BRAINROT NOT

(foto: Marc, januari 2024)

Ik wil wel naar een feelgoodvideo kijken maar ik hou het bij die ene op de site van De Redactie want ik wil niet blijven kijken tot ik brainrot.

Dan kies ik voor adem in adem uit, sluit 3 seconden mijn ogen, adem nog dieper, ga naar buiten en kijk en voel het overal aanwezige overweldigende groene.

Dat is beter.

Ik beweeg wat, het zijn drukke dagen en de stijfheid kroop tot in mijn hals en rug.

Ik buig naar dat groene en rek tot het blauwe, terwijl ik mijn hoofd traag in alle richtingen beweeg en ik de ijswolken hun naam probeer te geven.

Stel je voor dat mijn hersenen ook verstijven. Dat is een no-go.

Ik sluit mijn ogen en kijk nog eens rond: tot het ijs gindsboven, tot het Middellandse Zee-water, die ene ochtend, toen strand en zee nog helemaal leeg waren. No people. De eindeloosheid.

TWEE DUIVEN, OF WHATEVER

Bart zei dat er minder duiven zijn.
‘Ha ja, je hebt gelijk,’ antwoordde ik.
Maar er zitten duiven in mijn hoofd. Twee, om juist te zijn. Ze praten. Dat is eens wat anders.

Vanochtend: een mail van een klant om te melden dat hij zijn factuur instant betaalde. En hij legt me vriendelijk uit wat een instant betaling is.

Gisterenavond, samen met Kim; de zon die de boomstammen en bladeren van ‘ons’ bos rood deed blinken. Dat zo’n licht mooi en zeldzaam is, maar dat we het toch vaak te zien krijgen. Dat we geen telefoon bij de hand hadden. Jaren geleden zouden we gezegd hebben: ‘We hebben geen fototoestel.’

Ik sta weer een cursus achter. Eigenlijk maar een halve, want de cursus over ‘De Eigenschappen Van De MT07’ heb ik vorige week afgewerkt. Nog Te Doen: Deel 2. Over hoe we de MT07s moeten verkopen. Marktpositionering en dergelijke, waarschijnlijk. En nu kreeg ik via mail een van de ‘vriendelijke reminders’ om me te vertellen dat ik de cursus moet vervolledigen.
Tja.
Onze invoerder zou zeggen dat de mail een Zeer Ernstige Zaak is, en dat we strafpunten krijgen als we de cursussen niet afwerken. De invoerder zou ons wijzen op onze ‘Dealerovereenkomst’, lees ‘Contract’.

Mogelijk word ik ook gestraft vanwege mijn niet-wenselijke commentaar in het openbaar.
Maar zij lezen dit niet.
En ik blijf erg beleefd.

De volgende minuten luister ik nog even naar de duiven in mijn hoofd. Het lijkt erop dat ze elkaar van een en ander beschuldigen, maar dat kan nog keren.

Geen cursus nu. Het dossier van Yarne wacht. De oliefilters wachten. De boekhouding wacht.

UITGESTREKT

Ines zei:
Plots lag mijn hart daar. Open en bloot. Zonder pijn, zonder bloedvergieten. Gewoon floep. Heel eenvoudig uitgestrekt op de tafel. Ik had niets gemerkt en er zat niet eens een gat in mijn borst.’

‘Nee, niets romantisch. Eerder iets met de wereld en met die vele, grote, té brede schouders die ik-weet-niet-wat beloven en beweren. Dat ze zomaar alles kunnen veranderen, alles kunnen bedwingen. Zelfs branden en stormen. Dat ze van veel rottigheid goud kunnen maken. Vooral stapels dollars.’

‘Naalden. Een hart vol naalden. Nee, zelf voelde ik niets. Het lag daar, pal voor mijn neus. Een uitgestrekt hart, vol naalden.’

‘Tja. Plots lag het er niet meer. Het zat terug in mij. Ik voelde het. En nee, weer geen pijn, geen bloed, geen wonde.’

‘Met of zonder de naalden, dat weet ik niet. Ik denk zonder, maar zeker ben ik niet. Wie zou die naalden uit mijn hart getrokken hebben? En het klopte. Rustig. Mijn bloed stroomde zoals altijd.’

‘Ik keek naar de plaats op de tafel waar eerder mijn hart lag. Er zat een deuk in het hout. Zou mijn hart echt zo zwaar zijn? En nu? In mijn lichaam? Een zwaargewicht in mijn borstkas?’

‘Ik nam een tafelkleed en legde het over de tafel. Zocht een vaas, plukte snel wat bloemen en zette ze naast de deuk. Ik nam mijn jas en de leiband, riep de hond. Misschien moet ik eeuwig wat wandelen, dacht ik. Dus hier ben ik. Ik rust wat. Ik hou van deze zitbank aan de rand van een veld, of van die andere, aan de rand van een bos. Ik rust en ik kijk. Waar het kan, laat ik de hond los. Die verkent dan vrolijk de omgeving. Zelf blijf ik zitten en kijken.’