REUTEMETEUT NUMMER HONDERDDRIEENZESTIG

’t Is ’t een en ’t ander hé mijnheer Macharis. Gisteren een man die zijn vrouw de keel over sneed. Eergisteren drie jongeren die met supermachogeweren een groep buurtbewoners neerkogelden. Vorige week vijftien doden in de Chinese wijk en niemand weet wat er gebeurde. En de week daarvoor een gezin van moeder, vader en drie kleine kinderen…

Ik dacht, ik leg die hele reutemeteut naast me neer. Het geweld, de oorlogen, de moordpartijen maar ook het oude bankengedoe en gedwongen faillissementen en overnames door nog grotere groepen. Geen dikkenekburgemeesters meer voor mij. Geen omgekochte douaniers meer – bij ons in de haven…. Het heeft geen naam, mijnheer Macharis… U kunt zich niet voorstellen wat daar het voorbije jaar gebeurde…. En het wordt hoe langer hoe erger….
Maar goed.
Ik dacht ik trek de bossen in, voorgoed. Weg van het geweld en het racisme, weg van het zevenenveertigste geval van omkoping. Weg van de zoveelste aanbesteding die niet klopt. Aaargh, de miljoenen.
Ik dacht dus echt ik trek de bossen in.
Maar wat dan, mijnheer Macharis? Wat doet een mens daar een ganse dag, in het bos? Ik kan toch geen bomen omhakken en blijven bomen omhakken en blijven etc? Of de eekhoorntjes achtervolgen, week na week na week na week? Bovendien, houden die geen winterslaap? Moet ik me dan bij hen neervlijen?
Ik blijf dus nog even gewoon aan het werk, mijnheer Macharis. Ik leg dat laatste omkoopgeval van beambte nummer achthonderdzestien wel naast me neer. Ik doe nog even alsof mijn neus bloedt, nog een maand misschien, of twee, of misschien drie of vier of langer.

Advertenties

SEPTEMBER

Larderen, dat moest toch?
Larderen met vrolijkheid.
Larderen met witte borderbloemen.
Larderen met kwetterende zwaluwen.
(De zwaluwen vertrokken een paar dagen geleden. Ze namen geen afscheid, tenzij in een laatste kwetterende rondedans boven de binnenkoer. Een enkele zwaluw bleef achter – hij kon niet meer, zei hij, hij kon niet meer terug naar het zuiden, de reis was te ver en te zwaar. Hij zit hier, alleen, iedere avond en iedere ochtend op dezelfde balk, niet langer in het gezelschap van de andere zwaluwen, niet langer vrolijk kwetterend.)
Larderen dus, met blauwe hemels, met de laatste rozen van het seizoen, met de rode oleander die duidelijk nog niet aan uitbloeien denkt, met de fijne blauwe bloempjes van de bodembedekker.

(Bron: Vandale.nl)

Bewaren

MISSCHIEN VOORAL

– Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten
– Empty yr head.
– Misschien vooral Pavese.
– Zacht-rood en zacht-mistig.
– Keer terug naar het zachte, zachte, zachte.
– Dertienduizend mails & counting & counting & adem & adem & adem.
– De zon in al haar sterkte en glorie en vanzelfsprekend is zij vrouwelijk, zij zou niet anders willen noch kunnen.

AKA ‘OUT’

NEE, Mijnheer, dat is niet voor U, Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, Mijnheer. Laat hen gewoon DOEN, Mijnheer, LAAT DE JEUGD.

Maar ik zei het toch reeds, Mijnheer, U moet laten gaan, Mijnheer, laat alles aan hen, Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

Zij kunnen het beter, misschien, Mijnheer, of helemaal niet, misschien, Mijnheer, u mag blijven en KIJKEN, misschien, Mijnheer, MAAR NIET MEER DAN DAT.

U moet het onthouden, mijn beste Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, mijn beste Mijnheer, ik blijf het herhalen, mijn beste Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

DAT AGRESSIEVE KANTJE

De linkerkant van haar gezicht. Haar linker onder- en bovenarm. Haar linker heup, haar linkerbeen.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik.
‘Goh,’ zei ze. ‘Hij heeft nu eenmaal dat agressieve kantje.’
‘Agressief? Wie? Je vriend?’
‘Ja,’ zei ze. ‘Een keer per jaar komt dat aan de oppervlakte.’
‘En dan slaat hij jouw oppervlakte maar bont en blauw?’ vroeg ik.
‘Tja. Goh. Ik weet het niet. Het is niet zo’n ramp. Ik heb niks gebroken. Hij doet dat gewoon. De volgende dag is hij weer erg lief. En hij toont het echt maar een keer per jaar, dat agressieve kantje,’ zei ze.
‘Geweldig,’ zei ik. ‘En hoe lang zijn jullie al samen?’
‘Euh, zeven jaar,’ zei ze.
‘Oei,’ zei ik.
‘Goh, ja,’ zei ze.