GATEN – 4

pierre soulages 2015
Pierre Soulages,
Peinture, 159 x 202 cm, 30 Octobre 2015, 2015
Courtesy Galerie Karsten Greve, © VG Bild-Kunst, Bonn 2015
Photo: Vincent Cunillère

‘Het is leeg.
Er is niks.
Het is leeg.
Er is niks.’

Marieke huppelt voorbij en hoort het en zegt
‘Huh, Niks?’
en
‘Huh, Leeg? Maar ik zie toch vanalles? Mensen en huizen en auto’s en honden en katten? Bomen, vijvers, rivieren, weiden, merels en mussen, vlinders? Blaadjes, bijen, vliegen, mieren, nerven? Hoezo dan, leeg en hoezo dan, niks?’

GATEN – 3

peinture-324-x-181-cm-17-novembre-2008
Pierre Soulages Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008, Acrylic on canvas
Private collection, © Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Alleen maar een groot zwart gat.’
‘Je maakt me blaaskes wijs.’
‘Nee. Ik zweer het. Een groot zwart gat.’
‘In de duinen? Je raaskalt.’
‘Toch was er alleen maar dat ene grote zwarte gat.’
‘Ja, en jij hebt dat alleen maar gedroomd.’
‘Nee, ik was klaarwakker.’
‘Ook dat heb je gedroomd.’
‘Nee, ik bleef de hele tijd fris en alert.’
‘Jaja.’
‘Geloof je me nu?’
‘Jaja.’

GATEN – 2

peinture-243-x-181-cm-26-juin-1999
Pierre Soulages
Peinture 324 x 181 cm, 17 novembre 2008 , Acrylic on canvas, Private collection
© Photo: George Poncet, Archive Soulages / VG Bild-Kunst Bonn, 2010

‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Waarom laat je de zesde altijd staan?’
‘Wat? O ja, nu je het zegt. Ik weet het niet. Wacht, ik herbegin.’
‘Tsjak, tzzzzzzzzz, zzzzzzz, tsjak, tsjak, tzzzzzz, zzzzzzz, tsjak.’
‘Je doet het weer. Iedere zesde bleef staan.’
‘Maar ik deed ze een voor een en lette op!’
‘Nee. Iedere zesde bleef staan.’

NIET HIER

ld1
LD1 van 6. Vrij naar een knipsel van een foto van Luc Dewaele. Oorspronkelijke foto op zijn pagina: Take me to church – and back (8).

Ik? Ik ben er niet. Ik ben hier niet. Ik ben niet hier.
Ik hou me gedeisd binnen mijn eigen hoofd.
Ik zie het gebouw niet, ik zie de straat niet, ik zie de stad niet, noch de wereld.
Want.
Dit bestaat niet.
Want.
Het is een reproductie.
Want.
Het is een bouwval.
Want.

Ik heb het koud, ik wil de zon. Ik trek mijn mantel uit. Ik ben niet hier. Ik ben NIET HIER. Ik heb het koud en trek mijn mantel uit en laat de zon mijn huid

Ik laat de zon mijn huid aanraken. Ik laat me door haar opnemen. Ik laat me door haar innemen. Ik baad mijn voeten in het gras en in het licht. Ik laat mijn ganse lichaam ademen. Het ademt lucht, het ademt licht, het ademt gras en groen en al de velden. Het ademt alles, maar niet hier. Het is hier koud. Het is hier niet. Het is NIET HIER.

GEEN FOTO’S

Geen foto’s?
Nee.
Waarom niet?
Ik wil het moment niet vangen.
Huh?
Ik wil het moment niet vangen, zeg ik. Ik wil het moment eeuwig laten duren en als ik een foto maak, dan vang ik het. En ik wil beter kunnen kijken. Het moet me overrompelen en dat kan niet als ik dat rechthoekige kadertje gebruik.
Meen je dat?
Ja.
Geen foto’s dan?
Nee.

DE VERVOEGINGEN

nico weve got the gold
(Nico, we’ve got the gold)

Je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Enkel kijken. Kijk dus. En dan: laat het licht van het beeld grote gaten in jouw hersenen branden, laat die gaten jouw verstand overnemen. Neem een bloembak, wat aarde, wat bloemenbollen (naar keuze) en plant die. Giet dagelijks.

Vervolg: Laat het zwart kleurig worden, laat het een liedje zingen, iets vrolijks, laat het groeien, zet het op de vensterbank van de buurvrouw, laat haar het liedje herhalen, zeg haar dat ze het verdeelt over de rest van de straat. De buurvrouw zal doen wat je zegt.

Nee, je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Maar je kunt het vervoegen. Ik, jij, hij, wij, jullie, zij, tegenwoordig, verleden, voltooid, gedaan, tot de toekomst. Sterk of zwak, gesplitst of niet, met en zonder koppelteken, met en zonder hoofdletters. Begin een nieuwe zin en maak er een rode loper van, leg die op het asfalt van de straat, op de stapstenen van het voetpad.

Dus. Je kunt niet veel doen met dat beeld. Een beetje. Je kunt het bekijken, maar je kunt het ook typen, het ganse alfabet, van a tot z en van z tot a en je mag de x en de y echt niet vergeten, je kunt ze met hoofdletters schrijven en er een lange zin mee volgen. Geen kat die de betekenis kan lezen, noch hond, noch paard, noch lijster, noch mens.

Je kunt niet veel je kunt wel, jaja. Je kunt alles bruin en zwart en blond. Je kunt alles groot en klein. Je kunt het dikke en het dunne, het jonge en het oude, je kunt de hele reutemeteut en je kunt herbeginnen. Of je kunt hén laten herbeginnen. Laat hen dansen, laat hen de muziek, laat hen een dichtsel of twee, drie, vier. Laat hen een fluo tekening als compagnon – naast de piano.

Je kunt niet je kunt wel, jaja.
Kijk.
Kijk dan toch!

LICHT

saul leiter wet window

“Regendruppels, Nikki. Als ik hier alleen ben, en ik sta voor het raam naar de voorbijrijdende auto’s te kijken, en ik zie de regen, de auto’s rijden over de natte straat, het water spat op, soms leggen de druppels een waas op het glas en dan worden de beelden en het licht gebroken, ik blijf er minutenlang en soms nog langer naar kijken, ik zie de druppels en focus mijn blik er op, en de achtergronden zie ik verkleuren en bewegen, door de voorbijlopende mensen of door de voorbijrijdende fietsers en auto’s, of door de zon die plots doorbreekt, het licht dat verandert, het licht dat de druppels, Nikki.”

Foto: Saul Leiter, Wet Windows, via http://www.gallery51.com/?navigatieid=237&exhibitionid=81

DERTIEN EN EVENVEEL

 

een gifgroene politicus

water

een tweede gifgroene politicus

witte borderbloemen

een derde gifgroene politicus

de werkmannen uit de beschutte werkplaats

een vierde gifgroene politicus

lelijke Vlaamse gevels

een vijfde gifgroene politicus

onbetreden Zwitserse bergen

een zesde gifgroene politicus

papegaaien in Brazilië

een zevende

een kind, onbezoedeld

een achtste

het ware gevoel van vrijheid, rijdend op die twee wielen

een negende

een ochtendgloren. Dat ochtendgloren, die eerste dag na een lange, koude winter

een tiende

ergens, een klank

een elfde

ook nog normale. Het onschuldige idealisme

een twaalfde

Pina Bausch

een dertiende

het gewone leven

 

(Met dank aan een aantal mensen)

DIT IS ZWART-WIT EN GRIJS

De zon komt op, ze maakt een veld van klaprozen en wekt de vinken en de merels, en de mens, ze speelt haar spel van schaduw hier en schaduw daar.
Zij zegt “Het is zes uur, nu is het elf, nu twaalf, dan een en twee en drie en voort en meer.”
Zij zegt “Het zwart is licht, het grijs is licht, de kleuren zijn mijn licht,” en werpt opnieuw een schaduw, hier en daar, tot zij het westen kiest en maan en straatlantaarn, en uitstalraam en building
en een auto
en ook de maan het spel speelt en een schaduw werpt, nu hier, dan daar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

GEEN DONKER

De feiten:
Appartement 1 : Ik opende de deur van de bibliotheek en keerde ieder boek binnenstebuiten. Ik staakte mijn zoektocht toen ik een van de walvissen van Herman Melville tegenkwam.

Appartement 2: Ik begon in de badkamer, in de stapel kleren, ik vond een rode jeans, ik vond een bruine trui. Ik zag de schimmels in de hoge kasten en in de voegen van de tegels van de douche. Ik vond een bad-eend!

Appartement 3: Op de deur hing een briefje; of we de stilte wilden bewaren.
‘We’?
Ik was alleen. Ik zeulde mijn een meter vijfennegentig door een van de lage deuren van het appartement. Wie woonde hier? Een kleine oude vrouw? Een kind? Ik vond drie kleurboeken en ik vond een kantkloskussen. Ik vond een houtbewerkingsmachine – klein formaat. Ik vond maar liefst vier vergrootglazen.

Appartement 4: Water. De man of vrouw die hier woonde verzamelde water van alle merken. Spa, Evian, witte en blauwe producten in grote en kleine flessen. Ik stootte op een kast met talloze flesjes met opschriften: ‘Cherbourg,’ ‘New York’, ‘San Francisco’, ‘Oostende’, ‘Maas’, ‘Rupel’.

Appartement 5: Ongezien. Drieëndertig mensen, alle drieëndertig even groot, even breed, dezelfde ogen, dezelfde haren. Idem voor hun jeans, hun hemd, hun schoenen. Idem voor de bewegingen van hun handen, voor de woorden die ze spraken en voor de papieren die ze in hun handen hielden. Ze declameerden. Ze declameerden. Ze declameerden.

Appartement 6: Dat van de olifant en de mier, dat klopt niet. Het ging namelijk over een olifant en drie mieren.

Appartement 7: De donkere kamer. Licht floept en licht floept niet. Chemische producten. Een waslijn met wasknijpers, alsof in een film. Iemand heeft als hobby, dubbele punt, ‘landschappen’ en ik zag glooiingen, stranden en bossen.

Appartement 8: Niets is zeker. Alice in Wonderland en haar deur. Een konijn, een egel, een kabouter, een sprookje en een vertelling uit andere tijden. Drie vrouwen met hoofddoek, drie vrouwen zonder, een bos met paddenstoelen aan de voeten van de stammen van al de bomen, een andere deur, en, opnieuw: Alice.

Appartement 9: Leeg. Helemaal niks. Geen gordijnen, geen tafel, geen stoelen, geen portretten. Geen behangpapier met motieven, geen spikkels in de tegels van de vloeren. Geen licht en geen donker. Leeg.

Appartement 10: Een hamster met duizend blikken sardines. Ik keek de hamster in de ogen en vroeg waarom hij dat deed, maar de hamster kon niet praten.

hopper williamsburg bridge
Edward Hopper, From Williamsburg Bridge, 1928