Het groene, het blauwe,
het gras, de weiden,
de bloemen, de planten,
de lindeboom, de berken.
De lucht,
de merels, de reigers,
de mussen, de kwikstaarten,
de spelende zwaluwen.
De notelaar, de beuken,
de groene en rode hagen,
de jonge eiken, de late platanen,
de viooltjes – ze hikken.
De rode zon, de maan,
het ijs in de wolken.
Ver.
Hier.