen, kort groen, lang. Groot en klein groen. Ver groen. Dichtbij. Overal, zo ver we kunnen zien. Groen, groen en groen. Zelfs diep groen en diepgroen. Hoger groen. Traag groen en snel groen. Onbereikbaar. Uniek groen. Smal groen, breed groen. Ja dus, want groen, groen, groen, groen en groen. Zelfs de container.

DE BEUKENHAAG, ZIJ TWIJFELT

haar blaadjes kleuren groen of rood of niets, nog niet, of wel
ze wachten, willen, zullen, worden, groeien, ja of nee?
de twijfel blijft,
het zonlicht –

op de dakrand naast de haag, zie, trippelen twee duiven
van links naar rechts van rechts naar links tot een van hen gaat vliegen,
niet veel later nummer twee.

de blaadjes van de haag, in twijfel –
kiezen –
groen of rood of rood of groen of niets, nog niet, of wel
een waterval van groene, rode dons, misschien
het wachten op het licht, nog even –

BLAUWE

vaas-met-vijftien-zonnebloemen-van-gogh

‘Mijn brood verdienen. Huisje, tuintje, keukentje.’

‘Luxe? In beperkte mate. Een goed fornuis, een degelijke auto. Een warme trui in de winter. Een tuin met een badmintonnet.’

‘Mijn drie zonen goed en veilig zien opgroeien. Dat zij goede mensen worden. Dat zij gelukkig zijn.’

‘Neen. Rustig oud worden. Iedere dag met de hond gaan wandelen. Mijn zonen helpen als er bomen gesnoeid of gekapt moeten worden. Nog met de bijl kunnen werken.’

‘Los. Op de grootste weide van Londerzeel. De beek loopt erachter. Zeker vijfhonderd meter. Een enorm groen terrein. Daarnaast de restanten van de aardappelen. Nu toch. Het is het seizoen.’

‘Nee. Met kettingzaag en bijl. Zagen, klieven. Het gras maaien mag ook. Het hout stapelen. Een bloemenweide. Hortensia’s in de voortuin.’

‘Blauwe.’

‘Lezen. Een boek per week. Of twee. In een Stressless. Luxe, dus toch. Met warme sokken aan. Of in augustus, op het terras. Vijfentwintig graden en een goede tuinstoel. Of ik zeul de Stressless naar buiten, hahaha!’

‘Nee, geen wijn. Doe maar gewoon water. Levenssap, dat water.’

‘Dank je.’

‘Ja, de zonnebloemen van Van Gogh. Ja.’

‘Doe ik.’

Afb. : Vincent van Gogh, Vaas met vijftien zonnebloemen (Arles, augustus 1888)

Bewaren

TUSSEN OVER DE BEEK EN HERBODIN – ERGENS

tussen-over-de-beek-en-horbodin

‘Vijftien kilometer.’
‘Nu al?’
‘Ja, vijftien.’
‘Erg veel groen nog, achter de huizen. Dat wist ik niet.’
‘Nee, ik ook niet. Ongelooflijk. Helemaal groen.’
‘Dit loopt dood denk ik.’
‘Nee, we kunnen erdoor.’
‘Maar er is geen spoor meer, enkel gras.’
‘Toch kunnen we erdoor.’
‘We hadden beter crossfietsen gekocht.’
‘Jaha, ’t is weer typisch. Net of we kunnen het ons niet laten.’
‘Ja, zo zou je denken. Zie je wel, we moeten terug.’
‘Ja.’
‘Waar zijn we nu?’
‘Weet ik niet. Ergens tussen Sint-Jozef en Malderen.’
‘Ja?’
‘Ja.’

‘Er is maar één kunst, leven!’ (Fernando Pessoa, ‘In een Londense pub’)

(Bart op de GSM-foto.)

STILLETJES

Uitgerekend op dat moment kwam ik Rimbaud terug tegen. Groen. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Enkel groen. Ik ging op zoek naar de andere kleuren en ik dacht ‘wie zoekt, die vindt,’ maar dat was natuurlijk niet waar. Ik staakte het zoeken.
Drie dagen later was daar plots het gele.
Nog een dag later het blauwe.
Dezelfde dag ook nog het rode.
Enzovoort.
Weet je, de kleuren deden me stilletjes lachen. Ik bekeek de verzameling nauwkeurig en besliste om ze in mijn kubussen te gebruiken. Negen, natuurlijk. Ze stonden me al langer dan vandaag op het lijf geschreven. Het zou een spel van lichte en donkere kleuren worden, van licht en van schaduw, van alle schakeringen.
Lol.
Niks anders.
Kleuren, en het spel van het licht.
En nu is het jouw beurt.

LISA, DIE ENE

gras van 't internet
Foto: gras van ’t internet.

Ze kan weigeren:

Ze leest niet, ze schrijft niet, ze babbelt niet, luistert niet, kijkt de mensen niet meer aan.
Geen eten, geen drinken, zelfs geen water
noch lucht noch slaap.

Ze wil niks horen maar in de verte klinken een hoest van iemand anders en een vrachtwagen die voorbijrijdt.

Ze vertikt het. Ze wendt zich af.

Ze denkt eraan dat ze zelfs kan weigeren om te ademen, maar dat brengt haar aan het glimlachen, want weigeren om te ademen, da’s niet makkelijk.

Ze hoort weer een vrachtwagen.

Ze propt watten in haar oren.

Ze hoort iemand iets zeggen.

Nog meer watten.

Weer die hoest.

Tien minuten later beseft ze dat het zinloos is en ze zoekt een middenweg.

Ze heeft een idee, trekt haar stapschoenen aan en gaat op pad.

Het wegeltje achter de huizen. Het wegeltje, daarna, dwars door de velden. Hetzelfde wegeltje, nog steeds, door een klein bos. Daarna weer velden.

Ze kijkt om zich heen. Ze voelt aan het gras. Ze voelt het gras.