De wind neemt me op de schouders.
De oceaan, Brazilië, de wouden, de papegaaien. We scheren over de watervallen en voort.
We landen op een verlaten strand.
De laatste stralen van de dag verwarmen me.
Aan de horizon zie ik een stip.
“Ja,” zegt de wind.
“Waarom zeg je dat?” vraag ik.
“Ja, hij zit op dat schip,” zegt de wind.
“Weet jij wat ik denk?” vraag ik.
“Ik weet dat.”
Ik blijf kijken.

