AGNES OBEL – DORIAN


Ik ben er mee opgegroeid en hij zit in mijn lijf, ik raak zijn toetsen aan als zijn zij mijn lichaamsdelen, ik streel hen, ik laat hen van mij zijn.
Niemand hoeft te zeggen dat het gestormd heeft en dat hij de vernieling is ingegaan of dat hij als gruis op de straat ligt; dat kan niet.
Niemand hoeft te zeggen dat hij gestolen werd en voor altijd onvindbaar is; dat kan niet.
Hij zit in mijn lijf, hij staat en hij ligt net onder de huid van mijn vingers, van mijn armen, van mijn hoofd, romp en benen. Hij is van mij, ik voel hem, ik speel hem.

Advertenties

DE ONDERWERPING VAN DE VROUW

“De professor zei dat er een boek bestaat met als titel ‘De Onderwerping van de Vrouw’, ik vind dat nogal straf, dat zo’n boeken bestaan en gelezen worden, mijn vrouw was helemaal niet onderworpen, integendeel, ze was zelfs zo niet-onderworpen dat ze me zonder boe of ba heeft laten stikken. Ik zou graag weten hoe het bij haar nieuwe man is afgelopen, zouden ze nog altijd samen zijn? Is ze daar ook niet-onderworpen? Of wel? Ik vraag het me soms af, of ik haar had moeten onderwerpen, ik bedoel, misschien had ik haar streng aan mijn regels moeten binden, maar dan had ik eerst regels moeten uitvinden, strenge regels zeg maar, en dan had ik haar die misschien klaar en duidelijk en met mijn vuist op de tafel duidelijk moeten maken? Had ik zo’n man moeten zijn, dan?”
(Zegt Jef)

(Los van de tekst; de muziekkeuze van vandaag liet ik zonder enige twijfel over aan het  toeval van de jukebox aka iTunes, met dank aan EC, MB, aan de bibliotheek van Londerzeel en aan mezelf)

ORANJE WIT ORANJE WIT

“En het leven is goed geweest voor mij. Er waren wat zwarte periodes maar al bij al, nu ik terugkijk, ja, het was goed. Paarden, vlinders en klaprozen in de tuin, wat kan een mens meer verlangen? Goeie tabak en een pijp natuurlijk. En goede buren. En een rustige straat en hoog overvliegende vliegtuigen.”
Jef zweeg. Waarschijnlijk hadden zijn gedachten zich in zo’n katoenen ligstoel genesteld, bestaan die stoelen nog? Ze waren eenvoudig en verstelbaar, ze waren ofwel effen, ofwel met strepen. Als je er in zat kon je de vroege lentezon op je gezicht en op je handen voelen. Waren ze van katoen? Of heet dat canvas?
Jef neuriede iets. Hij zat in zo’n stoel, en met zijn hoofd tussen de violen, wist ik.
deckchair orange
afbeelding via google.

2014 ONDER OF BOVEN

“Ik keek nog eens naar het journaal, Nikki, en ik zag maar liefst drie bommenleggers. Z-terroristen, alle drie. Ik noem hen zo. Ze vonden alle drie dat ze de levens van enkele andere mensen met zich mee moesten nemen. Ze konden toch gewoon wat beton of metaal de lucht inblazen, zonder andere levens te eisen? Een hele building? Zonder doden? Wat is dit voor een wereld, Nikki? Hij staat begot op zijn kop en hij laat de mensen rondtollen zodat ze niet meer weten waar onder of boven is. “
“Jef, je mag je dat zo niet aantrekken.”
“Vind je, Nikki? Ik vind dat ik me dat wel mag aantrekken. Anders word ik een koele kikker, hoor je me al kwaken, hoor je me al een concert geven, samen met al die andere kikkers?”

Ik wens iedereen een goed eindejaar en een gezond, veilig, mooi en fantastisch 2014 !
Eliane.

kikker
Afbeelding: Wikipedia.

DRIE

“Een wolk. Twee wolken. Drie. Ik herken een olifant, ik herken een dinosaurus.”
“Jef, ben je oké?”
“Ja hoor Nikki. Ik kijk naar de lucht en ik herken.”
“O.”
“Nikki, de mensen zijn vergeten dat de wolken figuren en landschappen zijn.”
“Ja, Jef, dat is waar.”
“Kijk, een echte egel.”
“Een wolkenegel hé Jef.”
“Ja. En daar, een opening naar een andere aarde.”
“Hahaha, Jef. Er zijn geen andere aardes.”
“Nee Nikki, dat is waar. Alhoewel. Maar het is een opening.”
“Een wolkendeur, Jef.”
“Yep, een wolkendeur.”

TWEE KEER TWEE aka DE DOLFIJN LAS EEN VERHAAL VAN EDGAR ALLAN POE

In : De Grote Bibliotheek, Kamer 6466, Rij 48, Hoogte 2, Vak 17

Ik vond de tekst in 2003. In een begeleidende notitie stond dat hij, nadat hij gevonden werd, nog tien jaar ongepubliceerd moest blijven en dat heb ik gerespecteerd. Gedurende die tien jaar heb ik wél geprobeerd om de schrijver te vinden. Dat is niet gelukt.

De Grote Bibliotheek werd een eeuw geleden ontdekt door Professor Macharis. Zij bevat al de teksten, gedichten, verhalen en boeken van al de schrijvers. Sommige teksten blijven verborgen, andere niet.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig onderzocht De Raad van Bijzondere & Wijze Professoren (DRBWP) of de verborgen teksten gerangschikt stonden volgens de maanstanden vanaf het ontstaan van De Grote Bibliotheek. Die idee werd gedurende meer dan dertig jaar gehandhaafd maar bleek verkeerd.

Gedurende de laatste twee jaar heeft men geprobeerd om de bibliotheek met behulp van ingenieuze software uit te pluizen en volautomatisch alle geheime teksten te vinden. Tevergeefs.


TWEE KEER TWEE aka DE DOLFIJN LAS EEN VERHAAL VAN EDGAR ALLAN POE

Twee honden, twee katten
twee biggen, twee muizen
twee leeuwen, twee kreeften,
twee arenden.
Twee olifanten, twee vleermuizen,
twee apen, twee nijlpaarden,
twee slangen, twee ratten,
twee pinguïns, twee vliegen,
een mug.
Drie mussen, een vlinder,
een roodborst, een witte muis,
twee goudvissen, twee paarden,
twee roggen, twee vuurvliegen,
twee bijen, twee kippen,
twee ezels, twee boerenpaarden in de stallen van de artisanale brouwerij in de naburige gemeente.

Zei de aap tegen de vlieg dat het mooi weer was.
De vlieg geeuwde.
Vroeg de aap of de informatie slaapverwekkend was.
Zei de vlieg dat zij niet wist wat dat betekende.
Zei de aap dat hij het aan de berken en de wilgen zou vragen.
De vlieg geeuwde.
De aap verhuisde.
Een boom, een andere boom, een grotere boom, drie bomen, een oerwoud.
Drie slangen in vergadering.
Twee nijlpaarden in het offensief.
Een krokodil, eenzaam en op haar hoede.
De slangen lieten zich aaien en luisterden naar een bijbelverhaal.
De ezels hielden het boek vast.
Ze balkten van vreugde en herhaalden, herhaalden.
De leeuw sprong van zijn voetstuk.
De leeuwin keek toe en vertrok – ze zocht haar welpen.
Een rat vond het een belevenis. Ze kocht een tweede bioscoopkaartje en liep in een cirkel rond het vergif.
Een rog verkende een nieuwe oceaan. Hij kwam een inktvis tegen, en een paard onder water, en een walvis, en een dolfijn met een groot boek op zijn rug, een boek met verhalen van Edgar Allan Poe, met illustraties.
Zei de aap tegen een andere vlieg dat het mooi weer was.
De vlieg beaamde maar had dorst.
Zei de aap dat er verderop een groot meer was.
Zei de vlieg: “Kom, we gaan op stap.”
Ergens een meer, ergens kinderen op de oevers, zij verkenden de vuilnisbelt van de grote, westerse  mens, hun handen en onderarmen waren zonder huid.
Zei de westerse mens dat dat geen kwaad kon.
Zei de westerse mens dat de schilfers normaal zijn.

De aap, hij krabde, slingerde en at noten.
De leeuw, hij vond een nieuw voetstuk.
Het nijlpaard ging op reis.
De vlieg vloog.
De bij vloog, zocht een bloem en vond een veld.
De duizendpoot, de mier, de kolonie, de stam van de esdoorn vlakbij het pad vlakbij de Amblève niet ver van Remouchamps niet ver van Luik.
Zei de vleermuis iets over het licht.
De mus zat op haar draad, de merel volgde haar, ze hadden een gesprek over het ongeluk op de autostrade.
De walvis vond een ander continent, hij spoelde bijna aan maar bedacht zich.
De dolfijn las Poe. Hij kon praten en vertelde ons een van de verhalen.

The Raven Edmund Dulac
The Raven (Poe), illustratie van Edmund Dulac, via Poul Webb