EEN EEN (ECHO)

15.00 (roepend)

Meneer! eer! eer! eer!
Mevrouw! ouw! ouw! ouw!
Hallo! o! o! o!
Ik zie u! u! u! u!
Hoort u mij? ij? ij? ij?

03.00 (fluisterend)

Hallo?
Meneer? Mevrouw?
Ik ben hier.
Waar zijn jullie?
Ik ben hier.
Ik ben hier.

Advertenties

ELISE (4 van 4)

Hij is hier, bij mij en we praten vaak. Niet iedere dag, maar als ik hem iets wil vertellen, dan is hij er.
‘Kom hier, nieuw meisje,’ zo zei hij het ook vaak toen hij leefde, ‘je bent weer helemaal anders en nieuw,’ zei en zegt hij telkens, en hij bleef en blijft zacht, zo zacht, en strelend, met zijn houthakkershanden.

ELISE (3 van 4)

Of toen die ene boom omverviel. De storm.
‘Ze zijn kaprijp, ik moet een kapvergunning aanvragen, ze moeten allemaal omgelegd worden, de sterkte is nu uit het bos, er moeten nieuwe komen, ook zij zullen groeien,’ zei hij. Het maakte hem zowel verdrietig als blij, en hij kon er uren blijven naar kijken, zelfs als er bezoek was, dan ging hij aan het raam staan, of buiten, en zei hij niks meer en keek hij naar de bomen.

ELISE (1 van 4)

Ik word tachtig, maar ik weet het allemaal nog heel goed. Hij. Hem. Wij.
We waren elkaars grootste liefde. Ik voel hem nog altijd, hier, in mijn hals, zijn lippen. En zijn handen. Zacht en strelend. Minnend, verkennend, altijd opnieuw.
‘Jij blijft eeuwig nieuw, Ik vind altijd nieuwe poriën,’ zei hij. ‘Ze zijn van jou, ze zijn van mij,’ zei hij. En hij minde en verkende en streelde en vond en mocht en hij minde, beminde, opnieuw en opnieuw en opnieuw.

HARD

‘Maar,’ zei hij, ‘Het doet me plezier om te weten dat jij weet dat wij weten hoe hard het kan gaan. Hard hard hard dus, ja. Het is hard, gaat hard en hardt hard, en we moeten onze handen en harten harden, want anders gaat het niet, dan houden we het niet, dan sijpelt er water door de oude asbestplaten, we kunnen niet anders – stel je voor dat we die platen zouden moeten inpakken, in ellenlange meters plastiek, en dan zouden we zelf zo van die witte pakjes en maskers moeten dragen, stel het je voor! – en bovendien, de verspilling…. Dus ja, het gaat hard, jij weet dat, wij weten dat, zo hard als die gast die ze onlangs tegenhielden, net geen driehonderd per uur met zijn R1, ja, die blauwe, je kent hem toch ook? Zo hard. Harder dan hard, arduin uit de Kempen, was het uit de Kempen? En de meeste mensen weten niet eens, zij kennen niet eens, zij zagen nog nooit, zij voelden niet één keer, never, nie, nooit, ik kan het niet genoeg benadrukken, niet, nicht, not, pas, nee, dat kan ik niet nalaten, ik moet dat, zo hard, benadrukken, doef!’

(Weergave van weken 2018/3 en 2018/4. De R1 staat op zichzelf en zegt, zonder de andere woorden, alles.
De R1 moést blauw zijn.
Model 2018 is pas leverbaar in april of mei, vandaag uitsluitsel, maar dat wil in ieder geval zeggen dat de tijden niet kloppen.)

KOEIEN KOEIEN

Storm stormt.
Regen regent, wind windt, bomen bomen.
Straten straten, huizen huizen, mensen mensen.

Kinderen kinderen.
Ballen ballen, kleuren kleuren, lachen lachen.

Gras grast, pieren pieren, mollen mollen.
Koeien koeien, weien weien.

Aarde aardet.
Lucht lucht.
Zon zont, licht licht, adem ademt.