Achter de duinen: een kleine streep schaduw.
“Ik speel met haar, maak haar kort, maak haar lang. Ik streel het begin en het einde, rek haar, plooi haar.
De schaduw vraagt wat mijn plannen zijn.
Ik antwoord niet. Ik ben de wind! Ik kan toch niet praten!
De streep schaduw legt zich neer en kijkt me aan met haar grote ogen. Zie ik tranen?
Ik kniel.
De schaduwlijn plooit, de schaduwlijn danst, zij wordt langer en korter, verdwijnt, komt terug.
Ik ga liggen, naast de schaduw.”