WANKEL

“Jef, kom, er is een feestje in de parochiezaal,” zegt Nikki.
“Ik hou niet van feestjes, Nikki. Ik hou niet van de drukte. Ik blijf thuis.”
“Ja maar Jef, de buren zullen er ook zijn, je kunt bij ons zitten, we zijn toch vrienden? Kom, we maken het ons gezellig.”
“Ik wil die gezelligheid en vriendschap niet,” zegt Jef. “Zij is niet echt, zij bestaat niet.”
“Jef, je raaskalt.”
“Raaskal ik, Nikki?”
“Ja, Jef. Je hebt ongelijk. Vriendschap bestaat, en buren en vrienden en feestjes en gesprekken zijn belangrijk.”
“Ja, Nikki, dat is waar. Zij zijn belangrijk.”
“Kom je dan, Jef?”
“Nee Nikki, ik blijf thuis.”

Advertenties

EEN DIK GORDIJN VAN GROTE VROLIJKHEID

brazil1

Terwijl een dik gordijn van grote vrolijkheid
de straten en de huizen vult
en mensen (mee in geel en groen en rood en blauw)
de samba dansen en een ander, nieuwer lied

terwijl de wereldpers –
terwijl de kijkers, groot en klein en dik en dun
en andere, van jong tot oud tot jong en nog eens terug
en honden, papegaaien, katers en kattinnen, varkens,
spinnen, olifanten, dromedarissen, kameleons en uilen,
spechten, luipaarden en ezels, muizen, hazen, fabeldieren

en zo voort
zo voort
zo voort (ref)

met, altijd, televisie- en computerschermen voor de neus
en in de hand
en op de grootste muren
en met vlaggen, wimpels, pruiken, T-shirts, petten,
sokken, stickers, lolly’s, bollen van atomiums,

en nog een lading vlaggen, twee, drie, twintig, vijfenveertig
cargoschepen groot en hoog, prullaria om Belgisch, Duits
en aller landen feest te vieren
het allergrootste feest, op podia, zo goud, zo geel,
vol zang en dans
en met een dik gordijn van grootse vrolijkheid die straten,
huizen, hoofden, kelen, schermen aller landen vult,
en de planeten en het zonlicht overstijgt
en trommels spelen doet, concerten, zalen vol, de dreun van
carnaval tot in het regenwoud, met al zijn bomen, nat van tranen

terwijl er kranten, boeken, tabloids, tablets, smartphones,
schermen van vijfduizend op vijfduizend meter
volgeschreven worden, en de foto’s elk een dik gordijn
van grote vrolijkheid beloven, die de straten, huizen,
mensen aller landen vult en blij maakt en verenigt

staat een kind, wat doet het? Wacht het? Lacht het, huilt het?

– “Neem de eerste straat links en dan de grote steenweg op, ja, die steenweg of is het een autostrade die ’s ochtends in die richting en ’s avonds in de andere richting, de spits, ziet u, en dan de brug onderdoor (we zijn wel degelijk in Rio) en dan, wat verder, links, bij de ingang van het winkelcentrum de McDonald’s en o ja, let op onder de brug, zorg ervoor dat u niet alleen bent en loop bovendien nooit alleen of zelfs niet met twee over het strand van Copacabana, ’s avonds, weet u, en vanaf dat strand nog verder en niet zo heel lang doorrijden, daar ziet u de eerste Favela’s, wel, beste toeristen, wij raden u aan om u daar niet in te begeven, het is er gevaarlijk, ziet u, het gevaar van de armoede staat op de straathoeken, wat zeg ik, in iedere deur van iedere steeg, let op, mensen, want wij kunnen uw veiligheid niet garanderen, zelfs niet op de weg naar de McDonald’s maar u kunt daar frietjes en een hamburger en een ijsje eten en u ziet het dikste gordijn van grote vrolijkheid, mensen, we hebben het spektakel op voorhand op punt gezet met onze vrijwilligers, maar let op dat u niet alleen bent, want ziet u, de armoede, beste mensen, alleen dat gordijn, dat is er voor u, let op de vrolijkheid, mensen, wij maken die voor u.”

brazil2
Ill: stills uit livestream opening WKVoetbal, VRT, donderdag 12 juni ’14

EN DE BAKKER

. en de bakker
. en zijn speculaasvormen
. ze zijn oud
. ze zijn een antiquiteit!
. drie speculaasvormen werden gestolen
. de andere staan of liggen, ergens
. ze zijn oud en donkerbruin
. de bakker deed dat, ’s ochtends
. als het brood in de rekken lag
. de bakkerin, alles gesneden
. het lawaai van de snijmachine achter de rug
. de broodzakken
. de ovens
. de vrachtwagen met de bloem
. drie. Drie speculaasvormen staan of liggen, ergens, oud en bijna donkerbruin, niemand die ze opmerkt, niemand die stilstaat bij de uren

DIT IS ZWART-WIT EN GRIJS

De zon komt op, ze maakt een veld van klaprozen en wekt de vinken en de merels, en de mens, ze speelt haar spel van schaduw hier en schaduw daar.
Zij zegt “Het is zes uur, nu is het elf, nu twaalf, dan een en twee en drie en voort en meer.”
Zij zegt “Het zwart is licht, het grijs is licht, de kleuren zijn mijn licht,” en werpt opnieuw een schaduw, hier en daar, tot zij het westen kiest en maan en straatlantaarn, en uitstalraam en building
en een auto
en ook de maan het spel speelt en een schaduw werpt, nu hier, dan daar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

WATERLELIES

“Voilà, waterlelies.”
“Maar Jef, hier zijn toch geen waterlelies? Hier is niet eens een vijver.”
“Ha nee, Nikki, ze zijn er niet, maar toch zijn ze er wel. “
“Jef, je raaskalt.”
“Niks van Nikki, ik raaskal helemaal niet. Ik sluit mijn ogen en ik dénk waterlelies.”
“Ha ha, Jef. Wacht, ik probeer jouw waterlelies ook te zien. Te dénken, bedoel ik.”
“Goed idee, Nikki.”

Claude Monet
Claude Monet. Afb. via Paul Webb