GEREDUCEERD TOT EEN DIKKE RODE VILTSTIFT – DEEL 3/3

Vanaf nu moet u nu ook voor volgende activiteiten schriftelijk toelating vragen. De normale procedures en termijnen voor binnen- en buitenactiviteiten zijn van toepassing.

Binnen:

Het lezen van tijdschriften die niet op de huidige lijst staan.

Het lezen van boeken die niet op de huidige lijst staan.

Telefoongesprekken binnen uw zone.

Emails van vreemden beantwoorden (ttz van mensen die niet op de door u gegeven contactpersonenlijst staan)

Emails aan vreemden versturen (idem)

Alle nachtelijke activiteiten, zonder uitzondering, zelfs toiletbezoeken.

Een andere soort zeep gebruiken.

De hond borstelen.

Buiten:

Madelieven tellen.

Een verrekijker gebruiken.

Langer dan vijf minuten langs een vijver wandelen.

Telefoneren, tenzij in levensbedreigende situaties.

Beachvolleybal.

Nieuwe goudvissen uitzetten.

De hond borstelen.

De volledige lijsten vindt u op www.fgov.be

GEREDUCEERD TOT EEN DIKKE RODE VILTSTIFT – DEEL 2/3

Alles is verboden, ook de combinaties.
Idem voor de getallen.
Volledige lijst op www.fgov.be :
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
AA
AB
AC
AD
AE
AF
AG
AH
AI
AJ
AK
AL
AM
AN
AO
AP
AQ
AR
AS
AT
AU
AV
AW
AX
AY
AZ
AAA
AAB
etc.

GEREDUCEERD TOT EEN DIKKE RODE VILTSTIFT- DEEL 1/3

Het is wat het is. Maar dat dachten we vroeger ook, en we dachten dat wat toen was, zou blijven. Het bleef niet. Wat was is niet meer, het is, letterlijk, wat was gebleven. We hopen dat wat nu is zal blijven maar we zijn niet
(er zijn nieuwe verbodsregels)
zeker. We houden ons vast aan wat is, maar voor de week om is is wat is wat was geworden. Het is niet
(er zijn alweer nieuwe verbodsregels)
anders. We weten het niet meer. Wat is was niet gisteren. Wat is is nieuw. Zal wat is morgen nog
(de nieuwe verbodsregels die vandaag werden gestemd zijn vanaf middernacht van toepassing)
wat is zijn? Of is het dan weer wat was geworden? En wat met
(de nieuwe verbodsregels werden weer aangepast)
overmorgen, volgende week, volgend jaar, over vijf
(u vindt ieder woord van de nieuwe verbodsregels op de grote uithangborden aan de voorgevels van de gemeentehuizen)
of over tien jaar? Zal wat was ooit terug wat is worden? Wat moeten we doen? Want het is toch wat
(u moet zich aan de nieuwe verbodsregels houden of lijfstraffen worden toegepast)
het is? Dat zou toch zo blijven? Of is wat was altijd beter? Wat is het nu? Ik weet het niet. Is het echt wat het is? Definitief?

KORTE LINK NAAR ROOD

‘Ik hou het kort. Het zijn lange dagen. Er zit een spin in het bad. Ik sproei. Er zit geen spin in het bad. Het is koud buiten, kouder dan verwacht. Waar is mijn trui? Daar, een vliegtuig. Daar, een duif. Twee. Drie. Daar, een kwikstaartje. Twee. Drie. Vier. De hond wil er mee spelen. Het is geen hond. Het is een mini-beer. De buurvrouw roept. Iets over de aardappelen. Zes stuks zegt ze. Huh zeg ik. Ze is al terug naar binnen. Wuift nog. Een camionette. Wat doet dat verkeersbord daar? De gracht. De boeren. De jonge met de spade. De oude met de orders. Een kraan. Waar is de gracht zeggen ze. Nog een buurman. Ook over de aardappelen. Huh. Over de bieten. Over de maïs. Hij wordt geroepen. Drie vliegtuigen. Een voorbijrijdende auto. Stipt. Het is halfzeven. Altijd om halfzeven. Een groet. Een koude en blauwe lucht. Jonge boeren. Oude boeren. Rood in het oosten. Rood in het oosten. Rood in het oosten.’

ZONDER MEER

Het kan in kleuren; geel, blauw, grijs, groen, rood, oranje, fuchsia.
Geel voor maandag, blauw voor dinsdag, grijs voor woensdag, groen voor donderdag, rood voor vrijdag, oranje voor zaterdag, fuchsia voor zondag.
Het kan iedere dag van de daken schreeuwen, iedere dag een andere kleur, regenbogen op het eind van de week, als samenvatting, in de plaats van de nieuwsberichten of van de facebookposts, of whatever.
Morgen is het vrijdag.
Vrijdag is rood, rood, dieprood, donkerrood, zoals de Weigelia Bristol Ruby, die sterker bleek dan de droogte, sterker dan de storm, sterker ook dan de voorbije winter en alles overleefde, alsof het niks was, niks, behalve haar donkere rood.

En zo voort.

TOT VOORBIJ

En de liefde, zij wist

dat de mens het kind
en de man de vrouw
of de vrouw de man

dat het ene kind het andere
en dat de vogel de vogel
het gras het gras
dat de bloemen, roder of blauwer

En zij wist
dat wetenschappers en ingenieurs
dat bruggen en auto’s
dat torens, buildings en treinen

of dat bossen
en grachten en zeeën
en meikevers
en vlinders

en zij kon, o ja zij kon
het kind
en de man en de vrouw
en de mens, mens

Zo was zij, zo is zij
wetend
van het embryo
van de liefde

van de zon, van de maan en van iedere ster,
van het ganse firmament
of de hele horizon
tot voorbij, en nog verder

Zo wist zij en keek
en keek
en wist
en bleef kijken.

DE BEUKENHAAG, ZIJ TWIJFELT

haar blaadjes kleuren groen of rood of niets, nog niet, of wel
ze wachten, willen, zullen, worden, groeien, ja of nee?
de twijfel blijft,
het zonlicht –

op de dakrand naast de haag, zie, trippelen twee duiven
van links naar rechts van rechts naar links tot een van hen gaat vliegen,
niet veel later nummer twee.

de blaadjes van de haag, in twijfel –
kiezen –
groen of rood of rood of groen of niets, nog niet, of wel
een waterval van groene, rode dons, misschien
het wachten op het licht, nog even –

RODER DAN

Ze zal vertellen dat ook Zij uit het woeste schuim is geboren, dat haar kracht de kracht van de zon evenaart.
En dat het grote zowel als het kleine
En rijk als arm

Dan zal ze zeggen dat hoger dan hoog en dat heter dan heet, dat roder dan rood en dat dieper dan diep

En dat de wortels van bomen en struiken, van groenten, van bloemen en gras tot verder dan ver, zelfs tot de overkant reiken

En donder en bliksem

En hemel en aarde

En zonnen.

Maar dan zal ze zwijgen. In het diepste van onze aarde, zie je, in dat diepste –

(1/5)

OCHTEND NA OCHTEND

cape-cod-morning-hopper

VANZELF

en plots, My Dear, is het leven van een ongeziene schoonheid
(alsof het ooit anders was, u moest het enkel maar zien)
en is een bloem een bloem en tegelijkertijd is ze honderdduizend bomen
en is een vlieg als een lichtstraal en vliegt ze duizenden meter, maal honderd- of tweehonderdduizend.

En plots ligt de lucht
(in haar oneindige blauwe)
op haar kop en tolt en dolt ze, met ons
en toont ze dat ze beter en duizendmaal sterker is, dan wij

en toornt ze en wordt ze storm, en lichtflits, en laat ze de weiden verdrinken
en stuurt ze wind over wind en onder en langs en doorheen alle bomen en daken
en vlijt ze zich neer en ligt ze alweer
(in haar oneindige blauwe).
.

Men beweert, dat avondrood het einde, de dood zelfs betekent
maar toch is daar, telkens, de ochtend,
in glorie
(glorieus)
in schitter
en brengt ze haar lucht
(in haar oneindige blauwe)
en herbegint ze de dag, opnieuw en opnieuw.

(‘ochtend’ is, voor deze gelegenheid, vrouwelijk.
Etc.)

(Afb: Cape Cod Morning, 1950, Edward Hopper)

Bewaren

HERFST

dscn1607

Goedemorgen mijnheer Macharis,

Dank u.
Ja, ik kan wat afleiding gebruiken. Nee, ik was niet meer aan zee. Ik blijf thuis en doe niets anders dan tabellen, tabellen en tabellen en de volgende twee of drie maanden zal dat niet veranderen. Ik zie niemand, tenzij ik een brood wil kopen of tenzij ik naar de supermarkt ga. Maar ik kom nooit iemand tegen die ik ken. Alles en iedereen is nieuw, behalve de tabellen.
U schreef dat ik lid zou kunnen worden van een hobbyclub. Wat bedoelt u? Koken? Handwerken? Quizzen? Een leesclub?
Ik pas.
Ik wil niet in een club. Ik wil best wel wat beter leren koken, maar een club? Iedere woensdagavond, bijvoorbeeld? Ja, ik zou mensen leren kennen en ik zou minder vaak alleen zijn. Ik zou met de anderen kunnen telefoneren om iets te vragen, of we zouden kunnen afspreken. Misschien zou ik er wel een nieuwe partner leren kennen!
Maar ook daar: ik pas. We leven in 2016, en met al die bommen en granaten die men tegenwoordig in huwelijken en andere relaties kan vinden? Nee, dank u. Ik blijf alleen. Alleen tot den dode en als er over twee of drie decennia geen plaats voor me is in een of ander aangenaam rustoord, dan stap ik uit het leven.
Trouwens, u kent me toch beter dan dat? Meende u het, van die club?
Maar goed.
Ik reed niet naar zee, maar ik reed wel wat rond in deze nieuwe omgeving.
Ik zag een roodgloeiende gevel. Prachtig. Een oud huisje en een gevel ervan zat volledig verstopt  onder een schitterende, rode klimop. Ik ken de soort niet. Ik weet niet eens zeker of ik het wel klimop mag noemen. Misschien moet ik eens terug om een foto te maken. Felrood onder de zon, was het. Zelfs terwijl ik aan mijn tabellen zit of terwijl ik hier aan u zit te schrijven, kan ik me het beeld nog zo voor de geest halen. Zo bijzonder, mijnheer Macharis. Ja, ik weet nog waar het was en misschien rijd ik eens terug.

Hartelijke groeten,

E.

PS. Ik reed terug. Maar op enkele dagen tijd was de overweldigende rode pracht veranderd in het bruine van de herfst. De gevel werd reeds kaal. Zo gaat dat. Ik maakte dan maar een foto van de overkant en ik wacht op de lente en op de volgende nazomer om die breekbare pracht terug te zien.

foto: Malderen, Beekstraat.

2 van 66 brieven

Bewaren