MIEREN


(10 x 15 cm, mixed media)
Toevallig passende illustratie van H.  Met dank. Ze hoort bij de vorige en volgende teksten.

Advertenties

OVER EEN DONZIGE EIK

En hij riep de Engelen aan en ze verschenen en brachten mee:
Vijf zwanen en hun gezinnen (lol)
Dertien paardenbloemenpluizen uit Berlijn
Twee witte merries
Drie zachtaardige honden
Een volledig mosterdplantenveld
Tien mooie liedjesteksten
Dons, dons, dons
Zes dromen
Vijf elfen
Een donzige eik
Een ontelbaar aantal ijverige mieren
Evenveel duizendpoten
Tien stralende dagen, om te beginnen
Tien stralende boeken, en de rest van de bibliotheek van Borges stond op de planning.
Acht gitaarsolo’s
Twintig veelkleurige zoetwatervissen, een plezier voor het oog
Een volledig geheugen muziek, als achtergrond.

En hij wist niet waar eerst te kijken en zei dat zijn lichaam en hoofd zich zouden moeten splitsen om alles te kunnen betasten en bekijken, maar hij vond het fijn en zou dat met veel plezier doen, zei hij, en hij begon met het dons, dons, dons.

THE SKY IS THE LIMIT, ISN’T IT.

Het was een klein trekje met de linker neusvleugel, niks anders. Heeft iemand dat ooit bij hem gezien, denk je? Dat kleine trekje? De neusvleugel bewoog amper, zou hij het zelf ooit gevoeld hebben?

Ondertussen? Ondertussen keek Jef naar de stapstenen en naar het asfalt van de straat. Hij zag het begin van een mierenkolonie. Nikki vroeg wat hij deed en Jef zei: “Ik kijk.”

Ondertussen? Ondertussen staat de andere man op een hoek van een kruispunt. Hij draait in het rond en neemt alles wat hij ziet in zich op. The Lady in Red, een half zebrapad, een barst in een gevel, een nieuwe laag verf op een oude voordeur, een jong koppel, een auto met een lekke band, een vuilniswagen, een rokende vuilnisman, azalea’s, een lege visbokaal bij het afval, een file in een straat, een andere, lege straat, zes, nee zeven wegwijzers, een postbode op een scooter, de openstaande deur van een slagerij, een vrouw met een boodschappentas.

Ondertussen? Ondertussen staat de maan nog vol aan de heldere hemel. Het is een zeldzaam iets, is het niet?

Ondertussen? Ondertussen droomt zij van de watervallen van Iguassu. Ze herinnert zich het pad met de papegaaien alsof het niks was. Met de helikopter wou ze niet, zei ze. Het was veel te duur, natuurlijk, maar het uitzicht was ook zo al overweldigend, waarom moest het dan nog verbeterd worden? Kon het wel verbeterd worden?

Ondertussen? Ondertussen ergens een man op een fiets. Hij rijdt naar de lagere school. Hij moet zijn zoontje ophalen.

De neusvleugel bewoog amper.

Ondertussen een bron die flessenwater wordt. Het merk wordt geëxploiteerd, geëxporteerd, vermenigvuldigd, verbeterd, nog verbeterd, voort gecommercialiseerd voor de wereldwijde markt, men verandert het etiket, men vertaalt, men berekent de kosten en de winsten, de aandeelhouders, het management.

Ondertussen? Een kleine man, zo noemen ze hem, hij is vier, hij heeft een verfborstel en gebruikt bij voorkeur blauw en wit en op die leeftijd heeft hij al weet van de ijskristallen, hij houdt het hoofd schuin en schildert, even later stopt hij en zet hij het volume van de radio luider, hij luistert naar het weerbericht, het hoofd nu schuin in de andere richting.

Ondertussen? Ondertussen werd de mierenkolonie beter zichtbaar, ergens bouwen ze maar niemand weet waar.

Het was een klein trekje met de linker neusvleugel, niks anders. Heeft iemand dat kleine trekje ooit gezien, denk je?

normandy
Normandië, de verandering van het licht. oude foto van mezelf (herh.)

UIT DE MIERENKOLONIE

en met de juiste ingesteldheid kan een mier makkelijk een olifant worden;

Een mier wandelt weg uit haar kolonie, zeg maar dat ze plots beseft dat ze een ‘ik’ is, en niet langer (of niet alleen) een onderdeel van die grote kolonie.
Bon.
De mier gaat dus op wandel, ontmoet een aap, een hond, een papegaai. De mier ontmoet ook een stoel (inderdaad), vindt de stoel interessant en begint aan een klimtocht, langs de poten van de stoel, helemaal tot boven. Daar heeft ze een goed uitzicht. Ze ziet een speelweide, een bos en drie olifanten.
‘Wauw, die beesten zijn groot,’ zegt de mier. ‘Zo groot wil ik ook worden!’
En de mier eet en eet (bananen, bosbessen, 1 koteletje per dag) en beweegt zo veel mogelijk om haar lichaamsgroei te bevorderen: ze loopt iedere dag drie kilometer, ze vertrekt voor drie weken op skiverlof en met regelmaat van de klok doet ze haar yoga-oefeningen.

En zo groeit ze, en zo wordt ze een olifant en kan ze op wandel met die drie andere olifanten.
De mier heeft nu een grote stal in de Zoo van Antwerpen en ze krijgt alle dagen veel bezoek. Ze bezorgt de Zoo van Antwerpen extra publiciteit en vooral subsidies. Een Mier Die Olifant Werd En Nu In De Zoo Van Antwerpen Verblijft, dat is immers niet niks.