IETS

Dag 5.
Iets zweeft over de schermen. Het maakt een trillend geluid.
Malcolm schreef een nieuw app en slaagde erin om zoemende geuren te verspreiden. De mensen ademen deze in en uit en in en uit en delen zich te pletter over de herinneringen die de reuk bij hen oproept.
Voor anderen, de nieuwe generatie, zijn de geuren onbekend. Zij zijn verrast door de gewaarwording en delen wat die de scents bij hen oproepen; bij de ene is dat een droom over een knalrode auto, bij de andere over een nooit in het echt geziene horizon. Iemand probeert om, met beide handen, een geur vast te grijpen en is verbouwereerd: het lukt niet. Hij dient klacht in.

ERGENS

Dag 4.
Al het andere is flinterdun geworden; een digitale laag.
[Ik betast je gezicht en voel de koelte van het scherm]
Paardenbloemenpluizen zijn onvindbaar; we kunnen ze niet meer wegblazen, hun stengels laten geen vlekken meer na – wie weet dat nog?

Stapt de enkeling, met zijn laarzen, klieft hij door de modder en komt hij in een oase van groen, blauw en licht.

Hij trekt zijn laarzen en sokken uit, rolt zijn pantalon tot boven zijn knieën, stroopt zijn mouwen op en vlijt zich languit in het gras.

HET GEWICHT

DEEL II. HET DAGBOEK.
Dag 1, dag 2, dag 3.
Allerlei wordt geschapen, zwarte strepen sieren de lichtgevende toestellen, mensen zetten er een tekst bij en delen, delen.
Buiten de steden heerst de bliksem.
Een enkeling beseft dat hij écht bestaat en klieft met zijn laarzen door de modder. Als hij langer dan een paar seconden blijft staan, voelt hij zich wegzakken.
“Het gewicht van een mens,” denkt hij, en glimlacht. Hij zet een paar stappen, blijft staan, voelt dat hij wegzinkt, glimlacht opnieuw.
“Het is echt,” denkt hij.

(Het dagboek: 10 dagen)
(‘Neo’ is een deel van de Polyptiek)

IN KOOR

NEO
DEEL I. LATER
De wolken vliegen voorbij maar zij zien eruit als blauwgetinte computerschermen.
Iemand vraagt waar de gewone wolken en de gewone lucht naartoe zijn en honderden mensen antwoorden in koor dat alles, wat zich vroeger boven de hoofden bevond, nu is vervangen door wat de miljoenen laptopgebruikers online zetten.
‘Het is beter,’ zeggen zij.

Zeeën en rivieren zijn enkel op scherm te vinden, niemand weet nog dat die bestonden, zij zijn als koeien voor stadskinderen.

Een man met goede ideeën organiseert tentoonstellingen.
‘Wolken met olifantenvormen’
‘Wolken met neuzen’
‘Regenwolken’
‘Blauwe hemels’
Hij vindt ongekende tinten blauw uit, van licht tot donker, bijna zwart, en lanceert enkele nieuw thema’s: ‘Donder en bliksem’, ‘Dieren van vroeger’, ‘Bloemen van vroeger’.

De tentoonstellingen worden eindeloos gedeeld en vereeuwigd. De man met de goede ideeën wordt rijk en heeft nog meer ideeën; hij laat, op de binnenmuren van de woonhuizen, beelden van vroeger weergeven – behangpapier dat, telkens de bewoners thuiskomen of wakker worden, oplicht en beelden uit een van de vele thema’s weergeeft.

‘Neo’ in fragmenten. Vanaf nu wordt deze titel enkel nog in de tags vermeld.
Met dank aan H/S om me op enkele inconsistenties te wijzen.