EN DE BAKKER

. en de bakker
. en zijn speculaasvormen
. ze zijn oud
. ze zijn een antiquiteit!
. drie speculaasvormen werden gestolen
. de andere staan of liggen, ergens
. ze zijn oud en donkerbruin
. de bakker deed dat, ’s ochtends
. als het brood in de rekken lag
. de bakkerin, alles gesneden
. het lawaai van de snijmachine achter de rug
. de broodzakken
. de ovens
. de vrachtwagen met de bloem
. drie. Drie speculaasvormen staan of liggen, ergens, oud en bijna donkerbruin, niemand die ze opmerkt, niemand die stilstaat bij de uren

DIT IS ZWART-WIT EN GRIJS

De zon komt op, ze maakt een veld van klaprozen en wekt de vinken en de merels, en de mens, ze speelt haar spel van schaduw hier en schaduw daar.
Zij zegt “Het is zes uur, nu is het elf, nu twaalf, dan een en twee en drie en voort en meer.”
Zij zegt “Het zwart is licht, het grijs is licht, de kleuren zijn mijn licht,” en werpt opnieuw een schaduw, hier en daar, tot zij het westen kiest en maan en straatlantaarn, en uitstalraam en building
en een auto
en ook de maan het spel speelt en een schaduw werpt, nu hier, dan daar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

EXPLOSIONS IN THE SKY

“Een luchtballon.”
“Wat, Jef?”
“Ik wil een luchtballon.”
“En wat wil je daar dan mee doen, Jef?”
“Domme vraag hé Nikki. Vliegen natuurlijk.”
“Ben je daar al niet wat oud voor, Jef?”
“Oud, Nikki? Ik?”

WATERLELIES

“Voilà, waterlelies.”
“Maar Jef, hier zijn toch geen waterlelies? Hier is niet eens een vijver.”
“Ha nee, Nikki, ze zijn er niet, maar toch zijn ze er wel. “
“Jef, je raaskalt.”
“Niks van Nikki, ik raaskal helemaal niet. Ik sluit mijn ogen en ik dénk waterlelies.”
“Ha ha, Jef. Wacht, ik probeer jouw waterlelies ook te zien. Te dénken, bedoel ik.”
“Goed idee, Nikki.”

Claude Monet
Claude Monet. Afb. via Paul Webb

EEN SIGAAR

“Een sigaar, Nikki.”
“Geen pijp, Jef?”
“Nee, Nikki. Vandaag doe ik in sigaren.”

Snow Storm - Steam-Boat off a Harbour's Mouth exhibited 1842 by Joseph Mallord William Turner 1775-1851
JMW Turner, Snow Storm – Steam-Boat off a Harbour’s Mouth
(keuze pic vanwege het licht)

PARTY

“Mien waar is m’n feestneus, Mien waar is m’n neus?”
“Jef, wat doe je?”
“Dat hoor je toch, Nikki? Ik zing.”
“Over jouw feestneus, Jef?”
“Ja, Nikki. Ik zoek hem. Geen idee of ik hem zal vinden.”

‘EI’

“Kort.”
“Kort?”
“Ja Nikki, kort.”
“Zoals ‘wei’, Jef?”
“En zoals ‘dit’, Nikki.”
“En ‘ei’, Jef?”
“Kik, Nikki.”
“Hahaha! Dot, Jef.”
“Mat, Nikki.”
“Lol, Jef.”

“IK SLAAP IN DE SMALSTE GOOT”

“Ik slaap wel buiten, in de sneeuw.
“Ik slaap wel buiten, in de storm.
“Ik slaap wel buiten, in de hagel, onder de dikke laag smog, onder de nooit eerder geziene wolken van grijze, donkere as.

De man rechtte de rug. Hij duwde zijn schouders extra naar achter, zodat zijn hoofd automatisch een trotse houding aannam. Hij slikte, hernam en herhaalde wat hij net zei, nog luider. Hij dreunde voort, zonder dat hij de keel moest schrapen en alsof zijn stem alle bergen van de wereld kon ver-dragen.

“Ik slaap wel op het scherp van het mes
“Ik slaap wel in de snee van de schaar.
“Ik trotseer al de touwen, al de prikkeldraad, iedere bliksem, al de lava, de distels, de krokodillen
“Ik, ik trotseer alles. De hele wereld. Iedere grot, iedere laag, al de donkerste dagen en putten.

De man zocht een ladder, vond er een, gebruikte die om tot op het dak van het schuurtje te klimmen.

“Ik slaap in de smalste goot
“De volgende ochtend sta ik fris en monter op. Ik schud de dauw van mijn haren en lijf. Ik adem met volle teugen de lucht van de nieuwe dag. Ik gebruik de natuur, mijn adem en mijn kracht om te herrijzen.
“Ik hoef niet te strijden.
“Ik hoef niet te dreigen.
“Ik hoef niet te declameren.

De man nam zijn gitaar. Hij wachtte vier of vijf minuten. Hij rechtte de rug, duwde zijn schouders extra naar achter, zodat zijn hoofd automatisch een trotse houding aannam. Hij begon.

De man slaapt nu buiten, in de sneeuw.
De man slaapt buiten, in de storm.
De man slaapt buiten, onder de hagel, onder de smog, onder de nooit eerder geziene wolken van grijze en donkere as.
Hij strijdt niet.
Hij dreigt niet.
Hij declameert niet.

STEENRIJK

“De Bank.”
“Wat is er met de bank, Jef?”
“Ze Bewaart Mijn Geld.”
“Waarom zeg je dat met hoofdletters, Jef?”
“Omdat ik Zin had in Hoofdletters, Nikki. En Omdat het Mijn Geld is.”
“Jouw geld, Jef, ja. Ben jij rijk, Jef?”
“O ja Nikki, Steenrijk. Ik ben ongeveer Duizend Euro Rijk. Dat zijn veel stenen, Nikki.”
“Stenen, Jef?”
“Ja, Nikki. Veel. ‘Steenrijk’, begrijp je? Ik heb Honderden Honderden Duizenden Stenen. Keien, bijvoorbeeld, in de rivier, en het is een mooie dag en ik zit op de oever en ik kijk naar het water, en naar de stenen. Steenrijk, dat ben ik.”

PETERSELIE, BEGOT

en zouden ze niet beter wat in hunnen hof gaan zitten, in plaats van op die verkiezingsborden te hangen? Geen mens die al die beloftes en slogans nog gelooft, ik zeker niet, ik wil zelfs niet gaan stemmen, maar ja, ik zal wel moeten.
Welke kleur? Groen, zeker?
Waarom? Omdat ik het niet weet. Omdat groen de kleur van de bomen is? Van de bomen in de lénte en in de zomer? Niks herfst, niks winter, ik kies voor lente en zomer en voor sla en boontjes en peterselie, begot, een mens zou van minder.
(zegt Jef)

Lucian Freud garden-notting-hill-gate
Lucian Freud, 1997, Garden, Notting Hill Gate