PLOP

we-will-slam-them-with-our-wings

‘Maar ik ben te moe om pap te kunnen zeggen,’ zei ik.
‘Zeg het dan niet,’ zei hij.
‘Nee,’ zei ik, ‘ik zeg het niet.’
‘Zeg dan iets anders,’ zei hij.
‘Wat dan?’ vroeg ik. ‘Ik kan het echt niet meer. Ik kan helemaal niks, minder dan niks.’
‘Zeg dan lucht,’ zei hij.
‘Adem,’ antwoordde ik.
‘Nee, nee. Lucht,’ herhaalde hij.
‘Ik wou dat ik adem was,’ vond ik.
‘Nee, je bent geen adem, je bent jij,’ zei hij.
‘Jaja, maar wie ben ik?’ vroeg ik.
‘Jij bent de eerste rode appel in de grote nieuwe boomgaard,’ zei hij.

Ik glimlachte.
‘Ja, kabouter Plop,’ zei ik.
‘Ik ben jouw Plop niet,’ zei hij.
‘Plop, plap, plep, plek, plet, retteketet,’ zei ik.
‘Jij bent diegene die geen pap meer kan zeggen,’ zei hij.
‘Rijst,’ zei ik.
‘Griesmeel,’ zei hij.
‘Die is van Kristel, Plop,’ zei ik.
‘Ik ken geen Kristel,’ zei hij.
‘Ze is lief,’ zei ik.
‘En ze heeft pap?’ vroeg hij.
‘Ja, griesmeelpap, Plop. Echte, echte griesmeelpap.’
‘Moet ik haar kennen, jouw Kristel?’ vroeg hij.
‘Ja, dat zou je wel willen, Plop.’
‘Ik ben ik en ik ben Plop niet en Plop kent die Kristel niet.’
‘Nee. Maar soms ben jij Plop en ik ken Plop wel.’
‘Ja, maar ik zeg het nu nog eens: Plop kent Kristel niet. Plop wil haar kennen, Plop wil het Kristelraadsel ontrafeld.’
‘Kri Kri Kristelgeheim, ze is o zo mooi, ze is o zo lief, ze is liever dan licht.’
‘Is licht dan zo lief?’
‘Dit licht wel, het streelt, het schijnt, het werpt in overvloed alle lichter dan licht.’
‘Maar je kon niet eens pap.’
‘En nog altijd niet, Plop.’

 

Afb. Henry Darger, Untitled (‘We will slam them with our wings’)

VERHAAL VAN DE DAG: DERTIGDUIZEND KLEINE MANNETJES


PAUL KLEE AD PARNASSUM 1932Paul Klee, Ad Parnassum (herh.)

 

Dertigduizend kleine mannetjes liepen over het aarden pad

in de richting van het bos.

In het bos maakten ze een piramide, tot ze hoger dan

de bomen.

Ze kwamen niet op televisie.

Ze kwamen ook niet in de krant.

Er was zelfs geen enkele toeschouwer.

De dertigduizend mannetjes bleven een uur lang staan,

in piramidevorm.

Torenhoog, tot boven de bomen.

Ze bewogen niet.

Vervolgens braken ze de piramide af, klommen ze een voor een naar beneden,

tot ieder van hen weer gewoon een van de dertigduizend kleine mannetjes was

en liepen ze, over het aarden pad, heel eenvoudig het bos uit.

HET ZWEMBAD WAS NIET VOOR MIJ, MAAR VOOR DE PAARDEN

mondriaan grijze boom 1911
Piet Mondriaan, De Grijze Boom.

Het waren bijzonder zware weken:

  • Nero, onze dikke, rosse kater, is weggelopen.
  • Ik heb de dop van de fles Evian geschroefd.
  • Ik heb mijn linkervoet vijf centimeter verzet.
  • De lakens zijn niet langer van flanel.
  • De overhemden moesten XL zijn.
  • De kinderkoets reed hier voorbij, solo.
  • De dame kroop in de kast.
  • De dame kroop uit de kast.
  • De citroenen lagen op een rij. Ik schrok ervan.
  • De buren snoeiden de haag, links.
  • Zal de aloë vera bloemen? Het was en is bijzonder spannend.
  • Het mannetje naast de speculaasvorm. Tja.
  • De opbrengst was vijf euro.
  • De papegaai praat niet meer, zegden ze.
  • De watervallen van Coo werden hertekend, maar daar bleef het bij.
  • De veiligheidsspeld. Ik zocht de veiligheidsspeld.
  • Dat ene beeld, van drie op vijf centimeter, zal eeuwig blijven hangen.
  • Er was muziek.
  • Er was geen muziek.
  • Joke werkt tot zes juni.
  • De bril zat in de zijzak.
  • Die stoeltjes komen nog uit het klooster.
  • Iedereen: soep.
  • Dezelfde ekster zat bij dezelfde buren.
  • Het zwembad was niet voor mij, maar voor de paarden.
  • Onder begeleiding. Drie instructeurs.
  • Net zoals in de regering.
  • Cayennepeper, kurkuma, kaneel, gember, citroen. Terugkerend.
  • De duif is morsdood, door een kogel.
  • Ben vertrekt op bedevaart. Nog een maand, denk ik.
  • Het was een groene map.
  • De verzekering werd nog niet betaald. Het was niet echt nodig, zei hij.
  • Er viel nieuwe regen. Er valt ook nu nieuwe regen.
  • Ik verhuisde het tinnen potje.
  • Er is nog een enkele lucifer. Als die op is, worden ze niet meer gefabriceerd.
  • ‘Stilte in Augustus’ zou een boek zijn. Is het een boek?
  • Ik zei dat de ficus klein moest blijven.
  • De flesjes Gaultier. Zo werden zij een constante.
  • Fluogeel en fluoroze.
  • Het lichtje pinkte en de deur stond wagenwijd open.
  • Drie minuten voor. Inderdaad. Maar dan na de klokslag.
  • Ik kende de code.

En zo voort. Zoals ik al zei. Het waren bijzonder zware weken.

ZINTUIGLIJK


Een deel van het huis brandde af. Een ander deel stortte in. Veel hebben we niet kunnen redden: de hond, de poes, wat geld, wat kleren en enkele planten.
Mijn zus vroeg ‘Huh, planten?’
En ik antwoordde ‘Ja. Mijn planten zijn heilig.’
Ze schudde me dooreen.
Ik werd wakker.
Een deel van het huis brandde af, een ander deel stortte in. Veel hebben we echt niet kunnen redden: de hond, de poes, wat geld, wat kleren, enkele binnendeuren, mijn verzameling van flesjes Gaultier.
‘Ze zijn fotogeniek,’ zei iemand.
Ik antwoordde: ‘Het zijn kleine flesjes.’
Niks, niks blijft over van de duizenden ochtenden. Het behangpapier werd as.
Het is mistig, en ik hoor de voetstappen van die ene song.
Het is mistig, en ik zie de beelden van die ene film.
Een deel van het huis brandde af. De vijver tegenover het huis heeft niet kunnen helpen. De brandweermannen waren net terug uit vakantie. Honderdduizend luchtballonnen bestaan niet. Paarden kunnen niet praten. Jef is overleden. Marie verblijft nu in het woonzorgcentrum – want zo heten de rusthuizen tegenwoordig – en mocht haar strijkijzer niet meenemen.
Het is mistig, en ik hoor de voetstappen van die ene song.

Londerzeel, de ochtend van 14 mei 2016.

BAF : Vrije interpretatie & herwerking van een artikel, gedeeltelijk gelezen ergens op het net, op Paaszondag 2016.

sol lewitt wall drawing 260 1975 chalk on painted wall dimensions variablehttp://www.moma.org/calendar/exhibitions/305?locale=en


baf
baf baf baf
babaf baf baf baf
bababaf baf baf baf
bebaf bebaf bebaf bebaf

baf baf baf baf
babaf baf baf baf
bababaf baf baf baf
bebaf bebaf bebaf bebaf

bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf

bebaf bebaf bebaf baf baf
bebaf bebaf bebaf baf baf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bebaf bebaf bebaf bababaaf.

 

Er is vanzelfsprekend geen enkel verband tussen het werk van Sol LeWitt en de BAF-tekst hierboven.