BOREAS – 14. HET BEREIK

De wind is gaan liggen.
Een jongen zit in een klaslokaal, hij kijkt door het raam.

De meester vraagt hem waarom hij steeds zit te dromen, de jongen weet het niet en haalt de schouders op, maar dan, toch, weet hij het wel en antwoordt hij dat hij meer van het uitzicht geniet dan van de woorden van de meester.

De meester zegt dat de jongen een eeuwige dromer zal blijven en dat hij in dit leven nooit iets zal bereiken.

“Wat moet ik bereiken?” vraagt de jongen.

De meester antwoordt niet.

De jongen laat zijn blik rusten – de wind die is gaan liggen.

“Ik hou van de wind, zelfs als hij stil is,” zegt de jongen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.