EVY

library

‘Het overkwam me dat ik ze, in mijn gedachten, allemaal etaleerde. Het ene schilderij naast het andere boek, en hier en daar nog stills uit films tussen, of muziekfragmenten. Miljoenen, als alledaags lijkend opvulsel. Ik beeldde me in dat de beelden iedere vierkante centimeter van onze planeet bedekten. Dat de aarde te klein was, en dat ik met kunstwerken een pad aanlegde tot de maan en zelfs tot de zon. Ik plaveide alles met beelden en etsen en met de wanden van de bibliotheken van Borges. Borges! Ik miste hem! Ook nu nog! Maar hij was er. Hij is er. En hij gaat nooit meer weg.’

Afb.: The Guardian.

Advertenties

DE VERKOPERS

Ze zeggen hun encyclopedieën zijn de funderingen van onze maatschappij, met hun vele woorden en foto’s.
Ze zeggen alle kennis staat er in, en alle grote namen, en alle symbolen en symbolieken.
Ze zeggen ze beschrijven zelfs de liefde, en het verdriet, en de energie van de jeugd, en de wijsheid van de ouden.
Ze zeggen ook, dat de woorden en zinnen in hun encyclopedieën geduldig zijn, en kunnen wachten.

De verkopers.
Ze vergelijken hun cijfers. De ene zegt dat hij de beste is, dat hij tien stuks.
Nee, nee, zegt de andere, ik heb er vijftien.
De nieuwe komt binnen en zegt, hij heeft er twintig.
Nog een andere verkoper zegt dat hij liever stofzuigers verkocht, dat hij dan in andere gezinnen, in al de gezinnen, echt hoor, zegt hij.
Of koffiemolens.
Of tapijten.
Of bestekkoffers.
Dat ligt me beter, zegt hij, herhaalt hij. Dat ligt me beter dan al die woorden en zinnen en foto’s over kennis.
Geef mij maar het stof, en de koffie, zegt hij.

De resterende verkopers zeggen, herhalen dat hun encyclopedieën de funderingen zijn, van onze maatschappij. Dat zij alle kennis bevatten, en alle namen en symbolen en wijsheid.
Er staat een foto van een oude man op bladzijde 10.836.
Iedereen bewondert de foto. Het is waar, van al die kennis en wijsheid. Je kunt er een lamp mee uitvinden, zegt een verkoper. En een auto, en een atoombom.

Zoek eens, zegt de ene verkoper, waar staat het woord ‘oorlog’?
Bij de ‘o’, onnozelaar, zegt de andere verkoper.
Ja maar, wat staat er als uitleg? vraagt de ene.
De andere zoekt.
De andere zoekt.
De andere zoekt. Ik heb het gevonden, zegt hij. Oei, zegt hij, veel uitleg, oei. Hij begint hardop te lezen. Een uur, twee uur, een dag, twee dagen, het woord ‘oorlog’ blijft maar duren, het staat verspreid over ettelijke bladzijden, hoe veel?
Na vier dagen hardop lezen zegt de ene dat hij maar eens voortgaat, hij wil nog wat encyclopedieën verkopen, vrouw en kind en brood en melk en de huishuur, tenslotte.
De andere klapt het dikke boek dicht. Ik ook, zegt hij, ik moet de planten en ik moet ook huur en ik moet ook een hond en zelfs een kat maar die is redelijk zelfstandig.

(nav http://biblioklept.org/2014/09/10/on-acquiring-and-encyclopedia-jorge-luis-borges/)

TWEE KEER TWEE aka DE DOLFIJN LAS EEN VERHAAL VAN EDGAR ALLAN POE

In : De Grote Bibliotheek, Kamer 6466, Rij 48, Hoogte 2, Vak 17

Ik vond de tekst in 2003. In een begeleidende notitie stond dat hij, nadat hij gevonden werd, nog tien jaar ongepubliceerd moest blijven en dat heb ik gerespecteerd. Gedurende die tien jaar heb ik wél geprobeerd om de schrijver te vinden. Dat is niet gelukt.

De Grote Bibliotheek werd een eeuw geleden ontdekt door Professor Macharis. Zij bevat al de teksten, gedichten, verhalen en boeken van al de schrijvers. Sommige teksten blijven verborgen, andere niet.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig onderzocht De Raad van Bijzondere & Wijze Professoren (DRBWP) of de verborgen teksten gerangschikt stonden volgens de maanstanden vanaf het ontstaan van De Grote Bibliotheek. Die idee werd gedurende meer dan dertig jaar gehandhaafd maar bleek verkeerd.

Gedurende de laatste twee jaar heeft men geprobeerd om de bibliotheek met behulp van ingenieuze software uit te pluizen en volautomatisch alle geheime teksten te vinden. Tevergeefs.


TWEE KEER TWEE aka DE DOLFIJN LAS EEN VERHAAL VAN EDGAR ALLAN POE

Twee honden, twee katten
twee biggen, twee muizen
twee leeuwen, twee kreeften,
twee arenden.
Twee olifanten, twee vleermuizen,
twee apen, twee nijlpaarden,
twee slangen, twee ratten,
twee pinguïns, twee vliegen,
een mug.
Drie mussen, een vlinder,
een roodborst, een witte muis,
twee goudvissen, twee paarden,
twee roggen, twee vuurvliegen,
twee bijen, twee kippen,
twee ezels, twee boerenpaarden in de stallen van de artisanale brouwerij in de naburige gemeente.

Zei de aap tegen de vlieg dat het mooi weer was.
De vlieg geeuwde.
Vroeg de aap of de informatie slaapverwekkend was.
Zei de vlieg dat zij niet wist wat dat betekende.
Zei de aap dat hij het aan de berken en de wilgen zou vragen.
De vlieg geeuwde.
De aap verhuisde.
Een boom, een andere boom, een grotere boom, drie bomen, een oerwoud.
Drie slangen in vergadering.
Twee nijlpaarden in het offensief.
Een krokodil, eenzaam en op haar hoede.
De slangen lieten zich aaien en luisterden naar een bijbelverhaal.
De ezels hielden het boek vast.
Ze balkten van vreugde en herhaalden, herhaalden.
De leeuw sprong van zijn voetstuk.
De leeuwin keek toe en vertrok – ze zocht haar welpen.
Een rat vond het een belevenis. Ze kocht een tweede bioscoopkaartje en liep in een cirkel rond het vergif.
Een rog verkende een nieuwe oceaan. Hij kwam een inktvis tegen, en een paard onder water, en een walvis, en een dolfijn met een groot boek op zijn rug, een boek met verhalen van Edgar Allan Poe, met illustraties.
Zei de aap tegen een andere vlieg dat het mooi weer was.
De vlieg beaamde maar had dorst.
Zei de aap dat er verderop een groot meer was.
Zei de vlieg: “Kom, we gaan op stap.”
Ergens een meer, ergens kinderen op de oevers, zij verkenden de vuilnisbelt van de grote, westerse  mens, hun handen en onderarmen waren zonder huid.
Zei de westerse mens dat dat geen kwaad kon.
Zei de westerse mens dat de schilfers normaal zijn.

De aap, hij krabde, slingerde en at noten.
De leeuw, hij vond een nieuw voetstuk.
Het nijlpaard ging op reis.
De vlieg vloog.
De bij vloog, zocht een bloem en vond een veld.
De duizendpoot, de mier, de kolonie, de stam van de esdoorn vlakbij het pad vlakbij de Amblève niet ver van Remouchamps niet ver van Luik.
Zei de vleermuis iets over het licht.
De mus zat op haar draad, de merel volgde haar, ze hadden een gesprek over het ongeluk op de autostrade.
De walvis vond een ander continent, hij spoelde bijna aan maar bedacht zich.
De dolfijn las Poe. Hij kon praten en vertelde ons een van de verhalen.

The Raven Edmund Dulac
The Raven (Poe), illustratie van Edmund Dulac, via Poul Webb

TOT DE ZOVEELSTE MACHT

floot tablet gilgamesh

[stilte]

op die ene vierkante millimeter vind je drieduizend aardes, eenendertigduizend wekkers, vijftienduizend vierkantswortels, tweeduizend eiken van ieder minstens honderd jaar oud, tweehonderd olifanten met lange slagtanden, evenveel giraffen (maar enkel de oudste), duizendvijfhonderd borden spinazie, tweeduizend uren zendtijd voor acht Belgische zenders, op voorwaarde dat ze netjes afspreken en politieke onderwerpen vermijden.

[stilte]
[pauken]
[stilte]

En dan zwijg ik nog over: tienduizend slanke handen, drie ton A4-papier, vijfhonderd schijnwerpers, twintig zuiverste waterbronnen, vijf containers koffiebonen in bulk, drie hangars die volgestapeld en dan weer leeggehaald en dan weer volgestapeld worden, een enkel tuincentrum (de winter zit er immers aan te komen en de grasmaaiers zijn volledig uitverkocht), vijf kilometer glasramen, drie lammetjes, vijf hotels met en zonder sterren, voldoende stapels zonlicht om de winter te doen keren, voldoende glas, voldoende spiegels, 1 portie Gilgamesh, een andere portie Borges, een volgende portie Poe, vier zonsondergangen van vandaag, vier zonsopgangen voor de komende dagen, twaalf zonnebloemen (ze mogen op die van dat schilderij lijken).

[pauken]
[stilte]

(Afbeelding : The Flood tablet. It is the eleventh tablet of the Gilgamesh tablet. ‘After the flood he sent out birds to look for dry land’.
Foto van Mike Peel, info via Wikimedia Commons. )