MEREL EN MUS – DE WOLK EN DE ROTS. BOEKVOORSTELLING, SIGNEERSESSIE, EXPO.

ZATERDAG 5 MAART:
BOEKVOORSTELLING IN LONDERZEEL, BIBLIOTHEEK 11u-13u
(Molenstraat 5, 1840 Londerzeel)
SIGNEERSESSIE IN LONDERZEEL, STANDAARDBOEKHANDEL, 14u30-15u30
(Molenstraat 1, 1840 Londerzeel)

Zowel Peter-Paul Rauwerda (illustraties) als Eliane De Bleser (tekst) zijn aanwezig!
Van harte welkom!
EXPO MEREL EN MUS: IN BIB LONDERZEEL NOG TOT 19 MAART ’22.

HET SPEL

Hij speelde het enkel uit verveling, zei hij.
Niks omhanden, voegde hij eraan toe.
Zijn vrouw had hem laten zitten, hij had zijn dochter al maanden niet meer gezien en hij was zijn medewerkers en zijn job beu.
Ik speel het sinds kort, zei hij. Ik toon iedereen mijn spierballen. Ik laat ze rollen. De mensen moeten naar mijn pijpen dansen en gehoorzamen. Ze doen al wat ik wil.
Ik zie wel hoe ver ik kan gaan en hoever zij willen volgen.
Tot het uiterste, denk ik, zei hij.
Ze doen alles voor mij, weet ik.
Als ze me zien, dan springen ze direct in de houding en beginnen ze dadelijk te kruipen. Hoe lager bij de grond, hoe meer plezier ik eraan beleef. En ik zweer je; ze gaan plat. Languit op hun buik, zelfs in de gietende regen, in de modder of in de vrieskou. Hoed af voor hun doorzettingsvermogen en hun kracht om mij mijn zin te geven.
En ik film alles.
’s Avonds herbekijk ik.
Daarna kleed ik me uit en ga ik voor de grootste spiegel staan. Ik bewonder mijn spierballen. Ik laat ze rollen en beslis wat ik de volgende ochtend zal dicteren. Ik weet dat die massa mensen me nog een hele tijd zal volgen. Eeuwig, waarschijnlijk. Of tot ik het beu ben en aan een ander spel wil beginnen. We zien wel. Voorlopig vind ik dit prima en doe ik gewoon voort, zei hij.

OF HONDERDDUIZEND

Een man (M/V/X) loopt door de winkelstraat van een grote stad en wordt plots aangetrokken door een schitterend en uitbundig verlicht uitstalraam. Hij blijft staan, kijkt zich de ogen uit, kan zijn blik niet meer afwenden.
Een tweede man (M/V/X) ziet hem staren en wordt ook aangetrokken door de briljanten stralingen.
Een derde man (M/V/X)
Een vierde

Na een uur staan er wel duizend mensen roerloos te kijken naar de ongelooflijke schitteringen. Ze horen of zien niets anders. Ze slagen af en toe een kreet ‘ooooh’ of ‘waaaauuuuw’ maar that’s it.
Nog een uur later dooft alles. De lichten zijn uit, de brilliantine is weg.
De mensen blijven nog even staan, laten hun schouders hangen, kijken zoekend links en rechts.
Waar is het licht?

Aarzelend en morrend druipen de eersten af. De anderen volgen.

(ik denk dat dit een soort ‘herhaling’ is van een min of meer gelijkaardige txt die ik hier eerder zette. Ik weet het niet meer, heb even gezocht maar vond hem niet. Als het een herhaling is, dan mag dat.)
(‘duizend mensen’ is misschien een overdrijving. Maar ‘tienduizend’ kan ook.)

HET

Het, ja, Het is een wirwar, een mix van woorden, een

raster, een kluwen, een web. Het is eindeloos, het

loopt tot over de oevers van de rivieren, tot voorbij

de einder, tot diep in het bos, tot hoog in de lucht,

net boven de ijskristallen wolken.

Het wordt geweven van links naar rechts maar niemand

ziet de regelmaat, de bijna identieke dieptes en hoogtes,

de verschillende kleuren, het springt van hier naar daar,

legt de zinnen op een weefgetouwen rooster, springt over

het haakwerk van de huismoeder en diep in de trui van

de hobbyist, legt het kaarsvet aan banden maar druipt

tot over de rand van de vaas met die echte, blijvende

poppy flowers.

Het geeft leven, het geeft rust. Het maast zichzelf door

het land, door de grond en het zand, door de adem,

door het licht en het leven, over de bodem van het meer

aan de bron, over de andere bodems van de diepblauwe

oceanen.

Kris, kras, langs namen, titels, dorpen, landen, groenere

oerwouden, enorme giraffen en leeuwen, kleine mieren

en muizen, de gezichten van alle mensen, kleurrijk,

glansrijk, goed tot diep in hun ziel, goed overal, ooit,

hopelijk immer blijvend in het licht, in de lucht, in

het leven.

WIE KIEST, U KIEST

Het kan met een zacht potlood

A B C

met een zwarte pen

D E F

of met een lik rode verf

G H I

Het kan ook met gele draden

J K L

met een berg grijs zand

M N O

zelfs met groene bladen

P Q R

of met een bruine lus

S T U

Misschien verkiest u iets anders?

V W X

de blauwste lucht, of zonovergoten water?

Y Z

Met wolken, met golven?

Met vogels, met vissen?

En hier en daar, misschien, toch een mens?

EN TWEE CHOCOBROODJES

En al zo vroeg zei Andy dat we niet mogen klagen, dat we veel werk hebben, dat we veel mensen zien en dat we een hond hebben.
‘Wij hebben er twee, de oudste met wat miserie, hij heeft een halve nacht gejankt,’ zei ik.
‘Oeioei en wat nu?’ vroeg hij.
‘De dierenarts vond dat we moesten afwachten,’ zei ik.
‘Ja de mijne heeft gewacht tot ik terug thuis was om te sterven, het was zo’n goed beest, ik mis hem en er komt binnenkort een andere, maar het is waar hé, we mogen niet klagen, jaja, we moeten een mondmasker dragen maar we zien de hele tijd veel mensen en we mogen hard werken,’ zei hij.
‘Ja, zo is dat, werk goed hé, veel sterkte!’ zei ik.

En buiten, Ludo, hij hopte uit zijn auto.
‘Deze keer had jij me niet gezien hé!’ lachte ik.
‘Neenee,’ antwoordde hij, hij was ook al supergoed wakker, zoals altijd, en hij hopte nog even terug in de auto om zijn masker te nemen.
‘Nu ben ik weer aangekleed, jaja, ’t is nogal iets hé seg, die corona, het blijft maar duren en ik weet het, ik moet komen, ik moet mijn moto binnen brengen!’
‘Oei Ludo ik weet van niks, maar wacht niet te lang, nu is het wat rustiger bij ons,’ zei ik.
‘Neenee!’ zei hij weer, ‘Als het niet regent kom ik vanmiddag misschien, ik zal wel zien.’ Hij riep het vrij luid want hij stond al met een voet binnen bij de bakker, ‘Goeiemorgen, een volkorenbrood alstublieft!’ Zonder het te horen wist ik dat hij dat zou zeggen.

GEMBERTHEE MET CITROEN

Denk maar niet dat ik het tegen jou, of jou, of jou heb. Ik heb het veeleer tegen het schijnsel van het licht op het plafond, of tegen mijn beroemd geworden donkere bomen van Poe.

Ik heb het ook tegen de ijskristallen wolken die ik nu niet kan zien.
En tegen mijn miljoenste A4 met wat notities op.

Ik kijk naar de stekken van de donkerrode oleander. Ze staan te ver, onmogelijk om te zien of ze al wortel schieten.
‘Geduld,’ zei ik nog tegen een vriendin.‘Wekenlang?’ vroeg ze.
‘Ja, wachten, wachten,’ zei ik.

En ondertussen wacht mijn thee, hij wordt zoals altijd te snel koud.

Ik kijk naar rechts.
Niks.
Enkel grijs, enkel regen.
Ik kijk naar links.
Enkel groen zonder schittering, die houdt zich verstopt tot de zon er weer is.

VUURTOREN

GE MOET AAN DE VUURTOREN EN AAN HET WATER DENKEN, AAN HET LICHT OP HET WATER, AAN HET DIEPE BLAUWE EN AAN HET SPEL VAN HET LICHT MET DE GOLVEN.

OF WAREN HET DE GOLVEN DIE MET HET LICHT SPEELDEN?

GE MOET AAN DE VUURTOREN DENKEN EN AAN DE LANGE WANDELING, TOEN, AAN DE HOND DIE NIET WIST WAT DE GOLVEN WAREN, AAN DE MENEER EN DE MEVROUW DIE NAAST U KWAMEN STAAN, DIE ZEGDEN DAT HET BEELD DOOR NIKS KON GEEVENAARD WORDEN EN ZE HADDEN GELIJK; DAT LICHT, DAT BLAUWE, DIE GOLVEN, DAT SPEL VAN DE KLEUREN, DIE GROTE, GRIJZE TOREN ALS BAKEN VOOR ALLES – VOOR ZEE EN VOOR LAND.

GE MOET AAN HET LICHT EN AAN DE ZILTE LUCHT DENKEN.
EN AAN DAT VELE, AAN DAT NIKS, AAN DAT VOLLE, AAN DE LEEGTE, AAN HET GEDAVER, AAN DE STILTE EN RUST DIE VANZELF IN DAT GEDAVER ZATEN, EN DAT DIE PARADOXEN DE NORMAALSTE ZAAK VAN DE WERELD WAREN EN ALTIJD ALTIJD ZULLEN ZIJN.

LICHT, LUCHT, WATER, HEMEL, HORIZON, TOREN, STERKTE, KRACHT, VEEL, NIKS, VOLHEID, LEEGTE, DAVER, STILTE, RUST

EN BLAUW IN ALLE ALLE SCHAKERINGEN
EN DE LUCHT, NOGMAALS, ALTIJD
EN DE ADEM.

MENSEN

Honderd vierkante meter (tien op tien).
Honderd mensen.
Ze bewegen ritmisch, trappelen zachtjes ter plaatse, zwaaien wat met hun armen (alsof ze heel rustig dansen).
Plots: een schelle bel.
Iedereen blijft doodstil staan (ze schrokken niet van de schelle bel).
Drie minuten later weer een kortere, schelle bel.
Ze beginnen terug te bewegen (alsof ze heel rustig dansen).

Honderd vierkante meter (tien op tien).
Honderd mensen.
Ze bewegen ritmisch, trappelen zachtjes ter plaatse, zwaaien wat met hun armen (alsof ze heel rustig dansen).
Plots: een schelle bel.
Iedereen blijft doodstil staan (ze schrokken niet van de schelle bel).
Drie minuten later weer een kortere, schelle bel.
Ze beginnen terug te bewegen (alsof ze heel rustig dansen).

Honderd vierkante meter (tien op tien).
Honderd mensen.
Ze bewegen ritmisch, trappelen zachtjes ter plaatse, zwaaien wat met hun armen (alsof ze heel rustig dansen).
Plots: een schelle bel.
Iedereen blijft doodstil staan (ze schrokken niet van de schelle bel).
Drie minuten later weer een kortere, schelle bel.
Ze beginnen terug te bewegen (alsof ze heel rustig dansen).

Honderd vierkante meter (tien op tien).
Honderd mensen.
Ze bewegen ritmisch, trappelen zachtjes ter plaatse, zwaaien wat met hun armen (alsof ze heel rustig dansen).
Plots: een schelle bel.
Iedereen blijft doodstil staan (ze schrokken niet van de schelle bel).
Drie minuten later weer een kortere, schelle bel.
Ze beginnen terug te bewegen (alsof ze heel rustig dansen).

Plots: een schelle bel, luider, drie keer kort na elkaar.
Iedereen valt op de grond (ze liggen kriskras door elkaar).
Ze blijven een half uur liggen.

Plots: een erg korte schelle bel.
De mensen staan op.
Ze bewegen ritmisch, trappelen zachtjes ter plaatse, zwaaien wat met hun armen (alsof ze heel rustig dansen).
Plots: een schelle bel.
Iedereen blijft doodstil staan (ze schrokken niet van de schelle bel).
Drie minuten later: een erg korte, schelle bel.
De mensen beginnen terug te bewegen (alsof ze heel rustig dansen).