OF SEPTEMBER
Ik heb over ons gedroomd, zei zij.
Ja? vroeg hij.
Ja.
Oh.
Ja, dat we in het bos van Lippelo waren en dat we wandelden, een ganse namiddag, we kwamen niemand tegen, jij en ik waren daar, en het bos en de bomen.
Oh.
Mooi hé?
Ja.
Ik heb ook over ons gedroomd, zei hij.
Ja? vroeg zij.
Ja.
Oh.
Ja. We waren samen thuis.
Thuis?
Ja, thuis. We stonden in de keuken en maakten een visschotel.
Vis?
Ja, kabeljauw. Het was gezellig. We kookten en aten, praatten en lachten. We ruimden af en liepen nog even door de tuin. Dan gingen we slapen.
Ja?
Ja.
Oh.
Wanneer zie ik je nog eens?
Ik weet het niet. In juli zal het wel lukken.
Dat is nog lang.
Ja.
Bel je me?
Ja. Je weet dat ik je bel.
Ja.
EN KOFFIE?
(naar het oosten, buiging naar het oosten)
Hij zei tegen zijn zoon dat de ochtendstond
Jaja zei de zoon en hij gooide zijn peuk in het nette groene gras
Jamaar zo gaat dat niet zei de vader
Jawel want het is me gelukt zei de zoon en hij stond op en schudde zijn broekspijpen los
Wat moet er toch van je worden vroeg de vader
Ik ben al zei de zoon dus je hoeft je dat niet af te vragen
Ja maar je beroep en je geld en een gezin en kinderen
Dat zijn jouw zaken niet zei de zoon en ik trek mijn plan wel
Ja maar de mensen
De zoon kuchte en slikte en zocht in zijn zakken en stak een nieuwe sigaret op, inhaleerde diep en liet rookcirkeltjes uit zijn mond ontsnappen. De zon stond al bijna op het hoogste.
Weeral, zei de vader
Ja, zei de zoon
Je zou beter, zei de vader
Ja, zei de zoon
Wat minder baard, zei de vader
Zoonlief ademde een volgende reeks rookcirkeltjes uit en gooide zijn peuk in het nette groene gras
Weeral, zei de vader.
ja, zei de zoon
Mijn tuin en het milieu, zei de vader
Jaja en de bomen, zei de zoon.
NATUURLIJK
ALLES
(‘Alles in de tuin maakt een diepe buiging,’ zei hij)
Het is wat het is en een regenboog vraagt geen geld. Maar het doet zeer aan het hart en daar helpen alleen de bloemblaadjes tegen. En de wolken staan in een punt en kijk, er is een gat, en links van dat gat kun je dromen in vierkanten gieten, of in cirkels, maal duizend. En rechts is het niemandsland, daar worden slechts groene stengels geboren maar vroeger, wie weet het, wat was er eerst?
Dus het blijft dat het is wat het is en de regenboog leerde zelf met het licht te spelen en toont andere kleuren en vormen en hij praat en als de wind goed zit kun je hem verstaan maar misschien niet begrijpen. En de wolken leggen zich neer over de kleinste wandelpaden en je kunt erin bijten en dromen bestellen en meer, meer en meer en nog anders.
Daarna gaan de wolken een weddenschap aan en worden ze grijzer en grijzer. Ze laten hun water over de aarde lopen tot ze zeggen genoeg! en de zon toch weer mag en *schitter* en *blink* tot het wordt wat het is en de regenboog herhaalt dat enkel de bloemblaadjes helpen, raap ze op, zegt hij, hou ze bij, zegt hij, zegt hij, zegt hij, hou ze bij en *schitter* en *blink*.
TIEN TON OF MEER
Beste, ik heb op u gewacht maar de afstand was te groot, zeker tien ton en nee, het geeft niet, het was immers licht en donker en dan weer licht en we waren vreemden.
Beste, het is te laat het is voorbij de zonsondergang en ik had nog iets kunnen proberen maar het was te groen of te blauw en u zou gezegd hebben dat u vogels boven bloemen verkiest, of varkens of legoblokjes.
De afstand bleef en werd groter, van die tien ton tot zeker het eerste seinhuisje tot voorbij het botenhuis in de kleinste haven van het land.
U heeft nog gebeden maar de goden wilden niet luisteren, u vloekte en sprak van mijn kloten en de goden namen een deken en gooiden die over de aarde.
U voelde het niet, u zag niet dat het donker werd.
Daarna? Winterkoninkjes, roodborstjes en zwaluwen en het mooiste siergras, en de dahlia’s, de hortensia’s, en de fuchsia’s? Zij zullen wit kleuren.
En de zonsopgang zal de horizon verpulveren, misschien tot voorbij de woestijnrozen.
Al het andere weet ik niet.
Ik weet niet of bliksemschichten de luchten doorklieven tot ze links zowel als rechts
Noch weet ik, of de houten schilfers en de lange planken, of de zeepaardjes uit de tekening, of het boek op de staander, of de grootste witte rozen van bij die ene teler – enorm zijn ze, die rozen – of de rode randen van het blad, of het zonlicht in de kamer, of, of
FIJN STOF
KAFKA OP EEN BEEN
JA, TOT
tot de zon en bij
na een regen
boog.
tot de avond en het licht
van de zon in lagen van
rood.
tot de maan en de nacht
en de sterren.
tot de ochtend en het licht
van de zon in lagen van
leven.
MET ZIJDEN EGELNAALDEN *
En Mars is een planeet waar kinderen iedere dag in een lauwwarme rivier kunnen spelen en waar ze zo veel bloemen mogen plukken als ze willen.
Ze kennen en weten er alles vanzelf, zonder naar school te moeten, ze kunnen de kennis drinken uit een fontein met oranje en gele limonade
en iedere dag krijgen ze zeven of acht of nog meer verhalen te horen van de Allerbijzonderste Vertellende Vrouw want die heeft een fantastisch geheugen en een groot boek dat enkel maar dient voor de kinderverhalen, minstens kilometersdik of zelfs oneindig en met op iedere bladzijde de lekkerste stukjes ananas en zoete appel.
Of ze mogen tekenen of schilderen op alle muren en op elkaars lichaam of ze mogen puzzelen en houten flatgebouwen tot de Aarde laten reiken, of ze mogen voetballen op hun blote voeten of met hun gewone schoenen op voorwaarde dat daar wollen pompons aan hangen
en op de bedden in de grote zalen liggen lakens met vlinders of treinen of vliegtuigen of grote beren of smurfen en alle bedden hebben vleugels en kunnen geluidloos door de ochtend vliegen
en er groeien marshmallows in de velden, in ontelbare stapels
en er zijn grote baden vol pratende en liefspuwende waterpistolen en plastic eenden die zachtjes kwaken maar nooit storen en met het hoogste schuim.
Ze mogen in en uit het bad wanneer ze maar willen en dan mogen ze dadelijk ravotten en 1000 ballonnen prikken of ze kunnen van het schuimbad recht in de rivier glijden of als ze willen mogen ze in het ravotzwembad of met hun trampolineschoenen naar het ploeterbos
en ze krijgen allemaal lieve knuffels, wanneer ze maar willen. Sterke geelgroen gespikkelde of de fuchsia variant en ze mogen dan rusten tegen de stoere, sterke spierballenarmen of gewoon, ingewold en gekronkeld tegen de zachtste schouder.
* om de ballonnen te prikken
(Vogelvrij naar de eerste regel van e. e. Cummings’ who knows if the moon’s)