LEKKER

Monet Nympheas
Monet, waterlelies, 1915.

 

Hij proefde van de macht.
“Mmmm. Lekker.”
“Eet er maar niet te veel van.”
“Maar nee. Ik eet met mondjesmaat.”
“Ik vind toch dat je overdrijft.”
“Overdrijven? Ik? Vind je dat echt?”
“Ja.”
“Oké. Ik zal wat beter opletten.”

“Maar je bent weer bezig.”
“Wat?”
“Met schrokken.”
“Mja, het is lekker. Maar je hebt gelijk. Ik moet rustiger eten.”
“Ja, en veel minder. Straks heb je weer krampen.”
“Ja, juist. Maar ik kan er niet aan weerstaan. En er is zo veel. Ik zie haar overal.”
“Je kunt haar niet helemaal naar binnen schrokken.”
“Nee? Maar het is zo lekker!”
“Je zult braken van het te vele. Misschien krijg je wel een vergiftiging. Het is genoeg geweest. Je moet haar laten liggen.”
“Maar ze is verschrikkelijk lekker.”
“Je moet er echt mee stoppen.”
“Nog een paar stukjes. Morgen lukt het misschien. Ja, morgen zal ik stoppen.”

 

(Waterlelies als tegengewicht)

 

DE BLAUWTE

gerard fromanger
Gérard Fromanger, « Corps à corps, bleu, Paris-Sienne », 2003-2006, série « Sens dessus dessous » – huile et peinture acrylique sur toile. « Les passants semblent invités à faire l’expérience du vertige et nous avec. »

 

Betover toch de blauwte.
Zeg haar dat ze onder geen enkel beding mag verdwijnen onder het grijze van de wolken, onder het grijze van de muren in onze straten.

Verzeker haar van haar enorme kracht en waarde, help haar en versterk haar, sterker nog, sterkst, zodat ze eeuwig mag en kan blijven, zodat ze, krachtiger en groter dan al het andere, haar blauwe deken kan blijven gooien over mens en dier, over huis en tuin, over bos en wei.

Neem een toverstaf en roep alle engelen en feeën.
Betover, samen met hen, de onmetelijke blauwte zodat ze echt en waarachtig en eeuwigdurend absoluut onmetelijk en titanium-sterk kan worden.

Vraag aan die engelen en feeën om de blauwte eeuwig te bewaken en te bewaren, zodat zij nooit een vierkante centimeter van haar eigenheid zal verliezen.

Betover haar, die blauwte, zodat ze wegebt noch verdwijnt, zodat ze bij mij en bij ieder ander op het  netvlies gegrift staat, plus in de echte wereld tot over de horizonten reikt en – onvergetelijk – blijft.

(Vrij naar een woord, een zin uit ‘Jong Stel’, Arthur Rimbaud, Vertaling dr Paul Claes)

JA, NIKKI

tempete a nice
Henri Matisse. Tempete a Nice, 1919 – Hotel de la Mediterranee, Nice
Huile sur toile
Musée Matisse, Nice © Succession Henri Matisse

 

De schoonheid hé Jef?
Ja, Nikki. De schoonheid.
We moeten hé Jef?
Ja, Nikki, we moeten.

BAF : Vrije interpretatie & herwerking van een artikel, gedeeltelijk gelezen ergens op het net, op Paaszondag 2016.

sol lewitt wall drawing 260 1975 chalk on painted wall dimensions variablehttp://www.moma.org/calendar/exhibitions/305?locale=en


baf
baf baf baf
babaf baf baf baf
bababaf baf baf baf
bebaf bebaf bebaf bebaf

baf baf baf baf
babaf baf baf baf
bababaf baf baf baf
bebaf bebaf bebaf bebaf

bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf

bebaf bebaf bebaf baf baf
bebaf bebaf bebaf baf baf
bababaaf bababaaf bababaaf bababaaf
bebaf bebaf bebaf bababaaf.

 

Er is vanzelfsprekend geen enkel verband tussen het werk van Sol LeWitt en de BAF-tekst hierboven.

ALLES ZIT MUURVAST

KIEFER THE MORGENTHAU PLAN
Anselm Kiefer, The Morgenthau Plan, 2012.
‘I think Beauty is first’ (Anselm Kiefer)
(Photo Credit: Courtesy the Gagosian Gallery, photograph by Charles Duprat, via the Albright-Knox.)

Doe iets. Lees een boek of een tijdschrift.
Nee, dat lukt me niet.
Ga wandelen.
Nee.
Ga eens tot bij de buurvrouw.
Nee.
Boodschappen?
Nee.
Maar je moet toch iets doen?
Ja, ik weet het, maar ik kan niet.
Hoe komt dat?
Ik kan niet bewegen.
Waarom niet?
Alles zit vast, muurvast.
Kom, ik zal je helpen.

Zie je wel? Het lukt niet. Het zit vast. Ik kan het niet, het gaat niet, het lukt niet.
Wil je iets drinken? Een glas bier?
Nee, dank je.
Een wit wijntje? Een koffie?
Nee, dank je. Ik hoef echt niks.
Maar doe dan toch iets! Lees! Kom onder de mensen! Ga naar buiten! Beweeg!
Ik zei toch al dat ik niet kan.
Doe dan een ernstige poging!
Ik probeer hoor. Echt. Maar alles zit vast, muurvast.

 

ZEG NIET DAT HET NIETS IS

‘Ssssst, het is niets.’

‘Jawel. Zeg niet dat het niets is. Het is erg. Heel erg.’

‘Maar het gaat over. Het zal wegebben.’

‘Zeg ook dat niet. Het gaat niet over. Het ebt niet weg. Het blijft. Het is als een scherp stuk metaal dat in onze lijven zit en blijft zitten. We zullen er zacht moeten mee omgaan om de pijn niet te veel te voelen. En de angst voor de pijn. We zullen onze ogen moeten sluiten en moeten denken dat het stuk snijdend metaal er daardoor niet meer is. Maar het zal er altijd zijn.’

‘Ssssst, het is niets.’

‘Jawel. Laat me huilen. Zeg niet dat het niets is. Troost me, maar laat me huilen. Haal dat ijzer uit mijn lichaam. Snijd. Hier, ik geef je een mes. Doe het. Snijd de pijn weg.’

‘Ssssst, het is niets. Het is echt niets. Het gaat weer over.’

‘Nee. Niet waar. Het gaat niet meer over. Het blijft. Zelfs met onze ogen gesloten zal het blijven. Maar ik wil het weg. Hier, snijd dan. Toe, doe het. Haal mijn been eraf, mijn hand, mijn arm, mijn borstkas, mijn hart. Doe maar. Snijd het weg want ik wil de pijn niet meer voelen.’

‘Ssssst, het is niets. Ik beloof het je. Het is echt niets. Kijk maar. De zon komt weer op, morgen, overmorgen. Het is niets, zeg ik je.’

‘Jawel. Snijd. Doe het. Snijd het weg, haal het uit mijn lichaam.’

‘Ssssst.’

‘Nee. Ja. Zeg niet dat het niets is. Zeg ook niet dat ik moet zwijgen. Snijd het weg, please.’

Londerzeel, 22 maart 2016.

HET IS EEN ZEIL EN HET LEKT

ld6
LD6 van 6. Vrij naar een knipsel van een foto van Luc Dewaele. Oorspronkelijke foto op zijn pagina: Take me to church – and back (8).

Ze gaven me kleren. Het was een aalmoes. Ik moest dankbaar zijn, zegden ze. Dankbaar ook, voor het voorlopige dak boven mijn hoofd.

Er is geen dak. Het is een zeil. Het lekt.
Mijn jongste broer is ziek. Er is geen dokter, er zijn geen medicijnen.
Het dak is echt helemaal lek – het is een vergiet.
Ze kwamen me halen en ze hadden goede bedoelingen, zegden ze.
Maar ook daar was het dak lek.
De andere vrouwen waren nagenoeg naakt.
Allemaal samen, naakt en koud, onder een lekkend zeil dat beschutting zou bieden.
Geen beschutting.

Ik kon terug naar mijn broer. Ik mocht me gelukkig prijzen, zegden ze.
Hij was nog zieker.
Twee dagen later was hij dood.
‘Uw muren en daken lekken,’ schreeuwde ik.
Ik nam een parlofoon en liep door de modderstraten. Telkens dezelfde zin. Ik schilderde het op de zeilen, op de omheiningen, op hun auto’s. Overal. ‘Uw muren en daken lekken,’ met grote halen, met luide stem, overal.

FATIMA XXXIV, IN KLEUREN

ld5
LD5 van 6. Vrij naar een knipsel van een foto van Luc Dewaele. Oorspronkelijke foto op zijn pagina: Take me to church – and back (8).

Ik zei dat ik zou proberen om in kleuren te leven. Blauw was de eerste kleur, zei ik. Daarna zou ik rood, geel, groen toevoegen.
Ik wist niet waar ik moest beginnen.
Ik raapte mijn gereedschap bijeen, maakte mijn valies en stapte in de auto.
Ciney? Dinant? Remouchamps? De tweede brug over de Amblève, richting Aywaille? Of in de andere richting? Trois-Ponts? De Ninglispo?
Ik was er al lang niet meer geweest.
Blauw, ja. Blauw was de eerste kleur.
Honderdveertig kilometer. Ik reed ze in een ruk, natuurlijk. Ik zocht het restaurant. Daar. Leeg en vervallen. Even verder, het wegeltje naar boven.
Mijn rugzak woog.
Ik klom.
Bijna.
Nog tweehonderd meter, schatte ik.
Blauw. Blauw was de eerste kleur, dat wist ik nu wel zeker.

FATIMA, NEXT : NOEST

ld4
LD4 van 6. Vrij naar een knipsel van een foto van Luc Dewaele. Oorspronkelijke foto op zijn pagina: Take me to church – and back (8).

Noest.
Ik.
Kijk, mijn handen.
Noest.
Ik.
In het zweet en in het eelt. Kijk, mijn handen. Noest.

Ik neem mijn
emmer, vod, mijn dweil, mijn borstel, mijn vuilblik en mijn vuilniszak.
Ik poets.
Ik neem mijn kuisproducten en mijn groene doeken, rode doeken, gele doeken, swiffer en et cetera.
Blinken doe ik, wrijven, duwen.
Blinken doe ik, wrijven, duwen.
Kijk, mijn handen, vol met eelt, mijn harde handen, noest.

 

‘Noest’ in de etymologiebank: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/noest1

FATIMA, NOG EEN

ld3
LD3 van 6. Vrij naar een knipsel van een foto van Luc Dewaele. Oorspronkelijke foto op zijn pagina: Take me to church – and back (8).

en ik liep en liep en vond de weg niet meer terug, modderpaden, modderbaden, ik viel.
Daarna? Ik werd wakker in een schuur. De boerin had me gevonden, zei ze, en ze vroeg of ik sterk genoeg was om mee naar het huis te gaan en of ik onder de douche wou.
Ja! Dat wou ik!
Ik liet mijn schoenen op het erf staan.
Ze zei dat ik stil moest zijn. Haar man sliep. Hij had de ganse nacht gewerkt. In de badkamer was het lekker warm, zei ze, en ze gaf me propere kleren en toonde waar de handdoeken lagen.
Doe maar, zei ze.
Ik nam mijn tijd.
Ik droomde weg. Ik herbeleefde. Ik liep en liep en vond de weg niet meer terug, modderpaden, modderbaden, ik viel. Daarna? Ik werd wakker in een schuur. De boerin had me gevonden, zei ze, en ze vroeg of ik sterk genoeg was om mee naar het huis te gaan en of ik onder de douche wou.
Ja! Dat wou ik!
Ik liet mijn schoenen op het erf staan.
Ze zei dat ik stil moest zijn. Haar man sliep. Hij had de ganse nacht gewerkt. In de badkamer was het lekker warm, zei ze, en ze gaf me propere kleren en toonde waar de handdoeken lagen.
Doe maar, zei ze.
Ik nam mijn tijd.
Ik droomde weg. Ik herbeleefde. Ik liep en liep en vond de weg niet meer terug, modderpaden, modderbaden, ik viel. Daarna? Ik werd wakker in een schuur. De boerin had me gevonden, zei ze, en ze vroeg of ik sterk genoeg was om mee naar het huis te gaan en of ik onder de douche wou.
Ja! Dat wou ik!
Ik liet mijn schoenen op het erf staan.
Ze zei dat ik stil moest zijn. Haar man sliep. Hij had de ganse nacht gewerkt. In de badkamer was het lekker warm, zei ze, en ze gaf me propere kleren en toonde waar de handdoeken lagen.
Doe maar, zei ze.
Ik nam mijn tijd.
Ik droomde weg. Ik herbeleefde. Ik liep en liep en vond de weg niet meer terug, modderpaden, modderbaden, ik viel. Daarna?