WIT

maar ik vind dat het brandt, dat het vol vuur is
en dat de massa’s witte hortensia’s (zij staan tegen de vele, vele gevels)
en dat de grote, witbloemende oleanders

Zo, het licht
Zo, de uitgestrektheid van een kleur die niet is, dezelfde uitgestrektheid van haar pracht, en van haar overal-zijn
Zo, haar branden in onze ogen terwijl ze roept ‘Ik ben er, ik ben de uitgestrektheid, ik ben het eeuwigdurende, het altijd, dat ben ik.’

(en het kind? Nee, niet wit, niet in het wit maar in vele kleuren. Het kind speelt, het kirt naar de tollende bal, het geeft de bal nog een duw, de bal rolt tot tegen de grote rabarberbladen, dan ziet het kind de voorbijgangers en het wuift, de wandelaars wuiven ook en zeggen tegen elkaar: ‘Kijk een kind met een bal, het lacht, het amuseert zich.’)

Het wit en het licht, zo zijn zij adembenemend, verpulveren zij iedere horizon, reiken zij tot veel verder, zijn zij, punt.

Advertenties

DE BEUKENHAAG, ZIJ TWIJFELT

haar blaadjes kleuren groen of rood of niets, nog niet, of wel
ze wachten, willen, zullen, worden, groeien, ja of nee?
de twijfel blijft,
het zonlicht –

op de dakrand naast de haag, zie, trippelen twee duiven
van links naar rechts van rechts naar links tot een van hen gaat vliegen,
niet veel later nummer twee.

de blaadjes van de haag, in twijfel –
kiezen –
groen of rood of rood of groen of niets, nog niet, of wel
een waterval van groene, rode dons, misschien
het wachten op het licht, nog even –

MET HET LICHT ZAL NIETS GEBEUREN, ZEI MEN

Het licht stond te koop.
Al snel vond men de ideale koper. Hij was meer dan solvabel en men had het volste vertrouwen in zijn managementcapaciteiten. Het contract en de details van de verkoop waren snel rond. Het licht werd verkocht en het zou voor de komende decennia in goeie handen blijven.

Een journalist kreeg lucht van de verkoop en zette het bericht online. Alle kranten en mediakanalen namen het over.
De mensen waren bang.
Het licht? Het licht verkocht? Hoe kan dat? Wat nu? vroegen ze.
Ze werden gerustgesteld.
Met het licht zal niets gebeuren, zei men. Het blijft waar het is, het kan niet verdwijnen.

Amper drie maanden later besliste de eigenaar om het licht op de beurs te gooien. De beursgang werd een groot succes. De koersen stegen dadelijk en onafgebroken.

De gewone mensen houden nu alle economisch nieuws in verband met het licht in de gaten, maar weten niet wat ze er mee aan moeten of wat ze moeten geloven. Sommigen vroegen onbeperkt inzage en inspraak in alles wat met het licht kan gebeuren en in alle transacties. Maar dat kan niet, zei men, en men benadrukte nogmaals dat het licht in goeie handen zou blijven.

HET IS HETZELFDE WATER

Weet je nog?
7 uur ’s ochtends, Le Sud, we zwommen en we hadden het water, het strand, het licht en de wereld voor ons alleen. De onmetelijkheid! Van het bestaan! Van de wereld! Hoe het water, de warmte, het licht en de lucht ons droegen!

Nu, jaren later, draagt en herbergt het water hun lichamen. Ze vochten en vechten, werden en worden gekocht, moesten en moeten grote sommen betalen, wisten of weten niet wat hen te wachten stond of staat en legden of leggen hun levens en kinderen in de handen van kwaadwillige dragers. Ze werden, worden gepropt en geslagen. Ze verdronken, verdrinken, ze stierven en sterven.

Het is hetzelfde water.

Onze zee is diezelfde zee, de golven zijn de golven en het licht het licht. Het water, de stranden, de zon en de wereld, zij zijn wat ze waren en zijn.
Hetzelfde toen, hetzelfde de laatste jaren en nu. Het is hetzelfde water.

GATEN – 4

pierre soulages 2015
Pierre Soulages,
Peinture, 159 x 202 cm, 30 Octobre 2015, 2015
Courtesy Galerie Karsten Greve, © VG Bild-Kunst, Bonn 2015
Photo: Vincent Cunillère

‘Het is leeg.
Er is niks.
Het is leeg.
Er is niks.’

Marieke huppelt voorbij en hoort het en zegt
‘Huh, Niks?’
en
‘Huh, Leeg? Maar ik zie toch vanalles? Mensen en huizen en auto’s en honden en katten? Bomen, vijvers, rivieren, weiden, merels en mussen, vlinders? Blaadjes, bijen, vliegen, mieren, nerven? Hoezo dan, leeg en hoezo dan, niks?’

GATEN – 3

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008
Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Alleen maar een groot zwart gat.’
‘Je maakt me blaaskes wijs.’
‘Nee. Ik zweer het. Een groot zwart gat.’
‘In de duinen? Je raaskalt.’
‘Toch was er alleen maar dat ene grote zwarte gat.’
‘Ja, en jij hebt dat alleen maar gedroomd.’
‘Nee, ik was klaarwakker.’
‘Ook dat heb je gedroomd.’
‘Nee, ik bleef de hele tijd fris en alert.’
‘Jaja.’
‘Geloof je me nu?’
‘Jaja.’

GATEN – 2

peinture-243-x-181-cm-26-juin-1999
Pierre Soulages
Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008 , Acrylic on canvas, Private collection
© Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Waarom laat je de zesde altijd staan?’
‘Wat? O ja, nu je het zegt. Ik weet het niet. Wacht, ik herbegin.’
‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Je doet het weer. Iedere zesde bleef staan.’
‘Maar ik deed ze een voor een en lette op!’
‘Nee. Iedere zesde bleef staan.’