DARGER

Gisteren:
Het veranderende licht, het veranderende blauw.

1 enkele blik op kunst. Op iets wat kunst zou moeten zijn / zou kunnen zijn. Lignes et surfaces. Escaliers. Ik kijk even rond.
De ‘Lignes et surfaces’ doet me aan het werk van Mieke voor Merel en Mus denken. 1 van de trappen doet me dan weer denken aan het werk van Leon Spilliaert.

(Ik ga naar zee, zee)

En een flashback naar het werk van Henri Darger. Ik zoek hem nu [vandaag] terug. https://flash—art.com/2017/06/henry-darger-center-for-intuitive-and-outsider-art-chicago/

https://www.paris-art.com/lignes-surfaces/

Vandaag: ik verdraag blijkbaar enkel Calexico.
Ik moet P1 opmaken. Ik moet inboeken en uitpakken. 13 dozen, die zullen me geluk brengen, ha.

BRAINROT NOT

(foto: Marc, januari 2024)

Ik wil wel naar een feelgoodvideo kijken maar ik hou het bij die ene op de site van De Redactie want ik wil niet blijven kijken tot ik brainrot.

Dan kies ik voor adem in adem uit, sluit 3 seconden mijn ogen, adem nog dieper, ga naar buiten en kijk en voel het overal aanwezige overweldigende groene.

Dat is beter.

Ik beweeg wat, het zijn drukke dagen en de stijfheid kroop tot in mijn hals en rug.

Ik buig naar dat groene en rek tot het blauwe, terwijl ik mijn hoofd traag in alle richtingen beweeg en ik de ijswolken hun naam probeer te geven.

Stel je voor dat mijn hersenen ook verstijven. Dat is een no-go.

Ik sluit mijn ogen en kijk nog eens rond: tot het ijs gindsboven, tot het Middellandse Zee-water, die ene ochtend, toen strand en zee nog helemaal leeg waren. No people. De eindeloosheid.

TWEE DUIVEN, OF WHATEVER

Bart zei dat er minder duiven zijn.
‘Ha ja, je hebt gelijk,’ antwoordde ik.
Maar er zitten duiven in mijn hoofd. Twee, om juist te zijn. Ze praten. Dat is eens wat anders.

Vanochtend: een mail van een klant om te melden dat hij zijn factuur instant betaalde. En hij legt me vriendelijk uit wat een instant betaling is.

Gisterenavond, samen met Kim; de zon die de boomstammen en bladeren van ‘ons’ bos rood deed blinken. Dat zo’n licht mooi en zeldzaam is, maar dat we het toch vaak te zien krijgen. Dat we geen telefoon bij de hand hadden. Jaren geleden zouden we gezegd hebben: ‘We hebben geen fototoestel.’

Ik sta weer een cursus achter. Eigenlijk maar een halve, want de cursus over ‘De Eigenschappen Van De MT07’ heb ik vorige week afgewerkt. Nog Te Doen: Deel 2. Over hoe we de MT07s moeten verkopen. Marktpositionering en dergelijke, waarschijnlijk. En nu kreeg ik via mail een van de ‘vriendelijke reminders’ om me te vertellen dat ik de cursus moet vervolledigen.
Tja.
Onze invoerder zou zeggen dat de mail een Zeer Ernstige Zaak is, en dat we strafpunten krijgen als we de cursussen niet afwerken. De invoerder zou ons wijzen op onze ‘Dealerovereenkomst’, lees ‘Contract’.

Mogelijk word ik ook gestraft vanwege mijn niet-wenselijke commentaar in het openbaar.
Maar zij lezen dit niet.
En ik blijf erg beleefd.

De volgende minuten luister ik nog even naar de duiven in mijn hoofd. Het lijkt erop dat ze elkaar van een en ander beschuldigen, maar dat kan nog keren.

Geen cursus nu. Het dossier van Yarne wacht. De oliefilters wachten. De boekhouding wacht.

GATEN

Gisteren: een gat in de wolken, een blauw gat. Een vage regenboog priemde erdoorheen. Plantte de regenboog zich in het veld van Thijs en Lise? Zullen er nieuwe regenbogen groeien?

Vanochtend: de man met de bordercollie heeft voor het eerst heel duidelijk zijn hand naar me opgestoken. Jarenlang hield ik vol: een knik, een glimlach, een hand in de hoogte. Maar hij wuifde, overtuigend, en als eerste.

Nieuw boek van heum. Het is zo anders dan het marmerboek.

Twee minuten voor het werk: twee minuten Niedekker. De opsommingen, de opsommingen. Plots doet het boek me aan Virginia Woolf denken. Ik google. Het klopt – er is een link.
Mag het zo duidelijk zijn? Moet het zo duidelijk zijn?

De dozen haalde ik al binnen; ze zijn open, de paklijsten liggen naast me. Ik blijf bij de ‘boeken’ en ga inboeken. Major error in de leverancierssite. Fatal error? (Wat me luidop doet lachen.)

SPAARSTAND

Patrick stond plots voor de zaak. Ik had hem niet zien aankomen, Bart wel. Het was hier lekker druk, maar Bart dook als de bliksem weg — floep, het atelier in — luid zuchtend: ‘Ik ben hier weg.’

Daar stond ik dan.
Drie seconden om te beslissen: welke houding neem ik aan, wat zeg ik?
IJs breken was geen evidentie.

‘Dag Patrick, en… is het gelukt?’

Dat volstond om een glimlach op zijn lippen te toveren, maar hij schudde zielig van niet.

Alweer drie seconden om na te denken. Hoe? Wat?

‘Je moet er je tijd voor nemen en rustig blijven,’ zei ik. En dat ik er ook niets van kende. Dat hij het zelf moest doen. Dat ik een print had met richtlijnen. Dat ik het snel met hem zou overlopen, al had ik het nog nooit bekeken of gebruikt.

‘Iedereen doet dat zelf,’ zei ik.

Ik nam zijn telefoon uit zijn handen, vluchtte naar een spuitbus instant reiniger, maakte het scherm proper.
‘Ja, sorry,’ zei Patrick.

Ik vroeg zijn vingerafdruk en deed een inspectieronde door de instellingen.

‘Zie je wel, hier ook nog — je gebruikt de spaarstand. Dat mag niet, dan werkt het niet. Kom, start je moto.’

Nog een vingerafdruk.

Het lukte.
Vreemde, moderne turn-by-turn-toestanden. Ik ken er niets van en ik wil er ook niets van kennen. Maar het werkte. Het ding praatte. Ik gaf Patricks thuisadres in — zonder huisnummer. ‘Dat hoeft niet, dat is veiliger,’ zei ik.

Patrick zette blij zijn helm op, trok zijn handschoenen aan en reed weer weg.
Ik ging terug naar binnen.

‘Hoezo, is het gelukt? Hoe heb je dat gedaan?’ vroeg Bart.

‘Rustig blijven, focussen en alles overlopen. Zijn instellingen stonden niet juist,’ zei ik.

‘Rare man,’ zei hij.

‘Ja, heel speciaal. Maar nu moet hij wat oefenen. Ik ga eerst mijn handen wassen,’ zei ik.

——————–
Er zijn hiaten. Een soort lege kamers. Lege dagen-kamers.
Wat niks wil zeggen.

(Hier stond het relaas over Patrick en het koppelen van zijn telefoon aan zijn moto.)

Ondertussen is er nog altijd minstens 1 hiaat, iets met ‘iets’ dat zich verstopt achter de borden in de keukenkast of in de suikerpot, grijpbaar maar net niet, zo gaat dat met hiaten. En het kan ook onder de sofa zitten.

OF NEGENENDERTIG (2/2)

Ritten naar een industriezone in Zaventem, andere ritten naar een andere industriezone in de buurt van Schiphol. Telkens veel vliegtuigen, ja, maar enkel in de verte en zonder vooruitzicht op licht, water, zorgeloze en stralende dagen.

Wat naar Cunningham leidt.
Misschien moet ik zijn Stralende dagen herlezen. Het ligt op de stapel in de keuken, ik zou het zo kunnen vastnemen, doorbladeren, me ervan laten doordringen. Lezend mens-zijn. I am a reader.

En de klaprozen! En de viooltjes!

(En de blik in de ogen van hun dochter! Plots een shift, plots twijfel in haar ogen! Besefte ze het?
‘Vasthouden, dit! Laat je niet doen, laat je niet meenemen in de té hooggegrepen droom van die ouder wordende man, die droom is niet de jouwe!’ probeerde ik te seinen.
Achteraf gezien hebben mijn signalen niks geholpen. Nog niks. Ik had het moeten uitspreken. Ik mocht het niet uitspreken.)

What else?
Music?
The Cello Song, Gina Birch? Hutterite Mile van 16 Horsepower? Yo La Tengo, For You Too?
En, en?

OF NEGENENDERTIG

Op een paar weken tijd zag ik minstens zeven of acht regenbogen. Of negen of tien. Hele en halve.

En blikken op — of verhalen over — geiten, schapen en ezels.

Over paarden.

Over stortafval achteraan in hunnen hof.

Over appelbomen.

Over cursussen, examens, nog meer cursussen en nog meer examens.

En over quota en bonussen, marktanalyses, marketing, Salesforcetoestanden, POS’en, KPI’s en ander Latijn – woorden en afkortingen die niet verdienen om te bestaan, om te blijven bestaan, om voortdurend druk te leggen op zo veel mensen. Zij zijn geen woorden, zij zijn betonnen platen.

KORT – 14

Franz Kafka spookt hier rond en laat sporen na.

WINDE WINDE

‘Ik denk dat hij gewoon een hersenschudding heeft…,’ mailt Bart me.

Ik schiet in een lach en stuur een smiley terug.

Het klopt: die man van het bloed en de boordsteen, die heeft een hersenschudding. Geen lichte. Hij zou moeten rusten, maar loopt door de tuin, tast aan zijn hoofd, alsof hij kan voelen wat er aan de hand is.

Binnen gaat hij op bed liggen. Zijn lichaam zakt weg, zijn hoofd niet. Hij droomt even weg en schiet weer wakker. Met gesloten ogen zoekt hij zijn hersenen af, alsof de droom ergens verstopt ligt. Er blijven enkel wat kleuren over: groen, rood, zachtgeel. Ze vloeien in elkaar, vormen patronen die doen denken aan de jaren vijftig en zestig. Behang misschien. Of een gordijn.

Hij houdt zijn ogen gesloten – dat moet, dat is rust – en richt zijn gedachten op Proust, op diens woorden over de Tuilerieën. De geraniums, de wildgroeiende winde.


Ik wist niet dat winde winde was. Ik moest het opzoeken.
Het patroon van het groene, rode en zachtgele komen uit een sjaal die ik kreeg van Leen.
Enkele zinnen uit de Tuilerieëntekst die ik bedoel, vond ik hier: https://www.znor.be/2014/09/05/vrijdag-poeziedag-de-tuilerieen-marcel-proust/
Het boekje waar ik het in las is: Zeewind op het platteland : zeventien rêverieën en een verhaal, van Marcel Proust.
Ik wou dat boekje, vond het niet, maar via het leensysteem van de bibliotheken kwam het toch naar Londerzeel.

Ik kreeg de tip vh boekje dankzij het interview met Dirk De Wachter in De Morgen




VOLLENBAK

De colruyt trekt zich van de oorlogen en doden en daklozen en miserie just niks aan en doet vrolijk voort.
Hij zegt ‘Vollenbak leven’ maar bedoelt in feite en natuurlijk niet dat we vollenbak moeten leven, wel dat we de blauwe collect&go bakken vollenbak moeten vullen en dat we de kofferbak van onze auto vollenbak en met de grootste glimlach vol moeten stoempen en vooral dat we een zo lang en zo hoog mogelijk kasticket moeten krijgen en betalen.
Dat is ‘vollenbak leven’.
Trap er maar in, dat is normaal, want de gekte in de winkels en de winkelstraten en de stapels in de bestelwagens van de pakjesdiensten bevestigen dat i e d e r e e n erin trapt.
Pf.
En de colruyt is niet de enige.
Opsommen wil ik niet, of ja toch, eentje.
Een groot motorrijwielenmerk zegt dat we ten volle van het leven moeten genieten, en dat kan natuurlijk niet zonder hun merk. Vollenbak genieten, absoluut.

En nu ben ik weg, want anders wordt dat hier toch een opsomming en merken-namedropping van jewelste.

Of nee, wacht, ik wil er nog aan toevoegen dat ik voorlopig niet veel zin heb om hier iets te zetten.
Er wachten wel degelijk enkele teksten, maar de moeite om ze rap nog eens na te lezen en ze hier te droppen [plop] is te groot. Te veel gevraagd.
Kader het maar in dat commerciële en marketinggedoe van de colruyt en van dat motorrijwielenmerk en van al die andere. En van de algehele blindheid. Blindheid die overal te zien is. Is dat geen goeie?

Mijn onwil ebt wel weer weg en dan herneem ik.
Fijne feestdagen alvast. Geniet ervan, vollenbak.