ANABEL: ‘MAAR LIEFDE DE LIEFDE’

Haar hart daverde maar ze wist:
dat bomen de bomen
en gras het gras
‘Maar liefde de liefde?’ vroeg ze, want ze twijfelde.
Hoe, waar, wanneer, wie, nu, straks, gisteren, morgen, hoe lang, hoe diep, hoe groot?

‘Mijn lieve liefste,’ zuchtte ze,
‘Mijn hart, mijn schat, mijn alles, mijn licht. Mijn grootste, mijn knapste, mijn adem, mijn lucht, mijn leven, mijn goud, mijn zilver, mijn duizend.’

Ze huilde.
‘De liefde de liefde?’ vroeg ze, want ze twijfelde.
Hoe, waar, wanneer, hoe lang, hoe groot?
Want ze wist, ze wist niet, ze wist niets, noch nu, noch morgen, noch wat, noch hoe.

Ze huilde niet meer.
Want ‘De liefde de liefde?’ wist ze.
Ze plukte een madelief, ze plukte een roos, ze plukte een bos.
Ze zuchtte, ze lachte, want ‘De liefde de liefde?’ wist ze
en ze plukte nog meer en ze vlijde zich neer en wist dat het hart en de lucht en het goud en het diepste en grootste

in bloemen, veel meer.

madelief leen
Illustratie : Leen Verlinden.

Advertenties

BLOEM

Maar het is dat de ene Chinees de andere vertrappelt
en dat de wereld op z’n vuilnisbakkop staat
en dat de wereld de bloemen vergiet

so, hier en daar, on whatever new ground;
een lelie, een alpenroos, een madelief.

Maar het is dat de ene mens de andere
en dat de wereld de wereld

so, hier en daar, on whatever new ground;
een nieuwe lucht, een adem, een groenrode  halm.

220
Illustratie: Eva Vanderstappen, voor Merel en Mus.