GANSE BOSSEN

Mijnheer Macharis, ik heb u gemist. Ik had het te druk. Maar vanmiddag zag ik een volledige regenboog, pal voor mij, en daardoor dacht ik aan u.
Ja, ik weet het.
Nee.
O, absoluut.
Binnenkort weer iedere dag, hoop ik.
Nee. Waanzin. Grootheidswaanzin, ook. Moto’s, auto’s, bestelwagens. Bestelbonnen. FSMA-dingen.
Ja, dat zei ik, FSMA.
Och. Er was ook het zwichtende zwart, hahaha. Die twee woorden hangen nog steeds in mijn hoofd. Zwichtend zwart. Het licht op het zwart. Door het zwarte het licht. Soulages. Het mooie van zijn werk. Ja, dat was een fijne dag.
En er waren kleurrijke kanttekeningen. Strohalmen. Goede seconden. Adembenemingen. Vreemd, Word keurt dat woord goed. Adembenemingen, adem.
Diepe zucht. Nee, niet vergeten te ademen, ademen. Mijn bloeddruk laag houden, hahaha. Mijn spierscheur laten rusten.
Ja.
Och. Misschien moet ik, naast de prent van de strohalm, ook een foto van het werk van Pierre Soulages naast mij hangen. Vlakbij mijn werk-werk. Misschien moet ik dat ganse stuk muur bekleden met kleine briefkaarten met bijzondere werken van allerlei kunstenaars. Zal ik ze verzamelen?
Toch maar niet.
Ja.
Ja en ja.
Ja, koppig. Ik zeg nog steeds dat het moet.
Ook ja. Het toont me de mensen. Het toont. Het toont.

BRIEF 5

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008

maar vanmiddag trok ik de stad in. Ik kon een extra trui gebruiken.
(een stel jonge snaken vond het nodig om een oude dame te achtervolgen. Ze aapten haar na. De oude dame had het niet door en liep rustig door de Nieuwstraat. Winkel in, winkel uit, langs de rekken, soms raakte ze een jurk aan, nam hem uit het rek, keurde de naden en zomen, de jongens imiteerden haar en zij was zich de hele tijd van geen kwaad bewust)
Het was druk.
De solden waren net begonnen en ik had daar geen rekening mee gehouden. Hier en daar moest ik over de koppen lopen. Of over de schreeuwerige solden- en percentage-slogans. Ik vond geen trui, ik vond er duizend. Ik kocht een prul van vijftien euro, zonder hem te passen want het was aanschuiven aan ieder pashokje. Misschien wou ik ook schoenen, dacht ik, maar alle winkels stonden overvol kopers. Geen schoenen. Ik zou moeten terugkomen. Is de stad ooit leeg? Alle winkels voor mij alleen?
‘Tzatziki-dip,’ dacht ik plots. Is er hier zo’n winkel? Maar ik was te klein en de mensenmassa te groot.
Een boek dan maar? Maar ik vond de boekhandel niet, kon me niet oriënteren, was die niet aan dit plein? Die oase van rust, waar was zij? Zou ik rust vinden tussen de boeken? Hier, prentbriefkaarten, ze lijken op boeken, prenten van kunstwerken, maar ik word opzij geduwd, een soldenjager, prentbriefkaarten? Toeristen? Waar ben ik?
Ik liep terug naar het Rogier en terug naar het Noord, de 250, de 251? Waar waren ze, alles was zo veranderd. De rust kan ik enkel thuis vinden, dacht ik.

Ik zette de televisie aan.
De Wever. Trump.
Ik zette de televisie terug uit.
‘Mijnheer Macharis,’ dacht ik. ‘Ik liep verloren in de stad, mijnheer Macharis. In een mensendoolhof, mijnheer Macharis.’

Afb. (herh) : Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

GATEN – 4

pierre soulages 2015
Pierre Soulages,
Peinture, 159 x 202 cm, 30 Octobre 2015, 2015
Courtesy Galerie Karsten Greve, © VG Bild-Kunst, Bonn 2015
Photo: Vincent Cunillère

‘Het is leeg.
Er is niks.
Het is leeg.
Er is niks.’

Marieke huppelt voorbij en hoort het en zegt
‘Huh, Niks?’
en
‘Huh, Leeg? Maar ik zie toch vanalles? Mensen en huizen en auto’s en honden en katten? Bomen, vijvers, rivieren, weiden, merels en mussen, vlinders? Blaadjes, bijen, vliegen, mieren, nerven? Hoezo dan, leeg en hoezo dan, niks?’

GATEN – 3

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008
Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Alleen maar een groot zwart gat.’
‘Je maakt me blaaskes wijs.’
‘Nee. Ik zweer het. Een groot zwart gat.’
‘In de duinen? Je raaskalt.’
‘Toch was er alleen maar dat ene grote zwarte gat.’
‘Ja, en jij hebt dat alleen maar gedroomd.’
‘Nee, ik was klaarwakker.’
‘Ook dat heb je gedroomd.’
‘Nee, ik bleef de hele tijd fris en alert.’
‘Jaja.’
‘Geloof je me nu?’
‘Jaja.’

GATEN – 2

peinture-243-x-181-cm-26-juin-1999
Pierre Soulages
Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008 , Acrylic on canvas, Private collection
© Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Waarom laat je de zesde altijd staan?’
‘Wat? O ja, nu je het zegt. Ik weet het niet. Wacht, ik herbegin.’
‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Je doet het weer. Iedere zesde bleef staan.’
‘Maar ik deed ze een voor een en lette op!’
‘Nee. Iedere zesde bleef staan.’

GATEN – 1

soulages
Pierre Soulages
Peinture 202 x 327 cm, 17 janvier 1970
Private collection
© Photo: François Walch, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

 

‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Je vergat de zeven.’
‘Ik vergat niks.’
‘Jawel, doe nog maar eens.’
‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Zie je wel? Je vergat alweer de zeven.’
‘Maar nee.’
‘O jawel.’

ZE KAN NOG TEKENEN, ZEGT KATRIEN

Soulages
Pierre Soulages (herh)

Mijn rechterarm en mijn linkerbeen, net boven de knie.

Ja.

Nee.

Nee. Nu is het wel genoeg geweest.

Blauw.

Nooit.

Ja, dat wel.

Dat weet ik niet.

Niets. Hoofdkleur groen.

Jaha, het viel op.

Nee. Het is echt genoeg geweest.

 

Katrien vraagt of ik haar alleen wil laten. Ja, natuurlijk, zeg ik, en dat ik helemaal niet van plan was om lang te blijven. We omhelzen elkaar. Ik huil. Ze zegt dat ik niet moet huilen. Dat het haar zal lukken en dat de pijn meevalt. Dat ze bezig is aan een tekening en dat ze het nog kan. Ik knik en ga met dichtgeknepen keel naar buiten.