BRIEF 5

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008

maar vanmiddag trok ik de stad in. Ik kon een extra trui gebruiken.
(een stel jonge snaken vond het nodig om een oude dame te achtervolgen. Ze aapten haar na. De oude dame had het niet door en liep rustig door de Nieuwstraat. Winkel in, winkel uit, langs de rekken, soms raakte ze een jurk aan, nam hem uit het rek, keurde de naden en zomen, de jongens imiteerden haar en zij was zich de hele tijd van geen kwaad bewust)
Het was druk.
De solden waren net begonnen en ik had daar geen rekening mee gehouden. Hier en daar moest ik over de koppen lopen. Of over de schreeuwerige solden- en percentage-slogans. Ik vond geen trui, ik vond er duizend. Ik kocht een prul van vijftien euro, zonder hem te passen want het was aanschuiven aan ieder pashokje. Misschien wou ik ook schoenen, dacht ik, maar alle winkels stonden overvol kopers. Geen schoenen. Ik zou moeten terugkomen. Is de stad ooit leeg? Alle winkels voor mij alleen?
‘Tzatziki-dip,’ dacht ik plots. Is er hier zo’n winkel? Maar ik was te klein en de mensenmassa te groot.
Een boek dan maar? Maar ik vond de boekhandel niet, kon me niet oriënteren, was die niet aan dit plein? Die oase van rust, waar was zij? Zou ik rust vinden tussen de boeken? Hier, prentbriefkaarten, ze lijken op boeken, prenten van kunstwerken, maar ik word opzij geduwd, een soldenjager, prentbriefkaarten? Toeristen? Waar ben ik?
Ik liep terug naar het Rogier en terug naar het Noord, de 250, de 251? Waar waren ze, alles was zo veranderd. De rust kan ik enkel thuis vinden, dacht ik.

Ik zette de televisie aan.
De Wever. Trump.
Ik zette de televisie terug uit.
‘Mijnheer Macharis,’ dacht ik. ‘Ik liep verloren in de stad, mijnheer Macharis. In een mensendoolhof, mijnheer Macharis.’

Afb. (herh) : Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

GATEN – 3

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008
Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Alleen maar een groot zwart gat.’
‘Je maakt me blaaskes wijs.’
‘Nee. Ik zweer het. Een groot zwart gat.’
‘In de duinen? Je raaskalt.’
‘Toch was er alleen maar dat ene grote zwarte gat.’
‘Ja, en jij hebt dat alleen maar gedroomd.’
‘Nee, ik was klaarwakker.’
‘Ook dat heb je gedroomd.’
‘Nee, ik bleef de hele tijd fris en alert.’
‘Jaja.’
‘Geloof je me nu?’
‘Jaja.’

GATEN – 2

peinture-243-x-181-cm-26-juin-1999
Pierre Soulages
Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008 , Acrylic on canvas, Private collection
© Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Waarom laat je de zesde altijd staan?’
‘Wat? O ja, nu je het zegt. Ik weet het niet. Wacht, ik herbegin.’
‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Je doet het weer. Iedere zesde bleef staan.’
‘Maar ik deed ze een voor een en lette op!’
‘Nee. Iedere zesde bleef staan.’

GATEN – 1

soulages
Pierre Soulages
Peinture 202 x 327 cm, 17 janvier 1970
Private collection
© Photo: François Walch, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

 

‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Je vergat de zeven.’
‘Ik vergat niks.’
‘Jawel, doe nog maar eens.’
‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, acht, negen, tien.’
‘Zie je wel? Je vergat alweer de zeven.’
‘Maar nee.’
‘O jawel.’

ZE KAN NOG TEKENEN, ZEGT KATRIEN

Soulages
Pierre Soulages (herh)

Mijn rechterarm en mijn linkerbeen, net boven de knie.

Ja.

Nee.

Nee. Nu is het wel genoeg geweest.

Blauw.

Nooit.

Ja, dat wel.

Dat weet ik niet.

Niets. Hoofdkleur groen.

Jaha, het viel op.

Nee. Het is echt genoeg geweest.

 

Katrien vraagt of ik haar alleen wil laten. Ja, natuurlijk, zeg ik, en dat ik helemaal niet van plan was om lang te blijven. We omhelzen elkaar. Ik huil. Ze zegt dat ik niet moet huilen. Dat het haar zal lukken en dat de pijn meevalt. Dat ze bezig is aan een tekening en dat ze het nog kan. Ik knik en ga met dichtgeknepen keel naar buiten.

ZWART 1 – ANNA

Anna bonkt met haar hoofd tegen de muur. Bonk, bonk, bonk.
Timmy komt net binnen en ziet het. Hij grijpt haar vast en probeert haar met al zijn macht van de muur weg te houden.
“Anna, waarom doe je dat toch?” vraagt hij.
“Omdat ik de wereld niet begrijp,” zegt Anna. “Omdat er vliegtuigen neergeknald worden en omdat er huizen van mensen ontploffen. En omdat er oorlogen, en verkrachtingen, en afgerukte ledematen zijn.”
“Anna, dat bonken helpt niet,” zegt Timmy.
“Ik weet het, dat het niet helpt. Ik kan niet huilen, maar het verdriet is te heftig. Ik heb geen tranen, Timmy, dus ik kan alleen maar bonken.”

pierre soulages
Pierre Soulages. Afb via http://www.pierre-soulages.com