OCHTEND NA OCHTEND

cape-cod-morning-hopper

VANZELF

en plots, My Dear, is het leven van een ongeziene schoonheid
(alsof het ooit anders was, u moest het enkel maar zien)
en is een bloem een bloem en tegelijkertijd is ze honderdduizend bomen
en is een vlieg als een lichtstraal en vliegt ze duizenden meter, maal honderd- of tweehonderdduizend.

En plots ligt de lucht
(in haar oneindige blauwe)
op haar kop en tolt en dolt ze, met ons
en toont ze dat ze beter en duizendmaal sterker is, dan wij

en toornt ze en wordt ze storm, en lichtflits, en laat ze de weiden verdrinken
en stuurt ze wind over wind en onder en langs en doorheen alle bomen en daken
en vlijt ze zich neer en ligt ze alweer
(in haar oneindige blauwe).
.

Men beweert, dat avondrood het einde, de dood zelfs betekent
maar toch is daar, telkens, de ochtend,
in glorie
(glorieus)
in schitter
en brengt ze haar lucht
(in haar oneindige blauwe)
en herbegint ze de dag, opnieuw en opnieuw.

(‘ochtend’ is, voor deze gelegenheid, vrouwelijk.
Etc.)

(Afb: Cape Cod Morning, 1950, Edward Hopper)

Bewaren

Advertenties

HERFST

dscn1607

Goedemorgen mijnheer Macharis,

Dank u.
Ja, ik kan wat afleiding gebruiken. Nee, ik was niet meer aan zee. Ik blijf thuis en doe niets anders dan tabellen, tabellen en tabellen en de volgende twee of drie maanden zal dat niet veranderen. Ik zie niemand, tenzij ik een brood wil kopen of tenzij ik naar de supermarkt ga. Maar ik kom nooit iemand tegen die ik ken. Alles en iedereen is nieuw, behalve de tabellen.
U schreef dat ik lid zou kunnen worden van een hobbyclub. Wat bedoelt u? Koken? Handwerken? Quizzen? Een leesclub?
Ik pas.
Ik wil niet in een club. Ik wil best wel wat beter leren koken, maar een club? Iedere woensdagavond, bijvoorbeeld? Ja, ik zou mensen leren kennen en ik zou minder vaak alleen zijn. Ik zou met de anderen kunnen telefoneren om iets te vragen, of we zouden kunnen afspreken. Misschien zou ik er wel een nieuwe partner leren kennen!
Maar ook daar: ik pas. We leven in 2016, en met al die bommen en granaten die men tegenwoordig in huwelijken en andere relaties kan vinden? Nee, dank u. Ik blijf alleen. Alleen tot den dode en als er over twee of drie decennia geen plaats voor me is in een of ander aangenaam rustoord, dan stap ik uit het leven.
Trouwens, u kent me toch beter dan dat? Meende u het, van die club?
Maar goed.
Ik reed niet naar zee, maar ik reed wel wat rond in deze nieuwe omgeving.
Ik zag een roodgloeiende gevel. Prachtig. Een oud huisje en een gevel ervan zat volledig verstopt  onder een schitterende, rode klimop. Ik ken de soort niet. Ik weet niet eens zeker of ik het wel klimop mag noemen. Misschien moet ik eens terug om een foto te maken. Felrood onder de zon, was het. Zelfs terwijl ik aan mijn tabellen zit of terwijl ik hier aan u zit te schrijven, kan ik me het beeld nog zo voor de geest halen. Zo bijzonder, mijnheer Macharis. Ja, ik weet nog waar het was en misschien rijd ik eens terug.

Hartelijke groeten,

E.

PS. Ik reed terug. Maar op enkele dagen tijd was de overweldigende rode pracht veranderd in het bruine van de herfst. De gevel werd reeds kaal. Zo gaat dat. Ik maakte dan maar een foto van de overkant en ik wacht op de lente en op de volgende nazomer om die breekbare pracht terug te zien.

foto: Malderen, Beekstraat.

2 van 66 brieven

Bewaren

ROOD

sol lewitt
Sol LeWitt, Wall Drawing #299 (detail), 1976. Collection of Levi Strauss & Company, San Francisco

De Grote Raad van de Wethouders en van de Bedrijven heeft beslist dat de volgende week helemaal rood is. De bevolking dient zich te houden aan de volgende verplichtingen:
– Het dragen van een rode pet.
– Het dragen van een rode blouse of hemd.
– Het dragen van rode schoenen.
– Het strikte gebruik van enkel en alleen rode zakdoeken in papier of in stof. U weet ondertussen dat dit uiterst belangrijk is.
– Uitsluitend de rode lijnen mogen gevolgd worden.
– Uitsluitend de rode huizen en gebouwen mogen betreden worden.
– Uitsluitend de rode artikelen mogen gekocht en gebruikt worden.
– Wat de voeding betreft: U geeft tomaten, rode paprika’s, rode biet en aardbeien de absolute voorkeur. 75 procent van de maaltijden dient uit de kleur rood te bestaan.
– Omhelzingen, knuffels en seks zijn ENKEL toegelaten ALS de ochtend- of avondzon de hemel rood kleurt.
– U leest uitsluitend de rode boeken.
– U gebruikt uitsluitend rood schrijfgerief. Rood schrijfgerief moet verplicht zwarte inkt bevatten.
– Voor papier geldt de altijd geldende uitzondering; het moet hagelwit zijn en u koopt het uitsluitend in een rode winkel. Voor mappen, tussenschotten, enveloppen, kleefband, etiketten en dozen gebruikt u uitsluitend rood.
– Voor alle tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken en andere creatieve uitingen zijn enkel schakeringen van de rode kleur toegestaan. Witte of zwarte details zijn toegelaten. Een overzicht van de schakeringen staat op het intranet.
– U gebruikt enkele rode transportmiddelen.
– De algemene regel voor toiletpapier, handdoeken, badmatten, lakens, dekens is: rood.
– Alle achtergronden van televisieprogramma’s en van het intranet zullen rood zijn. Indien u zelf over kleuren-software beschikt, dan is het absoluut verboden om de instellingen van de achtergronden te veranderen.
– Het internet blijft uitgeschakeld.

– Iedere overtreding zal streng bestraft worden.
– Gelieve zelf alle overtredingen die u ziet te melden via een van de kliklijnen.

ROOD

Dekalog

 

Hun agenda’s met veel rood zijn passé.

Nu zitten ze daar.
Zij: met een breiwerk, met een lappendeken, met een kruiswoordpuzzel.
Hij: met het voetbal.

Er is te weinig voetbal op tv, vindt hij.
Hij gooit met de afstandsbediening. Twee minuten later zegt hij dat het hem spijt. De volgende dag gooit hij terug met de afstandsbediening, zegt twee minuten later dat het hem spijt, neemt een duurder kabelabonnement, kan vanaf dan de klok rond voetbal kijken, juichen, boos zijn op een speler, boos zijn op een trainer, juichen, geeuwen, matchen een tweede keer bekijken, ’s ochtends en overdag en zelfs ’s nachts.

Zij bereidt nog altijd de maaltijden.
Hij heeft honger, hij heeft geen honger, hij wil een glas wijn bij het eten, hij wil een glas cognac na het eten, en in de namiddag, en ’s avonds, twee.

De batterijen van de afstandsbediening zijn plat, er zijn geen batterijen meer in huis, hij gooit met de afstandsbediening, hij zegt dat het hem spijt, zij zegt dat het haar spijt, misschien hebben de buren?

En op haar pantoffels klimt ze naar de hogere verdieping en belt ze aan bij de jongere buren.
Maria, Maria, wat doe je toch? vragen ze, het is al zo laat!
Maar ik moet batterijen, zegt Maria, hebben jullie?
En de bovenburen gaan mee naar beneden en steken de nieuwe batterijen.

Hij kijkt weer naar het voetbal en glimlacht en bedankt.
Zij vraagt of de jonge bovenburen ook een cognac?
Maar zij zeggen nee, dank je Maria, en dat het fijn is dat hij nu terug televisie en ja, voetbal is belangrijk, de mensen, zie je, en ze nemen afscheid want het is al laat en Maria neemt haar breiwerk en tikt tikt of zou ze kruiswoorden? maar gaat dan toch slapen. En hij juicht want een doelpunt en waar is de fles weer? Maria?

 

Afb.: Still uit een van de Dekalogen van Kieslowski.

SCHETSBOEK TOT DE TIENDE (HERH)

saul leiter sketchbook

(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)

Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig

 

(herh. dd. 13/1/2014. Soms moet een mens eens in herhaling vallen)

LIKE A RAINBOW

Het is dat wit wit is terwijl het toch beter rood of groen zou zijn.
Het is dat wit wit moet zijn maar anderzijds? Oranje?
Het is dat zwart dat alleen maar op zwart lijkt, terwijl het in feite geel is of terwijl ikzelf zou willen dat het wit en groen en blauw en oker en gespikkeld en vanalles tegelijkertijd is.
Het is dat rood rood, en dat rood toch ook weer geen rood, omdat ik het anders zou willen, als (o la la) pistache bijvoorbeeld!
Een blauw met groen ijsje!
Een rode hond!
Een knalgeel dak van een huis!
Een spierwitte hemel met groene waas!

Het is dat wit wit is terwijl het wit moet blijven of geef maar grijs met groene strepen.
Het is dat ik geen wit wil, maar wit wil wit laten blijven en zwart doen worden, in tussenstappen van honderd schakeringen oranje.
Het is dat ik liever groen gespikkeld.
Of roze met een zweem van lichtblauw.
Of donkerpaars met een fluo rand.
Het is dat zwart zwart is en pikzwart moet blijven maar er mag een venster in met dertig rode randen en een alu-bodem.
En dat mijn wit mijn wit en geen zwart maar toch zwart is of dat ik het wil kunnen kiezen, langs de ingelijste gele exemplaren.

Baf. Knalrood.
Baf. Okergeel.
Baf. Ontploffende regenbogen.
Baf. Stijgende rivieren, naar een appelblauwzeegroene lucht, verspreid over oost naar west en noord en zuid zonder onderbreking.
Baf. Dezelfde rivieren in alle kleuren en ze beginnen met wijnrood langs wijnwit en worden dan bananengeel en dan weer –groen of vice-versa, bij het ochtendgloren.
Baf. Zwartwit, witzwart, grijs over grijze strepen, rood over rode vlakken, geel over niks wit met het grote zwart en dan terug wit, dat beter rood of groen, of wat.

DOORBOORD

Vandaag, mijn vriend, zijn ze er in geslaagd, mijn vriend, om meer dan honderd kinderen de dood in te jagen. Vandaag, mijn vriend, tonen en zeggen de moordenaars dat ze onverdraagzaam zijn en zullen blijven, en dat er nog meer doden zullen vallen.

Ondertussen, op een ander deel van onze planeet, kloppen minstens vijf bedrijfsleiders zich op de borst en roepen zij dat zij de beste zijn, dat zij de prijs voor de beste ondernemer verdienen. Wij, op dit verre deel van de planeet, wij hebben geen tijd voor de nieuwsberichten over de doden. Enkel dat ene journaal over onszelf, de groten, de vijf bedrijfsleiders, is belangrijk.

Vandaag, mijn vriend, kleurt de aarde voor de zoveelste keer donkerrood. Het is het donkerste rood van bloed, met in zich de meest schuldige voetstappen, mijn vriend.

Op een ander deel van onze planeet wordt er om nog meer prijzen gevochten. Prijzen van beste reportages en liedjes, prijzen van bestverkopende boeken, prijzen van duurste medicijnen, prijzen van mooiste dassen en mooiste outfits op weer een volgende prijsuitreiking. We trekken ons van de doden en van het donkerste rood van het bloed helemaal niks aan, we willen enkel checken of onze dassen rechtzitten en of onze haren in de juiste plooi liggen, want een andere plooi zou wel eens verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.

Vandaag, mijn vriend, huilen en schreeuwen de harten van diegenen die de dode kinderen zagen.

Op een ander deel van de planeet is er een enorme overvloed aan eten. We gooien per dag tonnen en tonnen voedsel in de vuilnisbak. We zeggen dat dat normaal is, en bedekken het afval met een of andere politieke vlag en met onze oprechte excuses.
We trekken de context uiteen en zeggen dat we het beter doen en weten dan onze collega’s, en we sleuren hen eens goed door het slijk, alsof we niks anders te doen hebben.
Misschien hebben we inderdaad niks beters te doen. Misschien moeten we terug wat normaler wezen, en in onze tuin zitten, en het onkruid wieden, en naar onze kinderen kijken.

Vandaag, mijn vriend, stierven ze. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord.

Op een ander deel van onze planeet bekvechten wat parlementariërs en politici. Over het al dan niet nemen of uitstellen van duizendste beslissingen, over hun namen in de kranten (‘Hoe groot en vet was jouw lettertype?’) Over het al dan niet rijden met kleine of grote auto’s, met fietsen, met gratis of betalende bussen en treinen. Over een postje links of rechts. Over ongeacht, maar dan ook ongeacht wat.

Vandaag, mijn vriend, breken onze harten. Vandaag worden we weer eens wakker. Vandaag, mijn vriend, denken we weer eens iets meer dan anders aan de zoveelste tientallen doden.

Op een ander deel van de planeet stroomt de slagroom over de roltrappen van de winkelcentra. Lego-speelgoed springt er door de uitstalramen. De geuren van honderdduizenden soorten parfum vullen er de wandelgangen. We weten dat al die parfums op ons wachten. Zelf kunnen we niet langer wachten, we springen in onze auto en rijden er naartoe. We moeten en zullen ze kopen.