Jan-Willem Lubbers is een van mijn oudste en trouwste lezers – waarvoor dank, Jan-Willem, maar dat weet je. We hebben elkaar nooit ontmoet en hadden in al die jaren wel eens contact, meestal met lange tussenpozen.
Weken geleden reageerde hij, via mail, op mijn blogpost ‘HET. HET WAAIT’. https://anderewoorden.be/2026/04/03/het-het-waait/
Met veel plezier wil ik hier zijn reacties eindelijk ‘delen’ – het moderne woord ‘delen’ vind ik maar niks, maar anderzijds klopt het natuurlijk.
Dank aan Jan-Willem!
Een tekst van Jan-Willem zelf, op JWL https://www.janwillemlubbers.nl/2023.html#1972 :
#1972 (2 augustus 2023)
Het waait, denk ik. Is het ‘het’ uit ‘het waait’ niet hetzelfde als de ‘ik’ uit ‘ik denk’? Is ‘ik’ uiteindelijk niet net zo onbepaald en bepalend als het ‘het’. Ik waai, denkt het. Of misschien zelfs wel ‘het denkt, waai ik’. Zou het mogelijk zijn dat meneer Descartes te vroeg stopte? Dat het ‘ik denk’ weliswaar naar het bestaan van ‘ik’ verwijst, maar wat doet ‘ik’ dan ontstaan? Ik denk, dus het bestaat? Het denkt, dus ik besta? Wat blijft er over wanneer ik alle ideeën, opvattingen, opinies, verwachtingen … wanneer ik alles wat ik tot ik maakt over boord gooi? Wanneer ik ‘ik’ uitwis? Wat waait er dan?
Mijn antwoord: Het. Het waait. (Met de glimlach)
Jan-Willem stuurde me enkele dagen later ook een gedicht van Gerrit Kouwenaar: ‘Kijk, het heeft gewaaid‘. Het is integraal te lezen op de website van Poetry International.


