EN KOFFIE?

(naar het oosten, buiging naar het oosten)

Hij zei tegen zijn zoon dat de ochtendstond
Jaja zei de zoon en hij gooide zijn peuk in het nette groene gras
Jamaar zo gaat dat niet zei de vader
Jawel want het is me gelukt zei de zoon en hij stond op en schudde zijn broekspijpen los
Wat moet er toch van je worden vroeg de vader
Ik ben al zei de zoon dus je hoeft je dat niet af te vragen
Ja maar je beroep en je geld en een gezin en kinderen
Dat zijn jouw zaken niet zei de zoon en ik trek mijn plan wel
Ja maar de mensen

De zoon kuchte en slikte en zocht in zijn zakken en stak een nieuwe sigaret op, inhaleerde diep en liet rookcirkeltjes uit zijn mond ontsnappen. De zon stond al bijna op het hoogste.
Weeral, zei de vader
Ja, zei de zoon
Je zou beter, zei de vader
Ja, zei de zoon
Wat minder baard, zei de vader
Zoonlief ademde een volgende reeks rookcirkeltjes uit en gooide zijn peuk in het nette groene gras
Weeral, zei de vader.
ja, zei de zoon
Mijn tuin en het milieu, zei de vader
Jaja en de bomen, zei de zoon.

Advertenties

NATUURLIJK

En de wind? Hij dacht dat hij de sterkste was en blies en joeg en liet bomen en huizen bewegen, zelfs barsten. Hij vond dat hij ook de zon en het licht moest breken, hij wou immers over alles heersen en riep en brulde dat hij de enige sterke was.
Dus hij blies en hij joeg op het licht, op de zon, en nog eens en nog, maar het licht en de zon werden hooguit wat verdonkerd door opgeblazen stof, en verschenen al snel weer in volle glorie.
En de wind had de zon in de rug, keek achterom en veroorzaakte daardoor een ware tornado. Hij dacht ‘Hola, een tornado, nu zal ik zeker winnen,’ maar hij won niets en herbegon en dat was weer eens verloren moeite en de wind legde zich dan maar neer, want hij werd ouder en moest regelmatig rusten.
En de zon en het licht deden niets, behalve kijken, schijnen en simpelweg blijven.

ALLES

(‘Alles in de tuin maakt een diepe buiging,’ zei hij)

Het is wat het is en een regenboog vraagt geen geld. Maar het doet zeer aan het hart en daar helpen alleen de bloemblaadjes tegen. En de wolken staan in een punt en kijk, er is een gat, en links van dat gat kun je dromen in vierkanten gieten, of in cirkels, maal duizend. En rechts is het niemandsland, daar worden slechts groene stengels geboren maar vroeger, wie weet het, wat was er eerst?

Dus het blijft dat het is wat het is en de regenboog leerde zelf met het licht te spelen en toont andere kleuren en vormen en hij praat en als de wind goed zit kun je hem verstaan maar misschien niet begrijpen. En de wolken leggen zich neer over de kleinste wandelpaden en je kunt erin bijten en dromen bestellen en meer, meer en meer en nog anders.

Daarna gaan de wolken een weddenschap aan en worden ze grijzer en grijzer. Ze laten hun water over de aarde lopen tot ze zeggen genoeg! en de zon toch weer mag en *schitter* en *blink* tot het wordt wat het is en de regenboog herhaalt dat enkel de bloemblaadjes helpen, raap ze op, zegt hij, hou ze bij, zegt hij, zegt hij, zegt hij, hou ze bij en *schitter* en *blink*.

TIEN TON OF MEER

Beste, ik heb op u gewacht maar de afstand was te groot, zeker tien ton en nee, het geeft niet, het was immers licht en donker en dan weer licht en we waren vreemden.

Beste, het is te laat het is voorbij de zonsondergang en ik had nog iets kunnen proberen maar het was te groen of te blauw en u zou gezegd hebben dat u vogels boven bloemen verkiest, of varkens of legoblokjes.

De afstand bleef en werd groter, van die tien ton tot zeker het eerste seinhuisje tot voorbij het botenhuis in de kleinste haven van het land.

U heeft nog gebeden maar de goden wilden niet luisteren, u vloekte en sprak van mijn kloten en de goden namen een deken en gooiden die over de aarde.
U voelde het niet, u zag niet dat het donker werd.

Daarna? Winterkoninkjes, roodborstjes en zwaluwen en het mooiste siergras, en de dahlia’s, de hortensia’s, en de fuchsia’s? Zij zullen wit kleuren.
En de zonsopgang zal de horizon verpulveren, misschien tot voorbij de woestijnrozen.

Al het andere weet ik niet.
Ik weet niet of bliksemschichten de luchten doorklieven tot ze links zowel als rechts

Noch weet ik, of de houten schilfers en de lange planken, of de zeepaardjes uit de tekening, of het boek op de staander, of de grootste witte rozen van bij die ene teler – enorm zijn ze, die rozen – of de rode randen van het blad, of het zonlicht in de kamer, of, of

FIJN STOF

Geachte heer Hoofd-Administor van de Geëerde Afdeling Controle van de CijferPlichtigen.
Vandaag is het 10 mei en ik kom tot de ontdekking dat ik de volledige in- en uitgaande Administratie van de Maand April nog moet verwerken.
Ik wens me bij deze alvast te verontschuldigen voor de Laattijdige Indiening van de Nodige Papieren en Cijfers.
Ik hoop dat U het me kan Vergeven en dat er geen Boete zal volgen.
Behalve een Verkoudheid, een Allergie en de Traditionele HoogSeizoendrukte, heb ik geen Geldig Excuus.
Indien nodig bezorg ik U een Attest van de Huisarts. Ik moet dan eerst Tijd vrijmaken om Online een Afspraak te maken, en vervolgens moet ik me IRL naar het Kabinet van de Huisarts begeven, om me te laten Onderzoeken.
Eigenlijk zou dat me wel passen: misschien kan de Arts me dan ook een nieuwe Puffer voorschrijven, een Betere, misschien, want mijn Allergieën worden erger en erger. Mogelijk is dat te wijten aan die nieuwe Riemen Papier, of aan het Nieuwe Stof dat door onze Nieuwe Printer mijn Lucht wordt Ingeduwd.
Mogelijk heeft u hier Ervaring mee, of heeft U een Gouden Raad voor mij? U, nog meer dan alle Anderen, heeft immers Dag en Nacht te maken met Riemen Papier en met Printers en Scanners. Ik zou Uw Mening dan ook heel erg Appreciëren!
Maar vandaag noch morgen kan ik die Afspraak maken. Ik moet immers Hoogdringend, Allereerst, Prioritair en Absoluut die Administratie verwerken. Een vraag: Waarom lijken al die Documenten zo sterk op Elkaar? Heeft dit dan nog zin?
Ik geef U een Voorbeeld. Ik hou het kort!
xxx.xx / xxx.xxx / xx.xx / x.xxx / xxxx / xx.x / .xx / .xxx / xxx.x
En Zo Voort.
Ik zie er Het Nut niet van in!
Kunt U Verduidelijken? Of kunt en wilt U me Tools en Motivatie aanreiken, om dit in de Toekomst Vlotter te laten Verlopen?
Hopend op Uw Begrip, met Dank voor het Geduld en met een Diepe Buiging voor U, Geëerd Hoofd van de Geëerde Afdeling Controle van de CijferPlichtigen.
HoogAchtend,
E-Nummer BE0XXX.XXX.522

KAFKA OP EEN BEEN

Hun administrator is vertrokken en de printer print onleesbaar.
De in te vullen vakken (53, 68, 72, 108, 116, 137, 171) zijn zwart en onbruikbaar.
Papier wordt enkel nog per tien riemen verkocht.
Witte verf krijgt een schrijfwaarde.
Dollars worden ponden en dan weer euro’s en dan weer kronen, die plots Australisch worden.
Potloden spuwen gif en dat gif is donkerrood en onuitwisbaar.
Tabellen zijn, zowel in de lengte als in de breedte, oneindige labyrinten.
Kafka draait zich straks om in zijn graf, maar eerst doet hij vergeefse pogingen om op een enkel been te lopen. Een rolstoel is geen optie.
Hij verscheurt duizenden riemen, zucht gelaten en haalt de schouders op.
‘De hortensia’s staan vol bloemen en ze krijgen voldoende schaduw,’ zegt hij.