VERGULD

En oud zijn zij
en hun leven bijna
(een geur van kersen en van appelsienen)
nog een stuiptrekking hier en
een stuiptrekking daar
(met een zweem van kaneel)
en een toch nog niet laatste poging en
nog een
(en een blik op de jeugd)
en een snakken naar adem –
de longen, vermoeid,
de ogen, een waas,
de lippen, droog,
de huid en de haren

Of leven nog leven is, vraagt de ene
De energie van de jeugd, antwoordt de andere
Misschien moeten we zelf, vraagt de ene
Gij ouwe zot, zegt de andere
Ja, gij ook, zegt de ene
(een geur van nog warme rijstpap
met een zachte zweem van kaneel)

(Langs Gombrowicz, langs Goethe, 2012-2019/2020)

TOILE CIREE

‘Mevrouw, excuus dat ik dit zo tegen u zeg, maar die klant die net weg is, zij is een serpent, verschrikkelijk. Ze denkt dat ik nog weet welk maar dat weet ik niet meer, wat ik wel weet is, dat ik zoals altijd, al dertig jaar lang, twee keer heb gemeten en dan pas gesneden en dan nog eens gecontroleerd, ik doe dat altijd, dat is een vaste gewoonte en ik heb me niet vergist, het was zoals ik het altijd doe en exact wat ze me gevraagd heeft. Zij heeft de maat opgegeven en zij heeft dus verkeerd gemeten en nu moet ik dat maar terugnemen, alsof het niks is, ze komt straks terug en ze denkt dat ik hier verniet sta en dat ik alles gratis krijg maar ik krijg niks gratis. En zeg nu zelf, wat moet ik daar nu mee, met zo’n stuk, ik krijg dat niet meer verkocht maar zij is hier een goede klant, vindt ze, en dat ze alles altijd bij mij koopt, maar zo’n goede klant ben ik liever kwijt dan rijk, ze moet niet meer komen, ik kan haar missen als kiespijn. Wat dat vandaag de dag is met de mensen, ik weet het niet, ze doen zo moeilijk en het is al moeilijk genoeg, ik was hier al om vijf uur, zo vroeg en waarom weet ik niet, in dit pokkeweer, er komt geen kat door behalve die ene, dat serpent, en ik ben al met verlies aan het werken. Beu ben ik het, kotsbeu, sorry dat ik dit zo maar tegen u zeg, ik ken u niet, maar het moet van mijn hart. En weet u dat mijn ex me plots nog honderdvijftigduizend euro afhandig wil maken? Alsof ik dat zo maar te nemen heb, ik heb dat geld niet, en mijn advocaat, die pluimde me en deed voor de rest niks, maar nu ligt die vent op zijn plaats, ze hebben hem vorige week begraven, het is hem gegund, hij was een dief. Ik weet echt niet wat dat met de mensen is, waar gaat dit naartoe, vorige week nog werd een collega, die van hier schuin over, betrapt met een plastic zakje en hij moest driehonderdtachtig euro boete betalen, driehonderdtachtig! Voor een plastic zakje! Dat kan toch niet! Denken die nu echt dat wij hier voor ons plezier staan, zo’n gure wind, dat wordt niks vandaag! U krijgt nog vijf euro van me, mag ik u die dweilen zo meegeven, kunt u ze wegsteken, want ik weet het echt niet meer, excuseer hoor mevrouw, dat ik me zo liet gaan, maar een mens moet zijn hart eens kunnen luchten, het is me echt te veel, excuseer hoor mevrouw, u zal wel denken ‘die zot’ maar u mocht het gerust weten, echt hoor mevrouw, dank u, sorry hoor mevrouw.’

BOREAS & CO

Hoor, de wind!
Hij rolt en hij tolt!
Hij raast en hij vraagt:
‘Wat met de aarde? Mijn aarde?’

Hij vraagt het de zeeën. Zij weten het niet.
Hij vraagt het de wolken. Zij weten het niet.
Hij vraagt het de zon. Ook zij weet het niet.

Hij roept en hij zoekt, hij raast en herhaalt:
‘Wat met de aarde? Wat nu met mijn aarde?’

PANORAMA

Zwartop zwartna zwartin zwartmee zwartlos zwartuit zwartbij.

Licht.
Lichtlicht.
Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht.

Zwartdoor. Zwartis zwartlui zwartklaar zwartbest zwartluid zwartloos.

Licht.
Lichtlicht.
Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht.

Zwartkin. Zwarthoofd. Zwartlus zwartkom zwartniet zwarttoch zwartfuif.

Licht.
Lichtlicht.
Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht.

Zwarter. Zwartvoor. Zwartik zwartjij zwartwij. Zwartsom. Zwartduur.

Licht.
Lichtlicht.
Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht.

Zwartstraf zwartstil zwartof. Zwartprijs. Zwartsnik zwartlos zwartdos.

Licht.
Lichtlicht.
Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht.

(Hardop te lezen. Liefst declameren. Intonatie naar keuze, maar
‘Lichtlicht’ en ‘Lichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlichtlicht’ moeten snel en toch duidelijk uitgesproken worden. Veel plezier!)

OF EEN CEO

– Goh, goed, dank je. Druk druk druk. Een stoelendans.

– Wat? Waarom?

– Omdat A verhuist naar bedrijf 1, B naar bedrijf 3, C naar bedrijf 2 en bedrijf 4 heeft D aangeworven. 5 betaalt E meer dan wat hij vroeger in 1 verdiende, 6 heeft voor F een betere ontslagvergoeding op papier gezet, G begint ook bij 1 en krijgt flink wat aandelen maar A is daarvan niet op de hoogte, bovendien wordt 1 binnenkort door een Chinees bedrijf overgenomen maar A noch G weten daar iets van. En niet onbelangrijk; een maand geleden heeft H haar ontslag bij 4 ingediend, zij mocht beginnen bij 7 maar de raad van bestuur van 7 is nu van gedacht veranderd en H zal op zoek moeten naar een ander bedrijf, in een nieuwe sector. Als je wilt weten wat er exact gebeurde kan je het aan D vragen, die is van alles op de hoogte, hij heeft er veel met haar over gepraat en hij kent alle details.

– Het lijkt me eerder een soep dan een stoelendans.

– Ha, maar zo ingewikkeld is het niet hoor. En het is de normaalste zaak van de wereld.

– Normaal?

– Ja, normaal.

– Betalen die jobs goed?

– Ja. Meestal erg goed. En over alle voorwaarden wordt vaak lang onderhandeld.

– Ik veronderstel dat ik niet in aanmerking kom?

– Nee. Je draagt de verkeerde kleding en je kent niet genoeg mensen.

– Hola. Moet dat dan?

– Yes.

– Tja. Ik kan mezelf wat oppoetsen en ik ken jou, jij kunt me helpen, dat zal wel volstaan zeker?

– Nee, want ik beslis niks. Ik adviseer.

– O. Je adviseert. En, doe je het graag? Moet jij jezelf dan alle dagen grondig oppoetsen? En ben je gelukkig?

IMMER

En de maan, flinterdun, amper zichtbaar, moe van de nacht.

En drie, acht, zeven is een juiste volgorde, of zes, twee, elf.

En de zon komt op, de zon gaat onder, de zon komt op. Zelfs van achter haar wolkendek zegt ze ‘Komaan joh’ en geeft ze ons een tik op de rug, ‘De dag,’ zegt ze, ‘de dag!’

LEVEN

en de leraar is moe, moe, moe zegt hij, maar hij bijt zich door de tientallen kaartjes die hij wil maken en zegt dat het moeilijk is, andere school, andere graad, andere leerstof en hij wil alles erg goed doen, perfect moet het zijn. Hij zit uren en uren over zijn schrijftafel en laptop gebogen, maar volgende week is het vakantie, zegt hij, en dat hij dan toch een beetje zal werken, het moet klaar zijn, hij moet zijn draai vinden, hij moet zich thuis voelen in de nieuwe maar ook in de oude materie, hij doet het zo graag, zegt hij, hij wil het goed doen, ja, ja, perfect, zegt hij.

EN EEN DONKERGROEN HART

en de hond heeft zich de plastic pot met de grote, zachtgroene klavers met roze bloemetjes toegeëigend. De potgrond ligt verspreid over de binnenkoer en de klavers zijn geen klavers meer. Maar holala, de kleuren!

BAF

en een vrouw klopt op het hoofd van haar man. ‘Jij. Hebt. Die. Ene. Klus. Nog. Altijd. Niet. Gedaan,’ dreunt ze.
Hij haalt zijn schouders op, zegt ‘Jaja ik zal het direct doen, ik ga eerst even naar buiten,’ en hij loopt de tuin in, ademt diep in en uit en bekijkt de rode fuchsia, ja, die moet uitgeplant, misschien best vlakbij de afsluiting? Hij wil wat goeie grond in de kruiwagen scheppen, waar is die ene spade ook weer? En misschien moet hij ook dadelijk maar die magnolia verzetten? Het is al avond maar de bijna volle maan geeft voldoende licht, hij kan nog een uur of wat, minstens

EN

vleermuizen. Niet angstaanjagend, ze horen erbij, iedere laatzomeravond fladderend over de binnenkoer, geen idee waar ze naartoe vliegen, in het donker lijkt hun gefladder op dat van de zwaluwen maar de zwaluwen slapen, die rusten en bouwen aan hun energie voor hun levenslust, morgen, morgen.