ZIJ

Er is een boer. Er is een boerin. Zij melken de koeien.

Advertenties

ELEONORE TYPT (3/3)

’s Avonds, thuis, is ze moe.
Ze zou nog dit moeten
Ze zou nog dat
Ze eet een boterham.
Ze kijkt uit het raam.
Ze ploft in de sofa.
Ze kijkt televisie.
Ze denkt aan het typwerk.
Ze valt in slaap.

De volgende ochtend moet Eleonore terug veel typen.
Ze typt een nieuw verslag.
Ze typt een brief.
Ze herbegint.
Er is geen koffie meer.
Haar baas komt langs.
“Ja, meneer. Nee, meneer.”
“Vetzak,” denkt ze.
Ze typt.
Ze typt.
Lunch.
Ze typt.
Ze typt.
Ze gaat naar huis.
Ze zou nog dit
Ze zou nog dat
Ze kijkt uit het raam.
Ze kijkt televisie.
Ze gaat naar bed.
Ze denkt aan het typwerk van de volgende dag.
Ze valt in slaap.

ELEONORE TYPT (2/3)

Eleonore is de secretaresse van de garagistenbond.
Ze typt een brief.
Ze typt nog een brief.
Ze typt het verslag van de laatste vergadering van het bestuur.
Ze stuurt het verslag naar haar baas.
Ze typt nog een brief.
Ze maakt een database van namen, bevoegdheden, adressen en telefoonnummers.
Ze houdt de agenda van haar baas bij.
Ze typt een uitnodiging.
Ze brengt wat wijzigingen aan in een ander verslag.
Ze typt.
Ze typt.
Ze print etiketten.
Het is pauze. Ze gaat even naar buiten.
Ze typt.
Ze typt.
Ze moet goed op de bedragen letten.
Ze typt.
Ze herberekent. Alles is juist.
Het is middag. Eleonore eet een boterham, drinkt een koffie, neemt haar mantel en maakt een korte wandeling.
Ze typt.
Ze telefoneert.
Ze telefoneert nog eens.
Ze klasseert de facturen.
Ze maakt de map voor haar baas klaar.
Ze neemt haar mantel.
Ze neemt de post mee naar buiten.