NICO – DE BESTE KEUZE

Nico is zijn leventje als vrijgezel beu en gaat op zoek naar een vrouw.
“Ze moet geschikt zijn. Ik wil de rest van mijn jaren naast haar kunnen slijten,” zegt hij.
Hij maakt een lijst.
“ – Niet te groot. – Niet te klein. – Niet te dun. – Niet te dik. – Bruine haren. – Bruine ogen.”
Nico loopt door de stad en op hoek 1 ziet hij Petra.
Nico noteert.
“Petra.”
Hij wandelt voort. Hoek 2.
“Anita.”
Hij wandelt voort. Hoek 3.
“Sandrine.”
Hij wandelt voort.
“Christine.”
en voort.
“Natalie.”
en voort.
“Myriam.”
en voort.
’s Avonds bekijkt hij de lijst.
Hij schrapt enkele namen.
Hij maakt een nieuwe lijst met slechts enkele namen.
Hij telefoneert naar Petra, naar Myriam en naar Saskia en maakt met alle drie een afspraak.
Er volgen nog wat afspraken, nog een uitje, nog een reisje.
Petra, Myriam en Saskia zijn alle drie verliefd op hem, ze wachten op zijn telefoontjes en op zijn bezoekjes, ze denken dat ze de rest van hun leven bij Nico zullen blijven.
Maar Nico moet kiezen.
Hij stelt nog even uit en neemt bloemen mee naar Petra, naar Myriam en naar Saskia.
Ze zien hem alle drie graag, dat weet hij, en hij vindt ieder van hen een goede en verstandige keuze.

Om een lang verhaal kort te maken: een paar weken later breekt Nico twee harten en kiest hij voor het derde. Het lijkt hem de beste keuze. Hij koopt een ring en zo voort en nog een maand of wat later zweert hij bij de goede en kwade dagen en zij en hij zeggen ja en ze beginnen aan hun leven samen en zij is erg gelukkig.

Advertenties

DE VERVOEGINGEN

nico weve got the gold
(Nico, we’ve got the gold)

Je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Enkel kijken. Kijk dus. En dan: laat het licht van het beeld grote gaten in jouw hersenen branden, laat die gaten jouw verstand overnemen. Neem een bloembak, wat aarde, wat bloemenbollen (naar keuze) en plant die. Giet dagelijks.

Vervolg: Laat het zwart kleurig worden, laat het een liedje zingen, iets vrolijks, laat het groeien, zet het op de vensterbank van de buurvrouw, laat haar het liedje herhalen, zeg haar dat ze het verdeelt over de rest van de straat. De buurvrouw zal doen wat je zegt.

Nee, je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Maar je kunt het vervoegen. Ik, jij, hij, wij, jullie, zij, tegenwoordig, verleden, voltooid, gedaan, tot de toekomst. Sterk of zwak, gesplitst of niet, met en zonder koppelteken, met en zonder hoofdletters. Begin een nieuwe zin en maak er een rode loper van, leg die op het asfalt van de straat, op de stapstenen van het voetpad.

Dus. Je kunt niet veel doen met dat beeld. Een beetje. Je kunt het bekijken, maar je kunt het ook typen, het ganse alfabet, van a tot z en van z tot a en je mag de x en de y echt niet vergeten, je kunt ze met hoofdletters schrijven en er een lange zin mee volgen. Geen kat die de betekenis kan lezen, noch hond, noch paard, noch lijster, noch mens.

Je kunt niet veel je kunt wel, jaja. Je kunt alles bruin en zwart en blond. Je kunt alles groot en klein. Je kunt het dikke en het dunne, het jonge en het oude, je kunt de hele reutemeteut en je kunt herbeginnen. Of je kunt hén laten herbeginnen. Laat hen dansen, laat hen de muziek, laat hen een dichtsel of twee, drie, vier. Laat hen een fluo tekening als compagnon – naast de piano.

Je kunt niet je kunt wel, jaja.
Kijk.
Kijk dan toch!