ZE VLIEGT PARALLEL

Paul Klee Senecio-1922
Paul Klee, Senecio, 1922

 

Tja, zegt ze, dat zal dan wel.
Ze haalt de schouders weer eens op en vertelt over haar dag. Dat de vlieg parallel met de venster vliegt. Dat de autosnelweg verschoven is naar haar straat. Horizonten zijn nu nevelig, zegt ze, maar straks ben ik op het strand en priem ik naar het verste water dat ik kan zien en begraaf ik mijn handen en voeten onder een van de zandkastelen, voor even, zegt ze.
Ik leid een eindeloos, rusteloos, doelloos, kansloos leven, zegt ze. Bomen zijn geen bomen meer, maar draken. Links de lelijke draken, rechts de mooie.
Maar het begon allemaal met het mannetje dat langs een stoelpoot naar de rugleuning kroop, en van daar de sprong naar het tafelblad waagde, en op het tafelblad vijf kilo zand uitstrooide en er dan een tekening in maakte, een tekening van pasteldoorkleurde korrels, een tekening van glooiende lijnen en oases.
Maar nu? Zegt ze. Er stopt een vrachtwagen. Hij is het begin van een file. Twee, drie, vijfendertig. De vlieg heeft het ook gezien en vliegt vijf, tien, vijftien, vijftienhonderd meter langs de vrachtwagens. Plots begint de vlieg een slalom. ‘Links, rechts, links, rechts,’ denkt de vlieg en de vrachtwagens blijven staan tot de autostrade zich van de straat naar haar oude route verplaatst. De vlieg doet een poging maar pats.
Zo gaat het nu altijd, zegt ze.
Het mannetje zit nog altijd op de tafel en bekijkt zijn kunstwerken. Het herkent de vrolijkheid van het leven en koopt een strandstoel en een krant. Hij leest en valt in slaap, reist in het land van de onbezorgde slapers en vertelt zijn bevindingen aan iedereen die het wil horen. Het enige dat je moet doen is ademen, zegt het mannetje, en naar de horizonten kijken. Zie, de zee beweegt.
Ze haalt de schouders weer eens op en vertelt over haar dag en over alle andere dagen. Mijn hoofd gaat op stap, zegt ze, en het vergeet de vorige minuten. Ik heb maar een minuut per keer meer. Hoe heet jij ook weer? Maar we zijn nu vlakbij Leuven en in het volgende nu zijn we in onze straat en zijn de bomen nog altijd de oude bomen maar hoe heten die ook weer? En jij? En jouw hond? En dat ze niet gehuild heeft, ze huilt niet meer, zegt ze, het leven is mooi, zo minuut per minuut, ik hoef me geen zorgen meer te maken over gisteren noch over morgen noch over de waslijsten van boodschappen. Heb je een potlood voor me? Zodat ik kan tekenen?
Ik vraag haar waar de draken naartoe zijn.
De lelijke en de mooie? Vraagt ze.
Ja, zeg ik.
Ik heb ze allemaal opgegeten, zegt ze, en ze grinnikt. Hier is wel veel lawaai hé, zegt ze. Dat komt door al die auto’s en vrachtwagens. Hoor ze razen, zegt ze. Misschien kan ik springen en meerijden? Misschien kan ik dat iedere minuut herhalen, springen en rijden, springen en rijden, springen en rijden?
Mijn stoel is een goeie, zegt ze. Hier, zo, vlakbij het groen. Nee, hier is geen lawaai. Hier zijn alleen maar bossen en kastelen. Ja, nu weet ik het weer. Ja natuurlijk kijk ik ook televisie, zegt ze, met al die programma’s.
Ze geeuwt.
Ik ben moe, zegt ze. Ik ga in bed, zegt ze. Ik ga in bed, zegt ze.

Advertenties

HET VROLIJKE OLIJKE SPINNETJE EN DE ROZE SNEAKERS

louise bourgeois, untitled
Louise Bourgeois, untitled.

Het vrolijke olijke spinnetje wou een stel roze sneakers van Adidas maar vond ze niet in haar maat. Daardoor was het spinnetje niet langer vrolijk en besliste het dat het nooit meer de reclamefolders van de sneakers van Adidas zou bekijken.
Hetzelfde voor een tweede merk.
Hetzelfde voor een derde merk en voor alle websites die sneakers verkochten.
Het spinnetje bleef een dag of wat verdrietig en besliste dan dat het zich bij de feiten moest neerleggen. Het vond dat het iets moest doen om niet meer aan de sneakers te denken en het begon aan een marathon. Dat lukte. Het spinnetje had immers voldoende poten en het had geen moeite met de lange marathonafstand. De volgende dag liep het dezelfde afstand opnieuw, en de dag daarna nog eens.
Door de vele moeiteloze marathons kwam het vrolijke olijke spinnetje in de krant en kreeg het een artikel van een halve pagina. Omdat het zo’n leuk artikel was, werd het vrolijke olijke spinnetje gecontacteerd door een reclamebureau en kreeg het talloze aanbiedingen voor openingen van shopping-centra en zo voort. Het spinnetje voelde zich gewaardeerd en was gelukkig. Het was zelfs vrolijker en olijker dan ooit, tot iemand hardop zei ‘het is maar een klein spinnetje’. Het spinnetje hoorde de nadruk op het woord ‘klein’ en dacht terug aan de roze sneakers die het nooit zou hebben. Die gedachte vergalde haar dag.
Punt.
Het spinnetje herpakte zich en liep nog een marathon, en nog een.
Punt.
Het spinnetje bleef marathons lopen en kwam in een paar andere kranten en tijdschriften en het werd een hype. Het spinnetje kreeg een merchandisinglijn. Men fabriceerde, verkocht en kocht massaal vrolijke-olijke-spinnetje truien, T-shirts, petten, puzzels, blocnotes en schriften, bics, ballonnen, regenjasjes en zo voort.
Er werden, speciaal voor het spinnetje, zelfs mini-roze-sneakers-in-de-juiste-maat-en-in-allerlei-kleuren gemaakt! Ook die werden massaal gefabriceerd, verkocht en gekocht!
En gelukkig dat het spinnetje daarvan werd! En nog veel vrolijker en olijker dan ooit! En het bleef nog een jaar een hype!
Punt!

HET ZWEMBAD WAS NIET VOOR MIJ, MAAR VOOR DE PAARDEN

mondriaan grijze boom 1911
Piet Mondriaan, De Grijze Boom.

Het waren bijzonder zware weken:

  • Nero, onze dikke, rosse kater, is weggelopen.
  • Ik heb de dop van de fles Evian geschroefd.
  • Ik heb mijn linkervoet vijf centimeter verzet.
  • De lakens zijn niet langer van flanel.
  • De overhemden moesten XL zijn.
  • De kinderkoets reed hier voorbij, solo.
  • De dame kroop in de kast.
  • De dame kroop uit de kast.
  • De citroenen lagen op een rij. Ik schrok ervan.
  • De buren snoeiden de haag, links.
  • Zal de aloë vera bloemen? Het was en is bijzonder spannend.
  • Het mannetje naast de speculaasvorm. Tja.
  • De opbrengst was vijf euro.
  • De papegaai praat niet meer, zegden ze.
  • De watervallen van Coo werden hertekend, maar daar bleef het bij.
  • De veiligheidsspeld. Ik zocht de veiligheidsspeld.
  • Dat ene beeld, van drie op vijf centimeter, zal eeuwig blijven hangen.
  • Er was muziek.
  • Er was geen muziek.
  • Joke werkt tot zes juni.
  • De bril zat in de zijzak.
  • Die stoeltjes komen nog uit het klooster.
  • Iedereen: soep.
  • Dezelfde ekster zat bij dezelfde buren.
  • Het zwembad was niet voor mij, maar voor de paarden.
  • Onder begeleiding. Drie instructeurs.
  • Net zoals in de regering.
  • Cayennepeper, kurkuma, kaneel, gember, citroen. Terugkerend.
  • De duif is morsdood, door een kogel.
  • Ben vertrekt op bedevaart. Nog een maand, denk ik.
  • Het was een groene map.
  • De verzekering werd nog niet betaald. Het was niet echt nodig, zei hij.
  • Er viel nieuwe regen. Er valt ook nu nieuwe regen.
  • Ik verhuisde het tinnen potje.
  • Er is nog een enkele lucifer. Als die op is, worden ze niet meer gefabriceerd.
  • ‘Stilte in Augustus’ zou een boek zijn. Is het een boek?
  • Ik zei dat de ficus klein moest blijven.
  • De flesjes Gaultier. Zo werden zij een constante.
  • Fluogeel en fluoroze.
  • Het lichtje pinkte en de deur stond wagenwijd open.
  • Drie minuten voor. Inderdaad. Maar dan na de klokslag.
  • Ik kende de code.

En zo voort. Zoals ik al zei. Het waren bijzonder zware weken.

VOLATIEL

 

Geslacht: Man

Woonplaats: Londerzeel

Leeftijd: 43

Geboren te: Mechelen

Motivatie (bondig aub): De uitdaging, de belegging, het spel

Uw uitleg:
Ik ben niet geïnteresseerd in een spel, maar u daagde me uit. Gezien de omstandigheden (en voor een keer) kan ik daar niet aan weerstaan. U zegt dat ik uw belegging niet kan evenaren, maar dat kan ik makkelijk. U zegt dat, wat u voorstelt, een goede investering is, maar dat moet ik tegenspreken. Het wordt niks. U kent blijkbaar de risico’s niet. U kent blijkbaar de volatiliteit niet. Ik ken die sector. Ik heb er jarenlang in gewerkt. Ik ken de zwakke punten, ik ken de do’s-and-don’ts. Ik weet hoe die sector reageert op de huidige economische omstandigheden én op de nakende veranderingen door het internet en door het groeiende terrorisme. Nee, ik kies voor een andere belegging. De door mezelf herdoopte madcaps. Daar heeft u niet van terug en dat weet ik.

ZE KAN NOG TEKENEN, ZEGT KATRIEN

Soulages
Pierre Soulages (herh)

Mijn rechterarm en mijn linkerbeen, net boven de knie.

Ja.

Nee.

Nee. Nu is het wel genoeg geweest.

Blauw.

Nooit.

Ja, dat wel.

Dat weet ik niet.

Niets. Hoofdkleur groen.

Jaha, het viel op.

Nee. Het is echt genoeg geweest.

 

Katrien vraagt of ik haar alleen wil laten. Ja, natuurlijk, zeg ik, en dat ik helemaal niet van plan was om lang te blijven. We omhelzen elkaar. Ik huil. Ze zegt dat ik niet moet huilen. Dat het haar zal lukken en dat de pijn meevalt. Dat ze bezig is aan een tekening en dat ze het nog kan. Ik knik en ga met dichtgeknepen keel naar buiten.

KATRIEN

saul leiter jane pearson
Saul Leiter: Jane Pearson, c. 1948.

 

Katrien vertelde dat er iets als een breuklijn door haar leven gelopen was. Meer zei ze niet. Ik bekeek haar, zag haar slikken en blijvend door het raam kijken. Ze slikte nog eens.
Ik wachtte. Zou ze niet meer vertellen? Maar ze zweeg en liet haar blik vast op de tuin rusten.
Het begon te regenen en Katrien knipperde met de ogen, maar wendde het hoofd niet af of zei ook niet ‘Het regent.’
Ze slikte weer.
Ze rilde.
Ze bleef naar buiten kijken.
Ze sloot de ogen en veegde met haar handen over haar ogen, over haar wangen.
Ze keek terug naar buiten.

ZINTUIGLIJK


Een deel van het huis brandde af. Een ander deel stortte in. Veel hebben we niet kunnen redden: de hond, de poes, wat geld, wat kleren en enkele planten.
Mijn zus vroeg ‘Huh, planten?’
En ik antwoordde ‘Ja. Mijn planten zijn heilig.’
Ze schudde me dooreen.
Ik werd wakker.
Een deel van het huis brandde af, een ander deel stortte in. Veel hebben we echt niet kunnen redden: de hond, de poes, wat geld, wat kleren, enkele binnendeuren, mijn verzameling van flesjes Gaultier.
‘Ze zijn fotogeniek,’ zei iemand.
Ik antwoordde: ‘Het zijn kleine flesjes.’
Niks, niks blijft over van de duizenden ochtenden. Het behangpapier werd as.
Het is mistig, en ik hoor de voetstappen van die ene song.
Het is mistig, en ik zie de beelden van die ene film.
Een deel van het huis brandde af. De vijver tegenover het huis heeft niet kunnen helpen. De brandweermannen waren net terug uit vakantie. Honderdduizend luchtballonnen bestaan niet. Paarden kunnen niet praten. Jef is overleden. Marie verblijft nu in het woonzorgcentrum – want zo heten de rusthuizen tegenwoordig – en mocht haar strijkijzer niet meenemen.
Het is mistig, en ik hoor de voetstappen van die ene song.

Londerzeel, de ochtend van 14 mei 2016.