GATEN

Gisteren: een gat in de wolken, een blauw gat. Een vage regenboog priemde erdoorheen. Plantte de regenboog zich in het veld van Thijs en Lise? Zullen er nieuwe regenbogen groeien?

Vanochtend: de man met de bordercollie heeft voor het eerst heel duidelijk zijn hand naar me opgestoken. Jarenlang hield ik vol: een knik, een glimlach, een hand in de hoogte. Maar hij wuifde, overtuigend, en als eerste.

Nieuw boek van heum. Het is zo anders dan het marmerboek.

Twee minuten voor het werk: twee minuten Niedekker. De opsommingen, de opsommingen. Plots doet het boek me aan Virginia Woolf denken. Ik google. Het klopt – er is een link.
Mag het zo duidelijk zijn? Moet het zo duidelijk zijn?

De dozen haalde ik al binnen; ze zijn open, de paklijsten liggen naast me. Ik blijf bij de ‘boeken’ en ga inboeken. Major error in de leverancierssite. Fatal error? (Wat me luidop doet lachen.)

DE HOUTEN SCHADUW

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het niet goed gaat.

Je hebt links een rode en rechts een gele sok. Je loopt in je blote benen, met een wollen trui en een sjaal.

Een uur geleden stond je in de zon. Je staarde naar de schaduw van de nog naakte plataan.

Je bewoog niet.

Nee, ik kan me niet van de indruk ontdoen dat je te veel gewicht draagt.

Maar het zonlicht hielp. De houten schaduw van de nog naakte plataan.

HET. HET WAAIT.

Het is er bijna.

Hopelijk vliegt het over.

Misschien waait het snel over.

Oef.

Bijna uit zicht.

Ai, het komt terug.

Het hangt.

Het zoemt.

Het komt dichterbij.

Wees niet bang.