HET BOEK

bibliothèque sainte genevieve

Op een dag was er iemand die mij aansprak, in plaats van ik hem. Het was een oudere man en hij had me al vaker zien rondhangen in de buurt van de trappen van de Bibliotheek, zei hij. Hij had ook gezien dat ik regelmatig iemand aanklampte, en vroeg me waarom ik dat deed.
“Ik neem interviews af,” zei ik.
“Maar je noteert niets?” vroeg hij.
“Nee,” antwoordde ik.
“Heb je een recorder?”
“Nee.”
“Je onthoudt alles?”
“Ongeveer. Ik hoef wat de mensen zeggen niet letterlijk weer te geven.”
“Nee? Waarom niet?”
“Omdat dat niet moet.”
“Ik begrijp er niks van. Doe je die interviews voor je job?”
“Nee.”
“Een hobby?”
“Hahaha! Ja, zo kunt u het noemen.”
Op mijn beurt vroeg ik hem wat hij las. Hij droeg immers een boek onder zijn arm, en zoals altijd was ik nieuwsgierig naar de lectuur van anderen.
“O, niets bijzonders.”
Het leek alsof hij het boek nog steviger onder zijn arm knelde.
“Is het een roman?”
“Ja.”
“Van wie?” Ik probeerde door het dunne zijdepapier heen de titel en de auteur te lezen.
Hij negeerde mijn vraag.
“Wat doet een jonge man als jij bijna dagelijks in het centrum van de stad?” vroeg hij. “Moet jij niet werken?”
“Ik lanterfant en praat met de mensen,” antwoordde ik lachend. “En ja, ik werk. Maar nooit in het midden van de dag. Dan ben ik hier.”
“En wat voor job doe jij dan?”
“Ik zit aan een tafel, rangschik papieren, telefoneer en af en toe loop ik wat rond of doe ik een boodschap.”
“Ben jij een klerk?”
“Als u het zo wilt noemen dan mag dat.”
“En vanwaar jouw interesse in de mensen?”
“Ze zijn fijn. Ze zijn vooral erg verschillend en veelzijdig. Ze zijn meestal vriendelijk. En ze spreken duizend talen.”
“Mmmm,” zei hij.
“Wat?”
“Zou je mij aangeklampt hebben?”
“Dat weet ik niet. U was me niet opgevallen.”
“Maar jij mij wel.”
“Ja.”
“Hier zijn we dan. Moet je me geen vragen stellen? Een interview?”
“Nee,” zei ik.
“En wat doe je met dit gesprek?” vroeg hij.
“Onthouden,” zei ik. “En blijven gissen naar wat u leest.”
Hij knelde het boek weer stevig vast maar haalde het plots toch onder zijn arm vandaan en gaf het aan mij.
“Wat nu?” vroeg ik.
“Het boek is voor jou. Een geschenk.”
“Dank u.”
“Graag gedaan.”

De Dialogen, 2.
Afbeelding: Wikipedia, Bibliothèque Sainte-Geneviève, Paris.

dd. 7/8/2013

 

MIJN NAAM IS MATTHIAS

“Matthias Toby,” zei ik.
Het gebeurde zelden dat een van de mensen die ik aanklampte mijn naam vroeg. Deze jonge dame deed dat, en ik antwoordde.
“ ‘Matthias’ is een mooie naam,” zei ze.
“Dank je!”
“Vanwaar ben je afkomstig?”
“Uit Tillier.”
“Tillier? Dat ken ik niet. Waar is dat?”
“In Wallonië. Het is een klein dorpje. Het is er erg mooi.”
“En nu woon je in de stad, Matthias?”
“Ja, in de groene rand. Ik zou niet anders kunnen.”
“En je komt iedere dag naar het centrum?”
“Ja.”
“Om met mensen te praten?”
“Ja. Ook om te werken, maar het fijnste zijn die gesprekken, natuurlijk.”
“En je spreekt iedereen zo maar aan, zoals je met mij deed?”
“Inderdaad.”
“Waarom? En hoe maak je je keuze? Wie wel, en wie niet?”
“Ik wil de stemmen van de mensen horen. Maar ik wil ook hun handbewegingen en hun oogopslag zien. En na het afscheid nemen wil ik zien hoe ze stappen. Ik kies hen lukraak. Jong, oud, dik, dun. Ik weet niet waarom ik iemand al dan niet kies, het is eerder een eenvoudig er naar toe lopen, zo maar.”
Ik zweeg even. Ik stond nooit eerder stil bij het waarom van mijn bijna dagelijkse bezigheid.

De jonge vrouw heette Michèle, was jong en mooi en slank. Ze droeg een jeans met een felgroen topje. Goede maar versleten sneakers aan haar voeten en ze had kortgeknipte maar speelse blonde haren. Gouden lokken. Het zonlicht speelde ermee, het was zo’n mooie dag.
Michèle had vlekken op haar vingers.
“Schilder jij?” vroeg ik. Ik gaf het gesprek een wending; niet ‘ik, Matthias,’ maar ‘zij, Michèle’, was immers het doel van mijn uitstap.
“Ja, het valt op, niet?” lachte ze. Ik had nog nooit zo’n mooie glimlach gezien.
“Wat schilder je?”
“Vanalles. Vanochtend begon ik aan het schilderen van een dansende vrouw. Ze is mooi, groot, ze draagt een lange zwarte jurk maar heeft ontblote schouders. Sensueel.”
Michèle pauzeerde even.
“Ze danst op moderne muziek en je ziet haar beweeglijke schouders. De schouders zouden de dans zelfs zonder de rest van het lichaam kunnen uitvoeren. Haar bovenlichaam praat door de bewegingen. Ik wil de muziek en de dansende schouders van de danseres in mijn werk leggen. Ik wil dat iemand die het werk ziet, de muziek kan horen en het ritme kan voelen. Dit schilderij van de dansende vrouw is nog lang niet af. Ik probeer wat uit, herbegin, schets, herbegin nog eens, tot ik het beeld en de bewegingen die in mijn hoofd zitten goed kan weergeven.”
“Mag ik haar zien?”
“Heu, ja, maar nu nog niet.”
“Wat doe je met je schilderijen?”
“Niks.”
“Helemaal niks?”
“Ja, toch wel. Ik toon ze aan vrienden.”
“Dat is alles?”
“Ja, dat is alles.”

pina vollmond

De Dialogen, 3.
Foto: still uit Pina Bausch, Vollmond :
http://youtu.be/wOmUCPjHJao



dd. 25/7/2013

ZACHT ORANJE, BIJNA ONZICHTBAAR GEEL EN EEN ZWEEM VAN ROOD

Je kunt gewoonweg iemand op straat aanspreken, zomaar. Het is het proberen waard, een keer, twee keer, drie keer; je krijgt telkens een ander verhaal, en dikwijls worden die verhalen met veel hartstocht verteld.
Dat was ook zo bij Annie, maar hoe ze heette kreeg ik pas te horen toen we afscheid namen en onze namen en telefoonnummers uitwisselden.

Het verhaal van deze Annie was speciaal en terwijl ze vertelde bleef haar blik erg open. Haar diepbruine ogen keken me recht aan, ze wendde ze nauwelijks af. De jonge vrouw fascineerde me en ik had geluk; het klikte. Zij vertelde en ik spande me in om geen woord te missen, terwijl ik de levendigheid van haar ogen en stem mee in me opnam.
“Je vindt het overal,” zei ze.
“Overal?” vroeg ik.
“O ja.” Ze keek me onderzoekend aan, twijfelde even, friemelde wat aan de bovenste knoop van haar fleurige bloesje van zacht-oranje, wit, bijna onzichtbaar geel en hier en daar een penseelstreek van een kleine, rode bloem die me aan die mini-roosjes deed denken. Door dat bloesje leek Annie de lente zelve en ze zag er bijzonder goed uit. We zaten aan de rand van de fontein, vlakbij de ingang van de Koninklijke Bibliotheek. Toeristen en kantoorlui passeerden en sommigen keken nieuwsgierig naar haar mooie verschijning.
“Vind je het erg als ik mijn schoenen uitdoe?” vroeg Annie.
“Nee, natuurlijk niet.”
Ze schepte wat water in een hand en liet het druppelsgewijs op de ene en dan weer op de andere voet vallen. Ondertussen bleef ze me aankijken en vertelde ze voort.
“Ik heb het zelf in de vuilnisbak gevonden. Niet omdat ik vuilnisbakken doorzoek, wel omdat ik het toevallig zag liggen. Zo maar. Het hoorde niet thuis bovenop die oude kranten en papiersnippers, en ik zag het door de felgroene kleur. Ik bukte me, haalde het uit de vuilnisbak en bekeek het langs alle kanten. Het was een bijzonder klein exemplaar, niet van nieuw te onderscheiden en perfect bruikbaar. Zo vind je ze overal en in alle kleuren, maar ik had nog niet vaak zo’n klein exemplaar gezien. Deze was grasgroen. Die van gisteren was blauw, die van vorige week roze met kleine oranje spikkels, die van een maand geleden zwart met witte bollen. Soms zijn ze tot drie keer zo groot als die kleine groene, enkele zijn uitsluitend wit en af en toe zijn ze bijzonder grappig. Die met dat clownsgezichtje bijvoorbeeld. Of die andere met de afbeelding van een dansende matroesjka-pop. En ik heb er eens eentje gevonden met een lange staart, maar aanhangsels zijn heel uitzonderlijk. “
Annie vertelde nog een tijd verder. Dat die kleine groene toch wel een van haar lievelingsexemplaren was. En dat het normaal was dat ze ze zo maar vond. En nee, het was niet belastend, integendeel; het was een plezier om ze telkens opnieuw tegen te komen.” Een plezier en altijd een grote eer,” benadrukte ze.
We namen afscheid.
“Wil je vandaag nog iemand anders aanspreken?” vroeg ze.
“Nee hoor,” zei ik.
Ik zei dat ik blij was met haar verhaal. We noteerden elkaars naam en telefoonnummer en een van ons beide zou over enkele dagen de andere telefoneren.
“We zien wel,” zei ze.
“Ja,” antwoordde ik.

Betty Playful with Colors-earth

De Dialogen, 1.
Afbeelding: Betty Reyniers 2012 : Playful with Colors – Earth
Betty stelt tentoon in de bibliotheek van Londerzeel, nog tot 31 augustus 2013 : http://biblonderzeel.blogspot.be/2013/07/zomertentoonstelling-betty-reyn…

dd. 18/7/2013