DOORBOORD

Vandaag, mijn vriend, zijn ze er in geslaagd, mijn vriend, om meer dan honderd kinderen de dood in te jagen. Vandaag, mijn vriend, tonen en zeggen de moordenaars dat ze onverdraagzaam zijn en zullen blijven, en dat er nog meer doden zullen vallen.

Ondertussen, op een ander deel van onze planeet, kloppen minstens vijf bedrijfsleiders zich op de borst en roepen zij dat zij de beste zijn, dat zij de prijs voor de beste ondernemer verdienen. Wij, op dit verre deel van de planeet, wij hebben geen tijd voor de nieuwsberichten over de doden. Enkel dat ene journaal over onszelf, de groten, de vijf bedrijfsleiders, is belangrijk.

Vandaag, mijn vriend, kleurt de aarde voor de zoveelste keer donkerrood. Het is het donkerste rood van bloed, met in zich de meest schuldige voetstappen, mijn vriend.

Op een ander deel van onze planeet wordt er om nog meer prijzen gevochten. Prijzen van beste reportages en liedjes, prijzen van bestverkopende boeken, prijzen van duurste medicijnen, prijzen van mooiste dassen en mooiste outfits op weer een volgende prijsuitreiking. We trekken ons van de doden en van het donkerste rood van het bloed helemaal niks aan, we willen enkel checken of onze dassen rechtzitten en of onze haren in de juiste plooi liggen, want een andere plooi zou wel eens verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.

Vandaag, mijn vriend, huilen en schreeuwen de harten van diegenen die de dode kinderen zagen.

Op een ander deel van de planeet is er een enorme overvloed aan eten. We gooien per dag tonnen en tonnen voedsel in de vuilnisbak. We zeggen dat dat normaal is, en bedekken het afval met een of andere politieke vlag en met onze oprechte excuses.
We trekken de context uiteen en zeggen dat we het beter doen en weten dan onze collega’s, en we sleuren hen eens goed door het slijk, alsof we niks anders te doen hebben.
Misschien hebben we inderdaad niks beters te doen. Misschien moeten we terug wat normaler wezen, en in onze tuin zitten, en het onkruid wieden, en naar onze kinderen kijken.

Vandaag, mijn vriend, stierven ze. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord, mijn vriend. Hun lichamen werden doorboord.

Op een ander deel van onze planeet bekvechten wat parlementariërs en politici. Over het al dan niet nemen of uitstellen van duizendste beslissingen, over hun namen in de kranten (‘Hoe groot en vet was jouw lettertype?’) Over het al dan niet rijden met kleine of grote auto’s, met fietsen, met gratis of betalende bussen en treinen. Over een postje links of rechts. Over ongeacht, maar dan ook ongeacht wat.

Vandaag, mijn vriend, breken onze harten. Vandaag worden we weer eens wakker. Vandaag, mijn vriend, denken we weer eens iets meer dan anders aan de zoveelste tientallen doden.

Op een ander deel van de planeet stroomt de slagroom over de roltrappen van de winkelcentra. Lego-speelgoed springt er door de uitstalramen. De geuren van honderdduizenden soorten parfum vullen er de wandelgangen. We weten dat al die parfums op ons wachten. Zelf kunnen we niet langer wachten, we springen in onze auto en rijden er naartoe. We moeten en zullen ze kopen.

Advertenties

NOG KLEUREN

LeWitt05
“Een mens zou er vrolijk van worden. “
“Van wat, Jef?”
“Van al die kleuren.”
“Ja maar, Jef, je begreep het toch niet?”
“Nee, Nikki, nog altijd niet.”
“En wat zei je, Jef? Dat je er vrolijk van wordt?”
“Ha ja hé Nikki!”
“Dat is dan goed hé Jef?”
“Ja hoor Nikki. Vrolijkdronken ben ik, Nikki.”
“Heb je gedronken, Jef?”
“Ja, Nikki. Hahaha! Water! Ik heb veel water gedronken!”

Afbeelding: Sol Lewitt, Wall Drawing 958, Splat, detail from Mass MoCA, November 2000, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
Bron: http://arttattler.com/archivesollewitt.html

KLEUREN

sol lewitt whirls and twirls

“Helaba!
Helaba, zeg ik!
Niemand reageert.
Waarom luisteren ze niet? Nu ja. Ik zal dan nog maar wat naar die prent kijken. Die prent, ja. Ik zal nog eens goed kijken. Ik begrijp haar niet. Is dat een kunstwerk? Maar dat is toch een muur? Een kunstwerk op een muur? Maar waarom? En hoe moet die verhuisd worden? Kunstwerken moeten toch naar een ander museum kunnen? Ze moeten die toch kunnen opheffen? Maar dit? Op een muur? Ik snap er niks van. Maar de kleuren vind ik tof, dat wel. Mooi, ook. Kleurrijk, in ieder geval. Ik zou er zelf door beginnen kleuren, als ik het zou kunnen!
Ha nee, ik kan niet kleuren. Ik heb zelfs geen kleurpotloden, en daarbij, ik zou niet weten waarom! Ik ben een volwassen mens! Nee nee, ik kleur niet.”

Afbeelding : Sol LeWitt, Wall Drawing 1152, Whirls and twirls (Met), detail, April 2005, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
http://arttattler.com/archivesollewitt.html

SCHETSBOEK TOT DE TIENDE

saul leiter sketchbook
(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)

Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig

HET GROTE GELIJK

stravinsky
“Ha, maar ze hebben allemaal gelijk,” zegt Jef. “De rode, de groene, de witte, de zwarte, de gele, de gestippelde – ze hebben allemaal gelijk en ze weten het. Kijk, rood slaat met zijn hand op de tafel, groen doet het hem na, wit wacht nog even af maar staat dan bruusk op en steekt een vuist in de lucht, oranje rommelt in zijn papieren, vindt het goede blad, zwaait er mee en gooit het demonstratief op de tafel – ze hebben allemaal gelijk.”
Iemand vraagt of Jef een grapje maakt.
“Maar nee, natuurlijk niet, ik ben bloedserieus, en zij ook, zij zijn zo serieus dat hun gezicht voor eeuwig in die plooi blijft staan want ze hebben allemaal zo veel gelijk als er water naar de zee stroomt, miljarden liters gelijk, en ze hebben nog meer gelijk, zo veel als er gisteren water uit de lucht is gevallen, miljoenen regenbuien, orkanen en stormen van gelijk, ik zeg het u, en ze menen het zo erg dat ze die plooien van hun gezichten strak met hun vingers vasthouden, de vingers prikken er hier en daar door, komen langs de neusgaten terug naar buiten en het is geen zicht, dat weet ik, maar toch is het zo en het bewijst hun allergrootste gelijk, zowel van wit als van zwart als van oranje of oker of hemelsblauw of okkernotenbruin, hun kleur maakt zelfs niet uit, het is enkel het gelijk dat belangrijk is. Kijk maar, ze menen het, ze staan in alle ernst op, ieder steekt een arm, twee armen, drie armen in de lucht, ze zeggen dat ze het woord willen nee ze nemen het woord allemaal tegelijk, de ene praat, de andere praat, de andere anderen praten even goed en luid en gelijk, een lange lijn is het, hun gelijk, het loopt van de ene kust naar de andere en zo naar Azië, verdomd en ook daar hebben groen en blauw en vierkantsrood en driewerfgroen allemaal gelijk, tegelijk.”
“Hier, luister en kijk wat naar Stravinsky, begot:



(link via openculture.com)

DE RODE NEE DE BLAUWE

en het zijn mannen en vrouwen en zij zeggen we moeten een huis en een tuin en een keuken en goede meubels
en zij werken zich te pletter en zij luisteren met een half oor naar de radio en naar de ministers
en zij maken zich kwaad maar de job roept en in de verte horen zij de ministeriële besluiten
en dan keert hun maag en zij voelen de rommel van een te veel en een even groot te weinig, maar waar?

De knoop bevindt zich ter hoogte van de navel.
Ze kijken en voelen maar zien niks.
“Geen knoop,” besluiten ze, en ze werken en werken en staan ’s ochtends vroeg op en staan in de file en rijden stapvoets, over de heerlijke autostrade en in de zonovergoten ochtendfile en ze luisteren naar de radio en nog en ze luisteren naar een samenvatting van de hoogst interessante feiten van de vorige dag, een bom in een hoek van een onbekende kamer, de doden in een ver land, ze horen ze niet want ze moeten vanavond de boodschappen en het eten, het komt goed want de supermarkt is tot acht uur open en de barst in het aanrecht hoe moet die hersteld worden en de molshopen in de tuin en de riolering van de buur en zijn onwrikbare bout zou hij die losgekregen hebben?
En het dossier van eergisteren is nog altijd zoek en hun rode pen nee hun blauwe en de nieuwe pc en de muzieklijsten in de mist en geen dit meer maar wel dat en och och de dochter van de koffiedame maar de koffiedame is verdwenen, er staat nu een moderne machine met vijfendertig soorten en het is nog niet genoeg, genoeg muntstukken voor vijf koppen koffie en een wolk melk in poeder maar niemand die het ziet en de machine blokkeert en de technieker komt langs maar hij laat op zich wachten hij zag een mooie dame in een auto in de parking onder het gebouw en hij leunde tegen de deur en ze praatten, praatten, zeker een uur over de lichtmetalen velgen en ondertussen is de koffiedame onbestaand en is de moderne machine defect en al die soorten koffie en de vele wolken melk – onbereikbaar.

dd 28/3/2013