en ik zou je willen aanraken, maar dat mag niet. Niks mag. Ik wil je handen vastnemen, ik wil een arm, een schouder aanraken, maar het kan niet. Ik mag zelfs niet reiken. Ik sta ver van je, maar het moet nog verder. Nog verder. Nog! Nog twee meter verder! Achter die dikke vette zwarte lijn moet ik blijven. Ik moet. Het moet. Ik mag niet. We mogen niet, niemand mag. We moeten, allemaal, we doen niet anders, we blijven achter die dikke vette zwarte lijnen.
Categorie: Uncategorized
DROMEN, OVERAL
Ze hadden een droom maar kregen een halve, of geen
Ze wilden een huis maar kregen een half, of
Ze wilden een tuin maar kregen een halve,
Ze wilden een kind maar kregen een
Ze wilden een job maar kregen
Ze wilden veel plezier maar
Ze wilden hun dromen
Ze wilden zo
Ze wilden
Ze
.
SLIKKEN, OVERAL
en de krop in de keel.
Marc probeert hem door te slikken maar het lukt niet. Hij haalt eens diep adem en probeert nog eens. Marc gorgelt, doet wat nekoefeningen, probeert, maar de krop blijft. Marc kucht. Hij ademt een paar keer rustig in en uit, de dokter had hem gezegd dat diep in- en uitademen een goede ontspanningsoefening was, en het ademen doet deugd maar de krop blijft. Hij slikt nog eens. Hij gaat even naar buiten, recht zijn rug en schouders, kijkt naar de nachtblauwe hemel, ziet de sterren, overal, voelt de krop, overal, ademt, slikt, de krop blijft.
STERREN, OVERAL
Blauwe hemels om ons te troosten. Blauwe hemel overdag, blauwe hemel ’s nachts, sterren, overal sterren, overvol sterren, alsof de andere zonnestelsels ons willen bijstaan, alsof ze zeggen dat ze over ons waken, dat ze ons helpen, dat ze hun krachten tot op onze aarde sturen.
SLAGROOM, OVERAL
‘Veel, veel!’
‘Ben je zeker? Dat is helemaal niet gezond!’
‘Ja, ik wil veel, veel slagroom, een hoge toren!’
‘Maar dat is echt niet goed voor je. En het is slecht voor de lijn.’
‘Toch wil ik veel. Komaan, doe er nog maar een grote toef bij. Ik wil twee torens!’
‘Man man man, ben je zeker? Straks ontplof je!’
‘Tja. Maar ik wil slagroom. Slagroom, overal! En ik zal ontploffen, ja, maar eerst wil ik twee hoge torens!’
LACHEN, OVERAL
Ik kwam niet meer bij van het lachen. Een man deed alsof hij zat te vissen en zijn televisiescherm was de visvijver. Hilarisch. Een andere man, veel te dik, die ons buiten adem een paar yoga-oefeningen voordeed. Nog een andere man die, met zijn hond in de armen en zijn vrouw en dochter in het kielzog, een dansje rond de tafel deed, zingend, wuivend, dat we de zon in ons hart moesten laten, vrolijk, vrolijk, zonnen, harten, dansen, honden, mensen, lachen, lachen, lachen met tranen, tot we echt huilden, huilden, huilden.
OF BIOLOGIE: DE BESTUIVING DOOR DAGVLINDERS
En wat met Walt WhItman? Met zijn Ooo zo groener dan groene diepnervige blAden?
Hangen zij, zweven zij? Waar? In het water? Of leven zij, EEuwig, in onze adem?
OF HELDER
Vanaf nu beluister ik enkel nog Beethoven en Wouter Dewit en gebruik ik hun klanken om de ratten van deze winter weg te jagen, zelfs de muizen en alles, alles, recht naar het donkerste veld
Of klamp ik me vast aan een grasspriet, een strohalm, een rietstengel en test ik hun veerkracht door met mijn volle gewicht en met de hulp van mijn adem de sombere dagen en nachten de oneindige ruimte in te jagen
En keer ik dan terug naar het zachte tapijt vol van rust in muziek, met haar noten en stille akkoorden van liefde, haar symfonieën en klanken, de schone, de schoonste en haar vele, vele verhalen, tot over de grenzen, tot over de dromen
EN
ZOETE
Ze hebben een andere trui aan
(meneer)
Merino, denk ik, of iets anders, synthetisch
alsof er weer eindeloos veel en en de modernste productieprocessen
Maar dan wordt het nieuwe jaar reeds gebroken
(meneer)
Een raket, een bom, een dode, tien doden, vijftig, of honderd, of duizend