HORSES

“De mensen zijn gek.”
“Waarom zeg je dat, Jef?”
“Omdat ze gek zijn.”
“Ja maar Jef, waarom?”
“Ze zijn gek omdat ze naar de maan en naar Mars willen. Omdat ze naar olie boren en miljoenen dollars verzamelen. Omdat ze toespraken geven en allerlei verkondigen, en omdat ze aan politiek lijden.”
“Aan politiek lijden, Jef?”
“Ja. Het is een ziekte. Politiek is een ziekte en de mensen zijn gek.”
“Jef?”
“Ja?”
“Jij bent toch diegene die beweert dat paarden kunnen praten? En jij voert toch lange gesprekken met die paarden?”
“Ja.”
“Is dat niet gek?”
“Nee.”
“Nee?”
“Nee.”

horses

dd. 3/7/2013

Advertenties

GRIJS

Jef droeg altijd een oude stofjas en Nikki vroeg waarom en hij zei “dat dat makkelijk is, dan moet ik nooit kiezen en daarbij,” zei hij, “ik hoef me niet op te tutten en me anders voor te doen dan ik ben, ik ben een eenvoudig man en ik rook mijn pijp en ik luister naar de paarden en naar mijn muziek en af en toe naar de buren, meer moet dat niet zijn, een korte grijze stofjas is voldoende, die stofjas is een waarheid, die verhult niks.”

Nikki polste eens bij Marie naar wat zij over Jef dacht. Maar Marie schoot in een lach en bleef een volle minuut lachen en dan zweeg ze een volgende minuut en daarna zei ze dat Jef vooral naar de paarden luisterde en dat hij soms lang naar de lucht kon staan staren, ook als die grijs was en dat hij dan telkens in herhaling viel en zei dat de zon daar achter verstopt zat en dat de wolken dienden om ons naar de zon te laten verlangen, zodat we duizend keer meer zouden genieten van haar stralen telkens ze er was, maar dat de meeste mensen daar niet eens bij stilstonden.
“In een vorig leven was hij toch melkboer?” vroeg Nikki.
“Jaha,” ademde Marie.
Nikki dacht dat Marie nog wat zou vertellen maar ze zei weer niks meer en keek, op haar beurt en zoals ze het van Jef had gezien, naar de lucht.

grimbergen

dd. 29/6/2013

ZOMER, PRESTO

“Van hoog naar laag,” zei Jef.
“Welke muziek is dat?” vroeg Nikki, maar Jef deed teken dat ze moest zwijgen en luisteren.
Nikki probeerde.
“Het is moeilijk,” zei ze.
Jef reageerde niet en bleef met de ogen gesloten zitten.
“Jef is een vreemde melkboer,” dacht Nikki nog, maar plots werd ze bevangen door de snelle, cirkelende bewegingen van de muziek en werd ze meegezogen in die wervelende klanken. Het was alsof Nikki’s hersenen aan het dansen gingen – haar brein vierde feest en hulde zich in de tientallen over de dansvloer glijdende jurken. Het duurde minutenlang en dan, plots, was het gedaan.
“Zie je wel?” vroeg hij.
“Laat het eens herbeginnen, Jef,” vroeg Nikki.
“Ja, straks,” antwoordde hij.

degas

afbeelding: Edgar Degas, Danseuses basculant (Danseuse verte)

dd. 26/6/2013

SEIZOENEN

Jef zei dat je, als je beter naar de vier jaargetijden van Vivaldi luistert, dat die dan bijzonder mooi worden en dat je de vogels over het grasperk ziet lopen, of dat je de vlinders in de wilde bloemenperken ziet, of dat je voelt dat de wind de wereld in zijn macht probeert te krijgen, en Jef vertelde dan ook over die wedstrijd tussen de wind en de zon en hun weddenschap om als eerste de jas van het mannetje van het stenen beeld uit te krijgen en de wind maar blazen en blazen en rukken aan die jas maar het stenen mannetje knoopt zijn jas stevig dicht en de wind geeft op maar de zon verwarmt alles en het mannetje doet vanzelf zijn jas uit.
De vier seizoenen dus, en de regen, de hagel, de wind, de sneeuw, de zon en het ontluiken – telkens weer, als je de muziekstukken laat spelen en herbeginnen zoals Jef dat op zijn nieuwe cdspeler deed. Hij kocht dat ding voor zestig euro, zei hij, maar het verschafte hem het plezier van een miljoen euro, een miljoen in rinkelende een en twee eurostukken en hij moest glimlachten bij het horen van al dat geld, denk ik, of was het het spel van de violen in een of ander allegro?

distel

(Wikipedia: Allegro is een van oorsprong Italiaanse muziekterm waarmee het karakter van een muziekstuk wordt aangegeven: “vrolijk”, “opgewekt” of “levendig”. Een levendig stuk muziek impliceert een wat hoger tempo; langzaam en levendig sluiten elkaar ongeveer uit. Allegro behoort tot de snelle tempi)

(foto: distel, juni, Meise)

dd. 21/6/2013

MOOI MAAR VREEMD

Jef zegt dat het nooit meer goed komt maar wel ‘zo goed mogelijk’, zegt hij, en ik vraag wat hij daarmee bedoelt. Hij antwoordt dat hij de boorden van de tuin gedaan heeft en dat er veel boterbloemen stonden, hij vindt boterbloemen mooi maar vreemd, zegt hij en hij vertelt ook over de splinter van een distel, dat die steker nu al een week in zijn rechter middelvinger zit, iemand had hem nochtans gezegd dat hij daar niet mocht mee blijven rondlopen en nu moet hij naar de dokter want het doet pijn en het zweert, zegt hij, en dat zwarte zalf een goeie pijnstiller was maar nu niet meer, en dat de splinter er niet mee verdwijnt.

Jef vraagt zich af of er nu een stuk uit zijn vinger zal gesneden worden, ik zeg dat ik het niet weet.

We zwijgen.

“Ja, zo goed mogelijk,” zegt Jef.
De tabak van zijn pijp ruikt zoet, te zoet bijna, “Zit daar suiker in, misschien?” wil ik vragen maar ik vraag niks en Jef steekt zijn pijp in de lucht en wijst naar een voorbijvliegend vliegtuig.
“Zo ver,” zegt hij.

BOTERBLOEM

dd.17/6/2013

DOSTOJEVSKI

‘Maar dat kan ik je onmogelijk verklaren. Zie je, jullie passen voortreffelijk bij elkaar. Ik heb al eerder aan jou gedacht. Je eindigt toch daarmee. Is het je nu niet totaal onverschillig of dit eerder dan wel later gebeurt? Kerel, hier heb je zo iets als een peluw-beginsel, maar niet alleen dat van de peluw: Je wordt hier naar toe getrokken; hier is het eind van de wereld, hier gooi je je anker uit, hier is een kalme haven, de navel van de aarde, de drievissige basis van de wereld, de essence van de pannenkoeken, van de vette vispasteitjes, van de avondsamowar, van de stille zuchten en de warme katsaweïka’s, van de verwarmde lejanki, in één woord het is alsof je gestorven bent en tegelijkertijd nog leeft; je geniet beide voordelen tegelijk.’
(F.M. Dostojevski, Schuld en Boete, Derde deel, [1])

dd 17/6/2013

JEF

Zijn naam is Jef, maar iedereen noemt hem Jefke, ‘Jefke de melkboer’, maar hij is al twintig jaar geen melkboer meer, het bracht niks op, zei hij, en zijn vrouw had hem laten zitten – ze was toen met de hele huisraad in een grote camion verdwenen en hij had haar nooit meer gezien of gehoord tot ze onlangs plots, via een brief van een advocaat, de helft van het huis opeiste en arme Jef had zijn klein beetje spaarcenten moeten aanspreken en bovendien had hij, op zijn leeftijd, nog een lening moeten aangaan en had hij het huis in pand moeten geven, ze stoorde hem, die lening, hij was de laatste jaren zonder zorgen geweest en nu werd hij iedere maand geconfronteerd met een afbetaling – en na een jaar van woede en verdriet indertijd, had hij zich bij haar verdwijning neergelegd en zat hij de hele dag rustig te zitten en naar televisie te kijken, of hield hij de auto’s en de voorbijgangers in het oog, meestal vanaf zijn stoel aan het raam maar zodra het mooi weer werd stond hij buiten, op het voetpad, en kreeg hij het gezelschap van een of twee andere buren, ook nu nog, na al die jaren en soms haalden ze er stoelen bij en ze stonden of zaten en keuvelden dan urenlang over de ditjes en de datjes, vandaag ging het eerst over zijn afbetaling want die was net van de rekening gegaan, en daarna over de nieuwe buur in huisnummer 101, die had terwijl zij daar zaten vier of vijf dozen naar binnen gedragen maar hij had niks gezegd, hij had alleen maar vriendelijk geknikt, wie was hij, wanneer zou hij komen kennismaken?

dd. 14/6/2013