MIJN NAAM IS MATTHIAS

“Matthias Toby,” zei ik.
Het gebeurde zelden dat een van de mensen die ik aanklampte mijn naam vroeg. Deze jonge dame deed dat, en ik antwoordde.
“ ‘Matthias’ is een mooie naam,” zei ze.
“Dank je!”
“Vanwaar ben je afkomstig?”
“Uit Tillier.”
“Tillier? Dat ken ik niet. Waar is dat?”
“In Wallonië. Het is een klein dorpje. Het is er erg mooi.”
“En nu woon je in de stad, Matthias?”
“Ja, in de groene rand. Ik zou niet anders kunnen.”
“En je komt iedere dag naar het centrum?”
“Ja.”
“Om met mensen te praten?”
“Ja. Ook om te werken, maar het fijnste zijn die gesprekken, natuurlijk.”
“En je spreekt iedereen zo maar aan, zoals je met mij deed?”
“Inderdaad.”
“Waarom? En hoe maak je je keuze? Wie wel, en wie niet?”
“Ik wil de stemmen van de mensen horen. Maar ik wil ook hun handbewegingen en hun oogopslag zien. En na het afscheid nemen wil ik zien hoe ze stappen. Ik kies hen lukraak. Jong, oud, dik, dun. Ik weet niet waarom ik iemand al dan niet kies, het is eerder een eenvoudig er naar toe lopen, zo maar.”
Ik zweeg even. Ik stond nooit eerder stil bij het waarom van mijn bijna dagelijkse bezigheid.

De jonge vrouw heette Michèle, was jong en mooi en slank. Ze droeg een jeans met een felgroen topje. Goede maar versleten sneakers aan haar voeten en ze had kortgeknipte maar speelse blonde haren. Gouden lokken. Het zonlicht speelde ermee, het was zo’n mooie dag.
Michèle had vlekken op haar vingers.
“Schilder jij?” vroeg ik. Ik gaf het gesprek een wending; niet ‘ik, Matthias,’ maar ‘zij, Michèle’, was immers het doel van mijn uitstap.
“Ja, het valt op, niet?” lachte ze. Ik had nog nooit zo’n mooie glimlach gezien.
“Wat schilder je?”
“Vanalles. Vanochtend begon ik aan het schilderen van een dansende vrouw. Ze is mooi, groot, ze draagt een lange zwarte jurk maar heeft ontblote schouders. Sensueel.”
Michèle pauzeerde even.
“Ze danst op moderne muziek en je ziet haar beweeglijke schouders. De schouders zouden de dans zelfs zonder de rest van het lichaam kunnen uitvoeren. Haar bovenlichaam praat door de bewegingen. Ik wil de muziek en de dansende schouders van de danseres in mijn werk leggen. Ik wil dat iemand die het werk ziet, de muziek kan horen en het ritme kan voelen. Dit schilderij van de dansende vrouw is nog lang niet af. Ik probeer wat uit, herbegin, schets, herbegin nog eens, tot ik het beeld en de bewegingen die in mijn hoofd zitten goed kan weergeven.”
“Mag ik haar zien?”
“Heu, ja, maar nu nog niet.”
“Wat doe je met je schilderijen?”
“Niks.”
“Helemaal niks?”
“Ja, toch wel. Ik toon ze aan vrienden.”
“Dat is alles?”
“Ja, dat is alles.”

pina vollmond

De Dialogen, 3.
Foto: still uit Pina Bausch, Vollmond :
http://youtu.be/wOmUCPjHJao



dd. 25/7/2013

Advertenties

ZACHT ORANJE, BIJNA ONZICHTBAAR GEEL EN EEN ZWEEM VAN ROOD

Je kunt gewoonweg iemand op straat aanspreken, zomaar. Het is het proberen waard, een keer, twee keer, drie keer; je krijgt telkens een ander verhaal, en dikwijls worden die verhalen met veel hartstocht verteld.
Dat was ook zo bij Annie, maar hoe ze heette kreeg ik pas te horen toen we afscheid namen en onze namen en telefoonnummers uitwisselden.

Het verhaal van deze Annie was speciaal en terwijl ze vertelde bleef haar blik erg open. Haar diepbruine ogen keken me recht aan, ze wendde ze nauwelijks af. De jonge vrouw fascineerde me en ik had geluk; het klikte. Zij vertelde en ik spande me in om geen woord te missen, terwijl ik de levendigheid van haar ogen en stem mee in me opnam.
“Je vindt het overal,” zei ze.
“Overal?” vroeg ik.
“O ja.” Ze keek me onderzoekend aan, twijfelde even, friemelde wat aan de bovenste knoop van haar fleurige bloesje van zacht-oranje, wit, bijna onzichtbaar geel en hier en daar een penseelstreek van een kleine, rode bloem die me aan die mini-roosjes deed denken. Door dat bloesje leek Annie de lente zelve en ze zag er bijzonder goed uit. We zaten aan de rand van de fontein, vlakbij de ingang van de Koninklijke Bibliotheek. Toeristen en kantoorlui passeerden en sommigen keken nieuwsgierig naar haar mooie verschijning.
“Vind je het erg als ik mijn schoenen uitdoe?” vroeg Annie.
“Nee, natuurlijk niet.”
Ze schepte wat water in een hand en liet het druppelsgewijs op de ene en dan weer op de andere voet vallen. Ondertussen bleef ze me aankijken en vertelde ze voort.
“Ik heb het zelf in de vuilnisbak gevonden. Niet omdat ik vuilnisbakken doorzoek, wel omdat ik het toevallig zag liggen. Zo maar. Het hoorde niet thuis bovenop die oude kranten en papiersnippers, en ik zag het door de felgroene kleur. Ik bukte me, haalde het uit de vuilnisbak en bekeek het langs alle kanten. Het was een bijzonder klein exemplaar, niet van nieuw te onderscheiden en perfect bruikbaar. Zo vind je ze overal en in alle kleuren, maar ik had nog niet vaak zo’n klein exemplaar gezien. Deze was grasgroen. Die van gisteren was blauw, die van vorige week roze met kleine oranje spikkels, die van een maand geleden zwart met witte bollen. Soms zijn ze tot drie keer zo groot als die kleine groene, enkele zijn uitsluitend wit en af en toe zijn ze bijzonder grappig. Die met dat clownsgezichtje bijvoorbeeld. Of die andere met de afbeelding van een dansende matroesjka-pop. En ik heb er eens eentje gevonden met een lange staart, maar aanhangsels zijn heel uitzonderlijk. “
Annie vertelde nog een tijd verder. Dat die kleine groene toch wel een van haar lievelingsexemplaren was. En dat het normaal was dat ze ze zo maar vond. En nee, het was niet belastend, integendeel; het was een plezier om ze telkens opnieuw tegen te komen.” Een plezier en altijd een grote eer,” benadrukte ze.
We namen afscheid.
“Wil je vandaag nog iemand anders aanspreken?” vroeg ze.
“Nee hoor,” zei ik.
Ik zei dat ik blij was met haar verhaal. We noteerden elkaars naam en telefoonnummer en een van ons beide zou over enkele dagen de andere telefoneren.
“We zien wel,” zei ze.
“Ja,” antwoordde ik.

Betty Playful with Colors-earth

De Dialogen, 1.
Afbeelding: Betty Reyniers 2012 : Playful with Colors – Earth
Betty stelt tentoon in de bibliotheek van Londerzeel, nog tot 31 augustus 2013 : http://biblonderzeel.blogspot.be/2013/07/zomertentoonstelling-betty-reyn…

dd. 18/7/2013

TWINTIG VLINDERS, ZESTIEN PAARDEN

Volgens Jef kunnen alle vlinders tellen en rekenen. Een twee drie vier vijf zes enzovoort en twee maal twee en drie plus zes. Nikki vraagt hem of hij zeker is en Jef zegt dat het zo zeker is, als dat hij met die dieren een heel gesprek kan voeren en als de vlinders en de paarden tegelijk in de weide zijn, dat dat dan een heel concert is van vertellende paarden en rekenende vlinders.
Jef zucht.
Hij zegt dat het fijn is om te weten dat vlinders vraagstukken oplossen en dat paarden verhalen vertellen en dat ze die verhalen zelf verzinnen dus dat hun fantasie wel degelijk werkt en dat de paarden dat aan de wereld kunnen en willen laten horen zodat Jef en enkele anderen het misschien zullen voortvertellen.
“Dat is wat ik nu doe,” zegt hij. “Het voortvertellen.”
“Ja,” zegt Nikki.

vlinder nabokov

Bronnen van afbeelding:
http://flavorwire.com/171588/vladimir-nabokovs-drawings-of-butterflies
en
http://www.nabokovmuseum.org/drawings1.html

dd. 16/7/2013

VOORT

“Politiek? Daar hou ik me niet mee bezig, zo’n spinnenweb, ze zeggen dit, ze beweren dat, ze zeggen dat ze het goed met de mensen voorhebben en sommigen menen het maar niet allemaal, we kunnen het niet weten en ik weet het niet, ik geloof hen niet, of ik geloof hen even tot ze dan weer in een of ander dossier door de mand vallen of hun andere bedoelingen laten zien of tot ik te weten kom dat ze vijfendertig mandaten en bestuursfuncties hebben en dat ze daar steenrijk van worden, ze zeggen dat ze ‘maar’ zo veel of zo veel verdienen, maar zeg nu zelf, zo veel honderdduizenden, hoe kan dat nog ‘maar’ zijn en bovendien, hoe spelen ze het klaar om niet aan belangenvermenging te doen dus, voilà, ik geloof hen niet.”
En zo raasde Jef voort, er leek geen houden aan, hij stopte alleen maar om af en toe te ademen of om eens naar zijn pijp te kijken, maar hij vulde ze niet.

dd. 12/7/2013

AUTO

“Dat is een mooie auto.”
“Ja maar, Jef, jij houdt toch niet van auto’s?”
“Nee, maar wel als ze mooi zijn. Hun lijnen en afwerking. Hun vermogen en snelheid.”
“Ja maar, Jef!”
“Ik hou van mooie auto’s, punt. Het uitzicht en de luxe. Het aanzien. Als ik zo’n mooie auto zou hebben, dan zouden de mensen respectvol over mij praten.”
“En nu niet?”
(Jef zegt niets)

“Daar. Nog zo’n mooie auto. De wielen, het koetswerk, de stroomlijn. Zo’n auto zou ik willen!”
“Vanwege het respect van de andere mensen, Jef?”
“Nee, vanwege de kracht van de motor en vanwege het werk van de ingenieurs. En vanwege het comfort en de luxe van het goede rijden.”
“Het goede rijden, Jef?”
“Ja. De kracht, de souplesse. Het voelen van de degelijkheid van het metaal en van de motor. Maar ook vanwege het kunnen van de mens; de kunst van het maken.”

mercedes

(foto: © Mercedes-Benz)

dd. 7/7/2013

HORSES

“De mensen zijn gek.”
“Waarom zeg je dat, Jef?”
“Omdat ze gek zijn.”
“Ja maar Jef, waarom?”
“Ze zijn gek omdat ze naar de maan en naar Mars willen. Omdat ze naar olie boren en miljoenen dollars verzamelen. Omdat ze toespraken geven en allerlei verkondigen, en omdat ze aan politiek lijden.”
“Aan politiek lijden, Jef?”
“Ja. Het is een ziekte. Politiek is een ziekte en de mensen zijn gek.”
“Jef?”
“Ja?”
“Jij bent toch diegene die beweert dat paarden kunnen praten? En jij voert toch lange gesprekken met die paarden?”
“Ja.”
“Is dat niet gek?”
“Nee.”
“Nee?”
“Nee.”

horses

dd. 3/7/2013

GRIJS

Jef droeg altijd een oude stofjas en Nikki vroeg waarom en hij zei “dat dat makkelijk is, dan moet ik nooit kiezen en daarbij,” zei hij, “ik hoef me niet op te tutten en me anders voor te doen dan ik ben, ik ben een eenvoudig man en ik rook mijn pijp en ik luister naar de paarden en naar mijn muziek en af en toe naar de buren, meer moet dat niet zijn, een korte grijze stofjas is voldoende, die stofjas is een waarheid, die verhult niks.”

Nikki polste eens bij Marie naar wat zij over Jef dacht. Maar Marie schoot in een lach en bleef een volle minuut lachen en dan zweeg ze een volgende minuut en daarna zei ze dat Jef vooral naar de paarden luisterde en dat hij soms lang naar de lucht kon staan staren, ook als die grijs was en dat hij dan telkens in herhaling viel en zei dat de zon daar achter verstopt zat en dat de wolken dienden om ons naar de zon te laten verlangen, zodat we duizend keer meer zouden genieten van haar stralen telkens ze er was, maar dat de meeste mensen daar niet eens bij stilstonden.
“In een vorig leven was hij toch melkboer?” vroeg Nikki.
“Jaha,” ademde Marie.
Nikki dacht dat Marie nog wat zou vertellen maar ze zei weer niks meer en keek, op haar beurt en zoals ze het van Jef had gezien, naar de lucht.

grimbergen

dd. 29/6/2013