BOREAS – 12. O, DE WIND

Het is de wind, de wind, de eeuwige wind.

Hij draait en keert, hij neemt de bomen mee op zijn reis en splijt de stammen als hij honger heeft.

In een ander leven drinkt hij uit de rivieren, volgt hij zalmen en baarzen, keert hij zijn blik naar de hogere lucht en de zon.

Nu: er is sprake van een verduistering.
De wind begrijpt het niet, hij probeert het licht te keren maar het verdwijnt – de maan is sterk.

Daarna: klatergouden van licht, van stralen, het licht wordt herontdekt.

Later: de wind rust, hij hoeft zijn gelaat niet meer naar de vogels te wenden. Hij weet dat deze zon blijft tot zij de andere kant van de aarde verkiest en dat zij dan terugkomt, en komt, en komt.

En het is de wind.

En het is de Dageraad.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.