De wind zegt:
“Ik beweeg niet vandaag. Ik bewaak de wiggen tussen de wolken en laat hier en daar het hogere schemeren.”
“De kinderen zien mijn tekeningen, ze weten me in de wolken, ze kennen me stormen, dieren en dromen toe en beseffen dat ik dit ben. De wind.”
“Het is groot, het is veel. In mijn wolken zitten miljoenen dromen. De dieren, de bloemen, alle objecten. In veelvoud.”
“Getekend, doortekend. Zo ben ik.”
Hij vervolgt zijn weg, bewaakt de wiggen en tekent.