ZELF-

En wat als het water? Wat als de oceanen, de zeeën, de orka’s, de dolfijnen, de vissen, het plankton? Het zeewier? De riffen?
Wat als de bossen? De bomen, de struiken, de velden, de planten? Ons groener dan groene gras? De paardenbloemenpluizen?
En wat als de dieren? De olifanten, de leeuwen, de nijlpaarden, de zebra’s? De koeien en paarden? De varkens? De honden en katten? De bijen en kevers? De vlinders? De mieren?
Of de vogels? De arenden en gieren? De meeuwen en ganzen? De merels? De mussen? De roodborstjes, de vinken, zelfs de papegaaien?
En wat als de mens? Ons lichaam? Ons hart, onze longen? Onze handen en voeten? Onze ogen? Onze adem, ons bloed?
Of. Deze aardbol? Onze aarde? Wat als onze aarde? Haar stromen, haar stormen, haar bergen en vulkanen, haar bergen en vlaktes? Haar levens en leven? Het onze?

Advertenties

EN DE BOOM EN DE GROTEN

mondriaan grijze boom 1911
Piet Mondriaan, De Grijze Boom (herh.)

En de boom?
Hij reikt en hij reikt, naar lucht en naar aarde
en groeit.
En reikt en heeft uitzicht over de velden en steden
en over de oceanen.
Ondertussen:
De rebellen proppen de Groten Der Aarde in een grot.
Andere Groten Der Aarde verrijzen.
De rebellen proppen de Groten Der Aarde in een grot.
Andere Groten Der Aarde verrijzen.
De rebellen proppen de Groten Der Aarde in een grot.
Andere Groten Der Aarde verrijzen.
De rebellen proppen de Groten Der Aarde in een grot.

DRIE VISSEN

Wat rest is:
Twee vierkante kilometer oceaan.
Een vierkante kilometer land.
Drie vissen.
Zeven garnalen.
Een kreeft.
Een hond.
Twee koeien.
Drie dromedarissen.
Zes vliegen.
Een paard.
Een schaap.

In een vorig leven van de aarde was het nog een veelvoud van alles, plus de mens. Tien miljoen, Tien miljard, vijftien miljard, tot de aarde explodeerde en implodeerde tegelijkertijd.

“Het is niet waar, dat het water vuil is,” zeiden sommigen.
“Het is niet waar, dat het graan zeldzaam wordt,” zeiden sommigen.
“Het is niet waar, dat de lucht vervuild is,” zeiden sommigen.

Die sommigen en al de anderen zijn dood.
Explosie, implosie, hun lijven in duizenden stukken gereten.
Dag water, dag granen, dag lucht.