KING – HET HONDENLEVEN

Wat denken ze wel? Ze blijven zo maar een ganse dag weg en dan komen ze onaangekondigd weer naar huis. Ze zetten me buiten, ze laten me binnen, buiten, ze vullen mijn bak met korrels en trekken de deur dicht en hier zit ik weer, alleen, buiten. Verdorie, het regent, dat weten ze toch? Waar zijn ze naartoe? Hoe lang blijven ze weg? En ik?

Ze zijn mijn wandeling vergeten. Echt. Ze hadden het te druk. Het is hier een aan- en afrijden geweest van vrachtwagens en ik geef toe dat ze echt geen tijd hadden. Maar mijn wandeling is belangrijk, ik moet van tijd tot tijd eens aan het gras langs de paden ruiken, dat weten ze toch?

Geeuw. Naar mijn wandeling kan ik al drie dagen fluiten. Ze liggen nu languit voor de televisie. Geeuw. Zucht.

Advertenties

OLIFANTEN

Olifanten.
Wat zeg je, Jef? Olifanten?
Ja, Nikki.
Jef, hier zijn toch geen olifanten?
Jawel Nikki.
Bij jouw pratende paarden, zeker?
Nee, Nikki. Op de straat, in de huizen, in de stad, overal.
Komaan, Jef. Wees nu ‘s ernstig.
Ik ben ernstig, Nikki. Heel ernstig.

GOLD

iguassu-falls

Want zij zijn goud, mijnheer.
Zij blinken dat het een lieve lust is en niemand hoeft hen op te poetsen. Zij schijnen als duizend zonnen, als waren zij zelf die duizend zonnen. Zo is dat, mijnheer.

Want zij zijn goud, mijnheer, en ik zal dat blijven herhalen. Zij zijn het liefste, mooiste, beste, hoogste, langste, echtste, witste, roodste, alleste en veel en veel meer, mijnheer.

Ik zal het door de gongs laten weerklinken mijnheer.
Iedere dag, mijnheer.
Ieder uur en iedere minuut, mijnheer.
Ik zal het van de daken schreeuwen en mijn stem zal niet schor worden. Zij zal het blijven schreeuwen.

Want zij zijn zij, mijnheer. Zij zijn beter dan u en ik samen. Zij zijn groter, grootst, grootser. Zij zijn de duizenden wouden, zij zijn de horizonten van ieder continent, zij zijn alle sterren, zonnen en manen.

Want zij zijn zij, mijnheer. En toch zijn zij Iguassu, zijn zij piramiden, zijn zij miljoenen en miljarden, zijn zij het licht, de warmte en de aarde, mijnheer.

Voor Kim en Leen.
Met dank.
Maar ook dank aan Bart en aan D’Ieteren Sport en aan de hele reutemeteut.

Foto via http://discoverriodejaneiro.com/sightseeing-tours/iguassu-tours#brazilian

DE VERVOEGINGEN

nico weve got the gold
(Nico, we’ve got the gold)

Je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Enkel kijken. Kijk dus. En dan: laat het licht van het beeld grote gaten in jouw hersenen branden, laat die gaten jouw verstand overnemen. Neem een bloembak, wat aarde, wat bloemenbollen (naar keuze) en plant die. Giet dagelijks.

Vervolg: Laat het zwart kleurig worden, laat het een liedje zingen, iets vrolijks, laat het groeien, zet het op de vensterbank van de buurvrouw, laat haar het liedje herhalen, zeg haar dat ze het verdeelt over de rest van de straat. De buurvrouw zal doen wat je zegt.

Nee, je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Maar je kunt het vervoegen. Ik, jij, hij, wij, jullie, zij, tegenwoordig, verleden, voltooid, gedaan, tot de toekomst. Sterk of zwak, gesplitst of niet, met en zonder koppelteken, met en zonder hoofdletters. Begin een nieuwe zin en maak er een rode loper van, leg die op het asfalt van de straat, op de stapstenen van het voetpad.

Dus. Je kunt niet veel doen met dat beeld. Een beetje. Je kunt het bekijken, maar je kunt het ook typen, het ganse alfabet, van a tot z en van z tot a en je mag de x en de y echt niet vergeten, je kunt ze met hoofdletters schrijven en er een lange zin mee volgen. Geen kat die de betekenis kan lezen, noch hond, noch paard, noch lijster, noch mens.

Je kunt niet veel je kunt wel, jaja. Je kunt alles bruin en zwart en blond. Je kunt alles groot en klein. Je kunt het dikke en het dunne, het jonge en het oude, je kunt de hele reutemeteut en je kunt herbeginnen. Of je kunt hén laten herbeginnen. Laat hen dansen, laat hen de muziek, laat hen een dichtsel of twee, drie, vier. Laat hen een fluo tekening als compagnon – naast de piano.

Je kunt niet je kunt wel, jaja.
Kijk.
Kijk dan toch!

ENKELE TOPPEN VAN BOMEN, ENKELE BOEKEN, ENKELE MENSEN

Paul Gauguin Arearea 1892

Duizend verhalen, natuurlijk.
– over de seksistische opmerkingen van de mannen. In welke eeuw leven zij? Maar zag je die reportage over India, en de verkrachtingen? Stond de tijd er stil? Zelf zag ik die reportage niet, enkel de trailer, ik heb geen tijd, geen tijd, geen tijd (dat is een echo).
– (ergens een roep, een gil. Er is een blokhut, we willen in de blokhut, we willen vooral naar het woud eromheen. We willen de merels en de mussen, de mieren en de pieren, we willen de eekhoorn, we willen de wind en het niets van de bomen)
– Over de enorme slaapzalen.
– Over die foto van een jaar geleden. Toen zagen ze er allebei nog zo goed uit. Wat is er gebeurd, waar zijn die levens naartoe?
– Over de chaos, meervoud. Hier, daar.
– Elders: de piano. Het spel van de jongen. Heel zijn lichaam speelde wat was het ook weer? Ik zoek het op, straks. Zijn blik, strak op de partituur. Er bestaan mooie woorden.
– Nog elders; de meisjes. Hoe oud zijn zij nu? Twaalf en tien? Ze zijn zo slank, slank en vol leven, ze kunnen niet stilzitten. De oudste is verkouden, haar moeder zegt dat ze niet mag hoesten, niet mag niezen.
– Overal: het begin van de lente.
– Ha, ha. De hond. Het beest spurt naar binnen, stopt bruusk, zit als een sfinx, kijkt, kwispelt, staat op en spurt terug naar buiten.
– En dan zij. Ha! Ze liet zich niet doen. Ha! “Ik vind jouw opmerkingen maar niks,” zei ze tegen hem, en hij lachte haar vierkant uit maar werd even later kordaat naar huis gestuurd, ha!
– “De Afrikaanse politie.” Huh? Afrika is wel groot hé. Afrika is een continent, zal ik het je eens tonen?
– Hup hup naar Australië. Wie was daar weer? Ha ja. Herstelt hij daar ook auto’s? Ja?
– En dan, de oude Volkswagengarage die nu geen Volkswagengarage meer is. Hij klonk content, Maurice.
– Nog verhalen?
– Die grote, grote maan. A nice moon rising.
– Havermoutpap met kaneel!
– Ice Tea. Ze wil een ice tea, een cola, een zak zuurtjes! En haar bruine vest!
– Argh. Een greep op een hart. Argh. Van Argh tot Zrgh.
– Gauguin. Moet ik dan echt in herhaling vallen?
– De muziekmannen.
– De planning, de stickers, de lijsten.
– Ha, ha. De zijzakken met ritsen!
– En ik herhaal: de mier klimt langs de stoelpoot naar boven. De mier ontmoet het meisje. De mier maakt vijf, zes salto’s. Het is ongezien, echt, echt ongezien.
– “Hola,” zegt de Gerd en hij schiet in zijn bulderlach. Niemand lacht zoals hij. Of hij zijn muziek nog zo luid zet? vraag ik. “Jaja,” zegt de Gerd. “en het genre kan variëren naargelang de situatie.” De beat vlamt uit zijn ogen, ganse gitaren en drumstellen, verdorie.