‘behalve Boreas die hen naar huis zou blazen.’
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Anemoi )
1. HIJ ZEGT, DE WIND
1 – Zegt de wind:
“Ik ben de wind. Ik zie de bomen, ik loop ernaartoe, ik raak ze aan, ik beroer de bladeren en de takken, ik raas langs de stammen.”
2 – Ik ben een toeschouwer.
Ik luister naar wat de wind zegt, ik kijk. Ik hoor en zie de bomen ruisen, de takken wiegen, de bladeren bewegen.
3 – Het is laat.
4 – Zegt de wind:
“Ik begeleid de zonsondergang. Ik help de lucht kleuren, ik help de zon om over alle landen te schijnen. Ik blaas, ik streel, ik zucht. En de kleuren veranderen.”
“Voor jou,” zegt de wind, “verdwijnt deze zon, even.”
5 – Ik blijf toeschouwer.
Ik luister, ik weet dat de wind gelijk heeft, dat het kleurenpalet verandert, dat de zon in de zee zakt en dat de golven de overgang naar de nacht begeleiden.
STACCATO
Stac
Staccat
Er zit iets in mijn k
Ik kan amper pr
Het lijkt muurv te zi
Ik weet niet w
Ik probeer het door te sl
Het voe
Het is niet nik
Zelfs ademen luk
Is er een verdi ?
Ik kijk in de spi
Ik doe een paa oefe
Mijn hals mijn n
Beweeg ook mijn arm en be
Misschien moet ik wat wan ?
Wat ontsp ?
Daarna blijf ik rus zitt
Ik slik en sli
Ik wacht
Ik wa
Het is een no
Het is een noot
KAFKA AFORISME 109
“We kunnen niet zeggen dat het ons aan geloof ontbreekt. Alleen al het eenvoudige feit dat we leven heeft een onuitputtelijke geloofswaarde.”
‘Zit daar geloofswaarde in? Je kan toch niet niet-leven.’
‘Juist in dat “kan toch niet” huist de waanzinnige kracht van het geloof; in die ontkenning krijgt die kracht gestalte.’
_____________________________
Je hoeft het huis niet uit te gaan. Blijf aan je tafel zitten en luister. Luister niet eens, wacht gewoon. Wacht niet eens, wees volkomen stil en alleen. De wereld zal zich bij je aandienen om te worden ontmaskerd, ze kan niet anders, in extase zal ze voor je kronkelen.
uit: Franz Kafka, Een kooi ging eens een vogel zoeken
Aforismen
Vertaald door Martin de Haan | Kopernik 2025

DARGER
Gisteren:
Het veranderende licht, het veranderende blauw.
1 enkele blik op kunst. Op iets wat kunst zou moeten zijn / zou kunnen zijn. Lignes et surfaces. Escaliers. Ik kijk even rond.
De ‘Lignes et surfaces’ doet me aan het werk van Mieke voor Merel en Mus denken. 1 van de trappen doet me dan weer denken aan het werk van Leon Spilliaert.
(Ik ga naar zee, zee)
En een flashback naar het werk van Henri Darger. Ik zoek hem nu [vandaag] terug. https://flash—art.com/2017/06/henry-darger-center-for-intuitive-and-outsider-art-chicago/
https://www.paris-art.com/lignes-surfaces/
Vandaag: ik verdraag blijkbaar enkel Calexico.
Ik moet P1 opmaken. Ik moet inboeken en uitpakken. 13 dozen, die zullen me geluk brengen, ha.

BRAINROT NOT

(foto: Marc, januari 2024)
Ik wil wel naar een feelgoodvideo kijken maar ik hou het bij die ene op de site van De Redactie want ik wil niet blijven kijken tot ik brainrot.
Dan kies ik voor adem in adem uit, sluit 3 seconden mijn ogen, adem nog dieper, ga naar buiten en kijk en voel het overal aanwezige overweldigende groene.
Dat is beter.
Ik beweeg wat, het zijn drukke dagen en de stijfheid kroop tot in mijn hals en rug.
Ik buig naar dat groene en rek tot het blauwe, terwijl ik mijn hoofd traag in alle richtingen beweeg en ik de ijswolken hun naam probeer te geven.
Stel je voor dat mijn hersenen ook verstijven. Dat is een no-go.
Ik sluit mijn ogen en kijk nog eens rond: tot het ijs gindsboven, tot het Middellandse Zee-water, die ene ochtend, toen strand en zee nog helemaal leeg waren. No people. De eindeloosheid.
TWEE DUIVEN, OF WHATEVER
Bart zei dat er minder duiven zijn.
‘Ha ja, je hebt gelijk,’ antwoordde ik.
Maar er zitten duiven in mijn hoofd. Twee, om juist te zijn. Ze praten. Dat is eens wat anders.
Vanochtend: een mail van een klant om te melden dat hij zijn factuur instant betaalde. En hij legt me vriendelijk uit wat een instant betaling is.
Gisterenavond, samen met Kim; de zon die de boomstammen en bladeren van ‘ons’ bos rood deed blinken. Dat zo’n licht mooi en zeldzaam is, maar dat we het toch vaak te zien krijgen. Dat we geen telefoon bij de hand hadden. Jaren geleden zouden we gezegd hebben: ‘We hebben geen fototoestel.’
Ik sta weer een cursus achter. Eigenlijk maar een halve, want de cursus over ‘De Eigenschappen Van De MT07’ heb ik vorige week afgewerkt. Nog Te Doen: Deel 2. Over hoe we de MT07s moeten verkopen. Marktpositionering en dergelijke, waarschijnlijk. En nu kreeg ik via mail een van de ‘vriendelijke reminders’ om me te vertellen dat ik de cursus moet vervolledigen.
Tja.
Onze invoerder zou zeggen dat de mail een Zeer Ernstige Zaak is, en dat we strafpunten krijgen als we de cursussen niet afwerken. De invoerder zou ons wijzen op onze ‘Dealerovereenkomst’, lees ‘Contract’.
Mogelijk word ik ook gestraft vanwege mijn niet-wenselijke commentaar in het openbaar.
Maar zij lezen dit niet.
En ik blijf erg beleefd.
De volgende minuten luister ik nog even naar de duiven in mijn hoofd. Het lijkt erop dat ze elkaar van een en ander beschuldigen, maar dat kan nog keren.
Geen cursus nu. Het dossier van Yarne wacht. De oliefilters wachten. De boekhouding wacht.
UITGESTREKT
Ines zei:
‘Plots lag mijn hart daar. Open en bloot. Zonder pijn, zonder bloedvergieten. Gewoon floep. Heel eenvoudig uitgestrekt op de tafel. Ik had niets gemerkt en er zat niet eens een gat in mijn borst.’
…
‘Nee, niets romantisch. Eerder iets met de wereld en met die vele, grote, té brede schouders die ik-weet-niet-wat beloven en beweren. Dat ze zomaar alles kunnen veranderen, alles kunnen bedwingen. Zelfs branden en stormen. Dat ze van veel rottigheid goud kunnen maken. Vooral stapels dollars.’
…
‘Naalden. Een hart vol naalden. Nee, zelf voelde ik niets. Het lag daar, pal voor mijn neus. Een uitgestrekt hart, vol naalden.’
…
‘Tja. Plots lag het er niet meer. Het zat terug in mij. Ik voelde het. En nee, weer geen pijn, geen bloed, geen wonde.’
…
‘Met of zonder de naalden, dat weet ik niet. Ik denk zonder, maar zeker ben ik niet. Wie zou die naalden uit mijn hart getrokken hebben? En het klopte. Rustig. Mijn bloed stroomde zoals altijd.’
…
‘Ik keek naar de plaats op de tafel waar eerder mijn hart lag. Er zat een deuk in het hout. Zou mijn hart echt zo zwaar zijn? En nu? In mijn lichaam? Een zwaargewicht in mijn borstkas?’
…
‘Ik nam een tafelkleed en legde het over de tafel. Zocht een vaas, plukte snel wat bloemen en zette ze naast de deuk. Ik nam mijn jas en de leiband, riep de hond. Misschien moet ik eeuwig wat wandelen, dacht ik. Dus hier ben ik. Ik rust wat. Ik hou van deze zitbank aan de rand van een veld, of van die andere, aan de rand van een bos. Ik rust en ik kijk. Waar het kan, laat ik de hond los. Die verkent dan vrolijk de omgeving. Zelf blijf ik zitten en kijken.’
GATEN
Gisteren: een gat in de wolken, een blauw gat. Een vage regenboog priemde erdoorheen. Plantte de regenboog zich in het veld van Thijs en Lise? Zullen er nieuwe regenbogen groeien?
Vanochtend: de man met de bordercollie heeft voor het eerst heel duidelijk zijn hand naar me opgestoken. Jarenlang hield ik vol: een knik, een glimlach, een hand in de hoogte. Maar hij wuifde, overtuigend, en als eerste.
Nieuw boek van heum. Het is zo anders dan het marmerboek.
Twee minuten voor het werk: twee minuten Niedekker. De opsommingen, de opsommingen. Plots doet het boek me aan Virginia Woolf denken. Ik google. Het klopt – er is een link.
Mag het zo duidelijk zijn? Moet het zo duidelijk zijn?
De dozen haalde ik al binnen; ze zijn open, de paklijsten liggen naast me. Ik blijf bij de ‘boeken’ en ga inboeken. Major error in de leverancierssite. Fatal error? (Wat me luidop doet lachen.)
DE HOUTEN SCHADUW
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het niet goed gaat.
Je hebt links een rode en rechts een gele sok. Je loopt in je blote benen, met een wollen trui en een sjaal.
Een uur geleden stond je in de zon. Je staarde naar de schaduw van de nog naakte plataan.
Je bewoog niet.
Nee, ik kan me niet van de indruk ontdoen dat je te veel gewicht draagt.
Maar het zonlicht hielp. De houten schaduw van de nog naakte plataan.
HET. HET WAAIT.
Het is er bijna.
Hopelijk vliegt het over.
Misschien waait het snel over.
Oef.
Bijna uit zicht.
Ai, het komt terug.
Het hangt.
Het zoemt.
Het komt dichterbij.
Wees niet bang.