ZONDER MEER

Het kan in kleuren; geel, blauw, grijs, groen, rood, oranje, fuchsia.
Geel voor maandag, blauw voor dinsdag, grijs voor woensdag, groen voor donderdag, rood voor vrijdag, oranje voor zaterdag, fuchsia voor zondag.
Het kan iedere dag van de daken schreeuwen, iedere dag een andere kleur, regenbogen op het eind van de week, als samenvatting, in de plaats van de nieuwsberichten of van de facebookposts, of whatever.
Morgen is het vrijdag.
Vrijdag is rood, rood, dieprood, donkerrood, zoals de Weigelia Bristol Ruby, die sterker bleek dan de droogte, sterker dan de storm, sterker ook dan de voorbije winter en alles overleefde, alsof het niks was, niks, behalve haar donkere rood.

En zo voort.

Advertenties

DOORBOORD

Vandaag, mijn vriend, zijn ze er in geslaagd, mijn vriend, om meer dan honderd kinderen de dood in te jagen. Vandaag, mijn vriend, tonen en zeggen de moordenaars dat ze onverdraagzaam zijn en zullen blijven, en dat er nog meer doden zullen vallen.

Ondertussen, op een ander deel van onze planeet, kloppen minstens vijf bedrijfsleiders zich op de borst en roepen zij dat zij de beste zijn, dat zij de prijs voor de beste ondernemer verdienen. Wij, op dit verre deel van de planeet, wij hebben geen tijd voor de nieuwsberichten over de doden. Enkel dat ene journaal over onszelf, de groten, de vijf bedrijfsleiders, is belangrijk.

Vandaag, mijn vriend, kleurt de aarde voor de zoveelste keer donkerrood. Het is het donkerste rood van bloed, met in zich de meest schuldige voetstappen, mijn vriend.

Op een ander deel van onze planeet wordt er om nog meer prijzen gevochten. Prijzen van beste reportages en liedjes, prijzen van bestverkopende boeken, prijzen van duurste medicijnen, prijzen van mooiste dassen en mooiste outfits op weer een volgende prijsuitreiking. We trekken ons van de doden en van het donkerste rood van het bloed helemaal niks aan, we willen enkel checken of onze dassen rechtzitten en of onze haren in de juiste plooi liggen, want een andere plooi zou wel eens verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.

Vandaag, mijn vriend, huilen en schreeuwen de harten van diegenen die de dode kinderen zagen.

Op een ander deel van de planeet is er een enorme overvloed aan eten. We gooien per dag tonnen en tonnen voedsel in de vuilnisbak. We zeggen dat dat normaal is, en bedekken het afval met een of andere politieke vlag en met onze oprechte excuses.
We trekken de context uiteen en zeggen dat we het beter doen en weten dan onze collega’s, en we sleuren hen eens goed door het slijk, alsof we niks anders te doen hebben.
Misschien hebben we inderdaad niks beters te doen. Misschien moeten we terug wat normaler wezen, en in onze tuin zitten, en het onkruid wieden, en naar onze kinderen kijken.

Vandaag, mijn vriend, stierven ze. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord.

Op een ander deel van onze planeet bekvechten wat parlementariërs en politici. Over het al dan niet nemen of uitstellen van duizendste beslissingen, over hun namen in de kranten (‘Hoe groot en vet was jouw lettertype?’) Over het al dan niet rijden met kleine of grote auto’s, met fietsen, met gratis of betalende bussen en treinen. Over een postje links of rechts. Over ongeacht, maar dan ook ongeacht wat.

Vandaag, mijn vriend, breken onze harten. Vandaag worden we weer eens wakker. Vandaag, mijn vriend, denken we weer eens iets meer dan anders aan de zoveelste tientallen doden.

Op een ander deel van de planeet stroomt de slagroom over de roltrappen van de winkelcentra. Lego-speelgoed springt er door de uitstalramen. De geuren van honderdduizenden soorten parfum vullen er de wandelgangen. We weten dat al die parfums op ons wachten. Zelf kunnen we niet langer wachten, we springen in onze auto en rijden er naartoe. We moeten en zullen ze kopen.

EN ZE MAKEN RUZIE EN ZE VOEREN OORLOG

de redactie oekraïne
en ze maken ruzie
en een minuut later voeren ze oorlog
en gooien ze bommen en snijden ze mensen in stukken en
verkrachten ze
en eisen ze en dwingen ze en stelen ze – ze zijn despoten en dieven en verkrachters en dwingelanden en valsaards en ze geilen op
macht
“want macht is van mij”
“nee macht is van mij”
“ze is van mij’
“ze is van mij en van mij en van mij”
roepen ze, brullen ze, kressen ze, krassen ze. Hun stemmen slaan over, hun ogen puilen uit hun kassen, het schuim loopt hen uit de monden en ze roepen nog luider en hun stemmen raken alle dondergoden en ze wringen elkaar de nek om en dan nog veel meer, met bommen en verkrachtingen en de grootste raketten
“mijn wapens zijn groter”
“nee, nee die van mij”
“nee, nee die van mij”
“nee, nee, alles is van mij, mijn ik is groter. Alles is van mij zeg ik jullie: het land, de wapens, de huizen, de rivieren, de straten, de vrouwen en kinderen en mensen en alles wat zij bezitten – het is van mij en de macht inclusief”
“nee van mij”
“nee, nee, van mij, van mij, van mij”
en ze roepen en tieren en slaan en verwonden en doden en eisen en zeggen het land en de mensen en alle bezittingen, alles is van mij, van mij, van mij, want ik ben de grootste en ze slaan en moorden en molenwieken nog na met de armen en het schuim loopt hen uit de bekken en hun ogen puilen uit hun ogen, tot diep in de modder en diep in het bloed.

de morgen gaza
de standaard
de standaard oekraine
(foto’s via De Standaard, De Morgen, De Redactie)