VER

Ik vraag me af waar jij bent.
Mogelijk ergens tussen een van de verschillende tinten blauw, denk ik. Of misschien wat dichterbij, tussen of in of net boven de enorme lagen groen.
We hadden elkaar nog aangeraakt. Of nee, net niet. Een vluchtig kruisen van onze wangen, rakelings. Ik zoek een ander, beter woord voor ‘kruisen’ maar ook dat woord hangt ergens onbereikbaar, tussen al dat azuur- en koningsblauwe.

Ik hoor je roepen. Ik kan de zinnen en woorden niet verstaan. ‘Overal, nergens,’ denk ik te horen. Ik spits mijn oren wat beter en hoor ‘Weg, langs het wandelpad.’
Ja?

Er zit niks anders op. Ik moet me erbij neerleggen. Hoe zeggen ze dat? Vrede mee nemen? Ja? Moet dat? Of kan ik me er blijven tegen verzetten? Zou dat zin hebben? Zou jij dan kiezen om dat oneindige blauwe of groene achter je te laten en om hier, tussen de huizen en de oude fabrieken, tussen de drukke straten en de wekelijkse marktkramers te willen verblijven? Iedere ochtend, iedere dag, iedere week opnieuw? Dat kan niet, natuurlijk niet.

Er dendert weer een vrachtwagen voorbij, de slogan op de zijkant van de laadbak kan ik niet lezen, het is te donker. Van de dag is nog geen sprake behalve in de drukte van het verkeer. Hoor, een autobus, die van twintig voor zeven.

(voor B, B, D, D, H, J, K, K, L, M, M, R, S)

DE MANTRA

‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
Hij zei het zacht maar duidelijk articulerend.
Zijn vriendin keek hem verwonderd aan.
‘Waarom zeg je dat?’ vroeg ze.
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
Hij articuleerde nog duidelijker.
‘Ja, zeg, ik versta je. Wil je misschien wat uitleg geven?’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
‘Zeg schat, voel je je wel goed? Wat is dat met die kunst? Wat wil je, wat bedoel je, verwacht je een reactie van me? Waarom blijf je dit herhalen?’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
‘Aha. ik begrijp het. Je hebt een nieuwe mantra!’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
‘Tja. Ik weet het. De schoonheid blijft, want zij is. Maar de betovering verdwijnt.’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’
‘DAT IS WAT ER GEBEURT ALS WE ONS VAN DE KUNST AFWENDEN!’


Volgens ‘Gratis woordenboek | Van Dale‘:

man·tra (de/het; v(m) en o; meervoud: mantra’s)
1 (bij hindoes en boeddhisten) gebedsformule, meditatiespreuk
2 tot vervelens toe herhaalde boodschap
man·tra (de/het; v(m) en o; meervoud: mantra’s)
1 (bij hindoes en boeddhisten) gebedsformule, meditatiespreuk
2 tot vervelens toe herhaalde boodschap

kunst (de; v; meervoud: kunsten)
1 verkregen vaardigheid in het een of ander: de kunst van het koken
2 het vermogen om schoonheid te scheppen en esthetisch genot op te wekken: de schone kunsten
3 kunstwerken
4 vaardigheid, handigheid: dat is geen kunst is eenvoudig; een koud kunstje iets gemakkelijks; de kunst verstaan om … de bijzondere manier beheersen om iets te verrichten of tot stand te brengen; uit de kunst geweldig
5 rare streek; = frats

schoon·heid (de; v)
1 de eigenschap mooi te zijn
2 (meervoud: schoonheden) iets moois: zij is een schoonheid!

OF OLIJFOLIE

‘Maar je houdt nog van me?’ ze slikt een paar tranen weg.
Hij neemt haar in de armen, kust haar op het voorhoofd, fluistert dat hij een verrassing heeft.
‘O?’ vraagt ze.
Hij loopt naar de kast.
‘Hier, voor jou,’ zegt hij.
Ze glundert.
‘Maar, maar,’ en ondertussen frutselt ze gehaast de sierlijke verpakking van het kleine pakje open.
‘O, O!’ zegt ze.
‘Vind je het mooi?’ vraagt hij.

Een paar kilometer verder houdt Anita een wortel en een ui vast. Ze kijkt rond, fronst, baant zich een weg tussen de brokstukken maar ziet nergens een mes. Ze verstopt de wortel en de ui achter wat rest van het aanrecht, loopt zoekend naar buiten, nee, nee, ze heeft geen mes, geen kom, geen stroom, geen water, geen keuken meer.

DWINGENDE NOTES TO SELF

en dan is het vreemd want ik kom werken maar ik moet geen dozen en dozen en dozen uit de nachtbox halen het is immers kerstvakantie, ze zijn gesloten dus ik moet niks inboeken en ik moet niks uitpakken en sorteren en etiketten en klaarleggen en zien of er niks ontbreekt en dan weer een mail sturen en dat dan weer bewaren en opvolgen en misschien nog eens een mail sturen etc etc

in de plaats is er (even, heel even) tijd voor vijf minuten leegte, goede, rustige, stille leegte en daardoor ook tijd voor dit en dan weer voort want hier liggen tientallen, honderden notities her en der verspreid en moet ik die sorteren en soms zijn ze dubbel en goh ja ook nog dat en dat en dat en dat

oké, dus, dimmen, mevrouw verlinden, doe het wat rustiger aan of die sterke zelfs ijzersterke ruggengraat zal het begeven, doe even je ogen dicht en adem, adem, maak dan een minikleine basislijst en begin daaraan, verstop al het andere of doe minstens alsof je het niet gezien hebt of noteer het toch nog maar eens want je zou het kunnen vergeten nietwaar en moffel het weg, in je mouw, in je handtas of onder die andere stapel

(tja, waar zijn de dialogen en de vogeldialogen? waar zijn jef, nikki, de vogels, de kleuren, de polyptiek, neo, het licht, waar is foussignargues, zelfs, gloria, zelfs?)

ETC ETC

Negen, twaalf, vijftien, achttien, eenentwintig
Ze dreunt de tafel van drie af in haar hoofd. Het is de enige manier om
vierentwintig, zevenentwintig, dertig, drieëndertig
Beste, u maakt deel uit van een PAN Europees dealer sustainability program
zesendertig, negenendertig, tweeënveertig
Er klopt iemand aan de deur
vijfenveertig
Mevrouw, een pakje voor de buren
achtenveertig, eenenvijftig
Een zware tractor met aanhangwagen draaft voorbij
vier, acht, twaalf, zestien
De telefoon gaat
twintig, vierentwintig, achtentwintig, tweeëndertig, zesendertig
Weer telefoon
veertig, vierenveertig
en weer
achtenveertig
De verwarming werkt niet. Of werkt ze wel. Wat is dat toch?
tweeënvijftig, zesenvijftig, zestig
Ze moet iets noteren
vierenzestig
en nog iets
achtenzestig
Waar is die gele fluostift weer heen?
tweeënzeventig, zesenzeventig, tachtig, vierentachtig
en de schaar?
achtentachtig, tweeënnegentig
Beste klant, u heeft onze laatste factuur twee keer betaald
vijf
Telefoon
tien, vijftien
Ze moet hoesten
twintig, vijfentwintig
Beste, In deze nieuwsbrief bezorgen we je graag enkele relevante
dertig, veertig, vijftig
Beste, dit zal u vast en zeker interesseren!
tweevierzes
De hond wil naar buiten
achttientwaalf
Engie dreigt met rechtszaak na miljardenfactuur voor kerncentrales – Netflix en co. botsen op hun grenzen: wat betekent
twee vier acht zestien tweeëndertig vierenzestig
Q-356014 Heymans / Kris – MT-07, Icon Blue
drie negen eenentachtig
Betalingsdocumenten van de RSZ worden digitaal
honderd, tienduizend, honderd miljoen

OF KONIJNEN OF EZELS

Ze zegt dat de kerstversiering erg mooi is en dat ze me een foto zal sturen. Ze zegt ook dat de dagelijkse wandeling rond de vijver telkens deugd doet en dat ze overweegt om in de nabije toekomst zelf een huis met een grote vijver te kopen.
‘Misschien komt het door het zien van de vissen. Of misschien is het de uitgestrektheid van de horizon. En misschien zou een beekje volstaan. Ik weet het niet. Wil je nog een blok hout op het vuur gooien?’ vraagt ze.
Ze heeft het koud en grijpt naar een deken. De vlammen slingeren zich rond het houtblok, over tien minuten zullen de zwarte randen van het glas schoonbranden.
Ze praat zacht en klinkt gelukkig. Zo heb ik haar lang niet gezien. Rustig. Eindelijk tevreden, denk ik.
‘Ik heb het nog altijd koud, misschien word ik ziek,’ mompelt ze.
Ik neem nog een houtblok.
‘Alles is zich aan het gladstrijken,’ zegt ze. ‘Alsof de tijd een zachte maar dwingende laag legt. Op het werk heb ik eindelijk mijn draai gevonden en Wouter heeft niets meer van zich laten horen. Ik denk veel minder aan hem, maar de hele geschiedenis heeft natuurlijk een wonde geslagen. Ik hoop dat ik dat huis met de tuin en de vijver vind. Of met een beekje. Ergens in de groene rand, dan kan ik naar de bossen. Misschien moet ik terug foto’s maken. Ik zie de vijver, de horizon, de oude eiken en ik denk aan mijn camera. Het zal er wel terug van komen.’

STEFAN OF SEBASTIAN OF SIMON OF S.

Hij zei Het is te druk.
Hij zei Het is de druk, de druk. Mijn vrouw, mijn baby, mijn huis, mijn tuin, mijn werk, mijn andere werk.
Hij legde beide handen op het hoofd en hield het vast, vast.


Voor S.
Misschien komt hij dit tegen maar die kans is erg klein.

IN RIJEN

‘Kijk, een ganse rij minimini-geluksklavertjes, je moet echt goed kijken zo klein zijn ze. Wacht ik zal even een eerste strook gras opzij houden, kun je ze nu zien? Misschien moet je wat dieper bukken, echt diep, met je neus bijna tegen de grond.’

Dit was ik niet.

Ik bedoel, ik heb dit niet gezegd, ik heb dit niet geschreven. Ik heb de letters en woorden getypt, ja, maar geschreven? Nee. Ik kon enkel luisteren en kijken en glimlachen met de toch wel onnozele idee van de klavertjes vier.

Of ik die minimini-geluksklavertjes dan gezien heb?

Tja.
Wat zij, die andere, zei of schreef, dat was niet tegen mij. Ik heb mij niet gebukt en heb niet met mijn neus tegen de grond zitten turen in de hoop ze te vinden.
Mogelijk heb ik de klavertjes gezien, maar misschien zag ik ze niet, want was ik daar? Wie zal het zeggen?