DRIE VISSEN

Wat rest is:
Twee vierkante kilometer oceaan.
Een vierkante kilometer land.
Drie vissen.
Zeven garnalen.
Een kreeft.
Een hond.
Twee koeien.
Drie dromedarissen.
Zes vliegen.
Een paard.
Een schaap.

In een vorig leven van de aarde was het nog een veelvoud van alles, plus de mens. Tien miljoen, Tien miljard, vijftien miljard, tot de aarde explodeerde en implodeerde tegelijkertijd.

“Het is niet waar, dat het water vuil is,” zeiden sommigen.
“Het is niet waar, dat het graan zeldzaam wordt,” zeiden sommigen.
“Het is niet waar, dat de lucht vervuild is,” zeiden sommigen.

Die sommigen en al de anderen zijn dood.
Explosie, implosie, hun lijven in duizenden stukken gereten.
Dag water, dag granen, dag lucht.

Advertenties

WOOLF

Drie woorden volstaan, soms. Bij wijze van spreken.

‘Pointz Hall liet zich in het licht van een vroege zomermorgen kennen als een middelgroot huis.’

‘ …, snoepgoed rolden en … ‘

‘De kleine jongen was achterop geraakt en graaide in het gras.’

‘Wroetend op zijn knieën bezag hij de bloem in haar volheid.’
‘Toen ik opkeek, was de wereld vies, mevrouw Swithin.’

(Uit : Virginia Woolf, ‘Tussen de Bedrijven’ in de vertaling van Erwin Mortier, blz. 26 – 29 – 30 – 30 – 84)

DRIE

“Een wolk. Twee wolken. Drie. Ik herken een olifant, ik herken een dinosaurus.”
“Jef, ben je oké?”
“Ja hoor Nikki. Ik kijk naar de lucht en ik herken.”
“O.”
“Nikki, de mensen zijn vergeten dat de wolken figuren en landschappen zijn.”
“Ja, Jef, dat is waar.”
“Kijk, een echte egel.”
“Een wolkenegel hé Jef.”
“Ja. En daar, een opening naar een andere aarde.”
“Hahaha, Jef. Er zijn geen andere aardes.”
“Nee Nikki, dat is waar. Alhoewel. Maar het is een opening.”
“Een wolkendeur, Jef.”
“Yep, een wolkendeur.”