LANGS DE VELDEN, ANDERS

want ik moet die vierhonderd keer driehonderdduizend bloemblaadjes
want ik moet die vierhonderd keer driehonderdduizend bloemblaadjes
ik moet die laten drogen en sorteren per grootte en per kleur en ze moeten per tien stuks in piepkleine zakjes en in dozen
en ondertussen moet ik nadenken over de marketingcampagne want ze moeten verkocht
en ik denk aan facebook en natuurlijk ook aan instagram en al de rest
maar er moeten ook flyers
en reclamepanelen van vele vierkante meters
en spots, overal, op iedere televisie en radio en natuurlijk op alle schermen
en ik moet mijn marketingstrategie goed in de gaten houden
en de resultaten meten en analyseren en beoordelen

ondertussen zitten die vierhonderd keer driehonderdduizend bloemblaadjes gesorteerd in zakjes per tien stuks in hun dozen
te wachten
te wachten
ik moet die nu aan de man brengen, per zakje
en natuurlijk zullen de mensen die willen kopen
de marketing is nog even bezig
ik moet straks of morgen de eerste bloemblaadjes naar de verdeelpunten brengen
per drie dozen of per tien
naar overal

het nut ervan ken ik niet
de bloemblaadjes, ja
het waarom ervan weet ik niet
de bloemblaadjes, ja
zelfs per tien zijn ze mooi
en per tienduizend of meer
in hun zakjes en dozen

GANS

Maar, zei de Walter, je moet een madelief nemen en je moet de bloemblaadjes tellend plukken, een, twee, drie maar je moet er eerst aan ruiken en als het al te laat is dan herbegin je met een andere madelief, je ruikt, je plukt, je telt, een, twee, drie, vier en je houdt je gedachten bij het tellen en bij de bloemen en je onthoudt de geur in jouw neus en daarna vlij je je neer in het malse gras en je sluit de ogen en als je ze weer opent dan zie je de blauwer dan blauwe lucht en je ziet de zon in al haar glorie en je ziet het licht dat zij werpt op de ganse natuur en je eigent je die toe en je klopt met je hand op je hart en je zegt en herhaalt dat ‘gans’ wel degelijk het juiste woord is en je sluit de ogen en je dommelt in en plots droom je en het is een mooie droom maar je zal hem niet vertellen en je kijkt naar de maan, die is vol en ze werpt een nieuw licht en naast de maan staan miljoenen sterren en je kunt het niet geloven en je ziet het licht en het duister en het licht en het duister en ‘o, wacht,’ zeg je en je begint ze te tellen, een, twee, drie, vier en je herbegint, een, twee, drie, vier en je valt opnieuw in slaap en je droomt een volgende droom maar ook die vertel je niet en als je wakker wordt is het ochtend en daar is ze weer, zij, die van het licht, in al haar glorie en ze verandert de kleuren, ze kan toveren, niet? en ze stijgt en verandert de schaduw en ze verandert de kleuren van de bomen en van de bloemen en je kijkt –
verwonderd –
zei de Walter.