KOEIEN KOEIEN

Storm stormt.
Regen regent, wind windt, bomen bomen.
Straten straten, huizen huizen, mensen mensen.

Kinderen kinderen.
Ballen ballen, kleuren kleuren, lachen lachen.

Gras grast, pieren pieren, mollen mollen.
Koeien koeien, weien weien.

Aarde aardet.
Lucht lucht.
Zon zont, licht licht, adem ademt.

Advertenties

EEN TWEE DRIE EEN TWEE DRIE

Goed begonnen!
Vergeet niet!
Loop in de maat! Gebruik Facebook, Twitter, Instagram, Google! Gebruik al de programma’s!
Vul alles in! U moet! Er is geen andere weg! Vul hem in, die ganse handel!
Vat alles samen!
Interpreteren en leren!
Doe die audit! En volgend jaar nog een!
Denk aan de cijfers! Denk in procenten, in tienden! Denk aan de reviews en ratings! Alle cijfers zijn heilig!
Blijf continu meedoen! Laat de aandacht nooit, echt never verslappen! Loop in de pas, altijd en voor eeuwig! Buig als het hoort! Want anders barst je!
En gehoorzaam! Draag rood als rood moet! Hang blauw als blauw moet! Doe grijs als grijs moet! Het kan echt niet anders!
En buig als het hoort! Vanwege de barsten!
Maar, wees gerust!
Wij houden u vast!
Wij dragen u mee, op en met en in onze handen! U hoeft slechts te doen! Onze lijnen te volgen!
Zeer goed! Bijzonder goed bezig! Onze felicitaties! U krijgt een ere-vermelding! Maar vooral niet vergeten! U moet blijven buigen! Of wij doen u barsten!

HET IS

Het is dat ze straks door de gangen schuifelen.
Het is dat ze straks vragen hoe groot en hoe klein en hoe duur en hoe zwaar of hoe groen. Of hoe snel en de cc’s en de PK’s en het verbruik. En of er een poster of een draagtas of zelfs een handtekening. En hier en daar zal het kwijl
En ze zullen opeengeduwd worden en wachten en drummen en op de tippen van hun tenen, om te kijken. De lange gangen met hier en daar een hotdog, wil je? Of liever even naar buiten, door de metalen deuren? Of naar de passerelle? Of wil je een sandwich? En Oh we moeten nog langs de moto’s, en de rode en groene en zwarte en blauwe en wauw en kijk daar en nu is het mijn beurt
En goh en de verdelers of zijn het verkopers en ik zal het eens vragen en misschien krijgen we iets te drinken maar ik wil ook een draagtas.
En het is dat ze straks in en uit en in en uit en of dat mag ja natuurlijk en of de passagier en de kofferruimte. Of dat ze op en af en op en af en de kleine nog eens op de foto.
En kijk daar is een beroemdheid.
En goh alles is integreerbaar en plooibaar en groeibaar en kleurbaar of vanalles.
En goh en wauw heb je die grootste en kleinste en duurste en snelste gezien, maar de euro’s.
.
Mark is te vroeg. Hij wist het niet, zegt hij, want het is veranderd. De wachter aan een van de ingangen zegt, dat hij hem echt nog niet kan binnenlaten. ‘Maar al die andere mensen dan?’ vraagt Mark.
‘Die hebben een exposantenkaart, meneer, met een speciale barcode en met een foto,’ antwoordt de wachter.
‘Maar het is nog meer dan een uur, kan ik echt niet?’ vraagt Mark.
‘Nee meneer, dat kan niet,’ zegt de wachter. Maar u kunt op de Romeinsesteenweg, daar is een groot benzinestation, of er is ook een hotel en daar kunt u een ontbijt, meneer, excuseer, nu moet ik die andere mensen,’ zegt de wachter.
‘Tja, dan zal ik maar,’ denkt Mark, en koffie en een broodje en een krant en het wachten valt mee en even later kan het, en zal hij de ganse dag, tot ’s avonds.

DE TAFEL

‘Het antwoord blijft nee,’ zei Martine. ‘Tom is dood. Maar Tom was enig en uniek. Je weet wat hij voor mij betekende en wat hij allemaal voor me deed. En de meubelen die hij maakte. De tafel, de kastjes, de blanke eik! En al die kleine dingen. En zijn liefde, zijn zachtheid! Hoe zou ik kunnen doen wat jij vraagt? Meegaan? Waarom? Ik hield van hem, ik hou van hem. Ik heb mijn herinneringen, ik heb dit huis en de tuin, ik heb de buren, ik heb enkele vrienden en vooral, ik heb de kinderen. Heb je gezien hoe sterk Pieter op Tom lijkt? Hoe zou ik het kunnen? Niet dus. Het antwoord blijft nee.’

JA, NEE, DAG.

Danny speelde met het luciferdoosje.
‘Danny?’ vroeg Nathalie.
Hij keek haar een seconde aan, liet dan het luciferdoosje verticaal balanceren bovenop zijn tot vuist gebalde hand.
‘Danny, je moet meer buitenkomen.’
Danny duwde zijn vuist met kracht naar omhoog, het luciferdoosje hopte de lucht in, Danny ving het snel weer op en knelde het bijna stuk, tussen de palm van zijn hand en zijn vingers.
‘Bikkelen lijkt me wel wat,’ zei hij. ‘Verkopen ze bikkels in die grote speelgoedwinkel aan de A12? Dan koop ik me een setje en kan ik buiten bikkelen. Dat is voldoende.’
‘Danny, ik bedoelde dat je meer onder de mensen moet komen. Er zijn film- en praatavonden. Er zijn fietsnamiddagen.’
Danny keek naar buiten. ‘Het regent, Nathalie.’
‘Ja, Danny. Dat weet ik. Maar het is lente. Jij hebt toch een goeie fiets?’
‘Nathalie, dat is vriendelijk, maar ik blijf liever thuis, om te bikkelen.’
‘Danny, je hebt gezelschap nodig, je zit hier maar te zitten, je vereenzaamt.’
‘Nathalie, je bent heel vriendelijk, maar ik wil bikkelen. Dank je, Nathalie. Dag Nathalie. Je kent de weg naar buiten hé Nathalie.’
‘Danny! Ik bedoel het zo goed! Je hoeft me niet buiten te gooien!’
‘Ja Nathalie, nee Nathalie, dag Nathalie, je mag nog eens binnenspringen, volgende maand of zo, eerder niet, dag Nathalie.’

KLOKVAST

Twee uur ze zeggen dat ze zich moeten haasten Vier uur ze lopen dat het een lieve lust is Zes uur ze zeggen oef, dat ze morgen!

Drie uur en hop! in de sneeuw en de latten glijden of Vier uur en hop! in de zee en de golven golven en ‘s avonds

Zes uur ze moeten stilaan terug vertrekken Acht uur de eerste tranen van het te vroeg gedane Tien uur de auto brengt hen in een te late file Twaalf uur ze zijn nog lang niet ter plaatse.

Zeven uur de wekker ratelt en ze zijn wakker Acht uur hoog tijd en de auto davert Tien uur de keel maar de koffie borrelt Twaalf uur de maag maar de sandwich botert dan Twee uur, bijna, maar de printer hapert.

Zeven uur de wekker ratelt en ze zijn wakker Acht uur hoog tijd en de auto davert Tien uur de keel maar de koffie borrelt Twaalf uur de maag maar de sandwich botert dan Twee uur, bijna, maar de printer hapert, hij hapert.

NUL KOMMA NUL

‘Maar ik heb je zo veel gegeven! Al die kleren! Schoenen! Twee museumabonnementen! Dat mooie kastje! Die prachtige mantel! Onze reizen, onze citytrips! Besef jij wel hoeveel dat allemaal gekost heeft?’

Inge huilde. Hij kon dat niet zien, en ze was niet van plan om er iets van te laten merken. Ze slikte de tranen weg.

‘Nu zeg je niks meer he, meiske! Wie denk je wel dat je bent! Je hebt van me geprofiteerd! Ik heb zo veel in jou geïnvesteerd!’

Inge kon terug gewoon praten.
‘Geïnvesteerd?’ vroeg ze.

‘Ja, je hebt me goed verstaan! Geïnvesteerd! En wat heeft het me opgebracht? Niks. Nul komma nul nul procent! Ik lijd zelfs verlies! Al die geschenken! En die nieuwe telefoon! Wat zei ik? Dik verlies lijd ik! Ik wou dat ik je nooit gekend had! Jij was een domme investering!’

‘Zo had ik het nog niet bekeken,’ piepte Inge.

‘Nee, zo slim ben je niet hé, kieke. Daar had je niet over nagedacht hé! Maar ik wel! Dik verlies, ja.’

Inge hield haar telefoon nu wat steviger vast. ‘Een snijplank zou beter geweest zijn,’ zei ze.

‘Wàt zeg je?’

‘Een snijplank.’ Ze articuleerde zorgvuldig.

Het bleef stil aan de andere kant van de lijn. Inge hoorde zijn ademhaling, maar hij zei niks.

‘Zo’n houten,’ zei ze. Ze hikte. Ze moest lachen en huilen tegelijkertijd, en dat leek op een grote hik.

‘Wàt zeg je?’ vroeg hij nog eens.

‘Zo’n grote mooie,’ zei ze. ‘Ze bestaan nu ook in bamboe. Ik denk dat ze vijftig euro kosten. Ze verkopen ze overal. Vijftig euro. Ik zag er een die over het aanrecht past. Dat zou een goeie investering zijn,’ zei ze. ‘Dan kun je groenten snijden.’ Inge was bang dat hij de lach in haar stem zou horen of dat ze niet meer zou kunnen stoppen met lachen. Ze hoorde niks aan de andere kant van de lijn.
‘Dàg Fred,’ zei ze.